Drukwerkbegrippen A-Z: grafische termen eenvoudig uitgelegd

Wat betekent afloop, CMYK of lamineren? Hier vind je heldere uitleg over drukwerk, papier, kleuren, drukbestanden, materialen en afwerkingen. Bij ieder begrip vind je een voorbeeld uit de praktijk.

Zoek hieronder op een woord of kies een letter om rustig door alle begrippen te bladeren.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Alle begrippen en verwijzingen worden hieronder getoond.

Geen begrippen gevonden. Probeer een ander zoekwoord.

A

Aanleverbestand

Een aanleverbestand is het digitale ontwerp dat je naar de drukker stuurt. Hierin staat precies wat er gedrukt moet worden: tekst, afbeeldingen en kleuren. Meestal is een PDF het handigst, omdat de opmaak daarin beter behouden blijft. Een Word-bestand kan er op een andere computer namelijk anders uitzien.

Voorbeeld: Je hebt een flyer ontworpen. Je slaat het ontwerp op als drukklare PDF en uploadt die bij je bestelling.

Aanleverformaat

Het aanleverformaat is de totale afmeting van het bestand dat je opstuurt. Dit is vaak iets groter dan het formaat van het uiteindelijke drukwerk, omdat er een extra rand rondom zit die later wordt afgesneden. Die extra rand heet afloop.

Voorbeeld: Een A5-flyer wordt uiteindelijk 148 × 210 mm. Met 3 mm afloop rondom is het bestand 154 × 216 mm.

Aanleverspecificaties

Aanleverspecificaties zijn de afspraken waaraan je drukbestand moet voldoen. Denk aan de juiste afmetingen, de extra snijrand, voldoende scherpe afbeeldingen en de juiste kleurinstellingen. Als je deze afspraken volgt, is de kans kleiner dat er bij het drukken iets verkeerd gaat.

Voorbeeld: Bij flyers controleer je vóór het uploaden of het bestand het juiste formaat en de voorgeschreven afloop heeft.

Absorptievermogen

Absorptievermogen zegt hoeveel vloeistof een materiaal kan opnemen. Bij papier gaat het bijvoorbeeld om inkt of vocht. Het ene papier zuigt inkt sneller op dan het andere. Daardoor kunnen kleuren anders ogen en kan de droogtijd verschillen.

Voorbeeld: Op ongestreken papier kan een donkere kleur wat minder fel lijken dan op glad gestreken papier.

Achtergrondafloop

Achtergrondafloop betekent dat je een foto of achtergrondkleur een stukje buiten de uiteindelijke snijrand laat doorlopen. Dat is belangrijk omdat snijden nooit tot op een fractie van een millimeter exact gaat. Zonder die extra ruimte kun je ongewenste witte randjes krijgen.

Voorbeeld: Heeft je flyer een blauwe achtergrond? Laat het blauw dan ook doorlopen in de 3 mm afloop rondom.

Achterplat

Het achterplat is de stevige achterkant van de omslag van een boek met een harde kaft. Samen met het voorplat en de rug vormt het de buitenkant van het boek. Bij een softcover spreekt men meestal van een achteromslag in plaats van een hard achterplat.

Voorbeeld: Bij een hardcover fotoboek is de harde plaat aan de achterzijde het achterplat.

Acrylaat

Acrylaat is een verzamelnaam voor kunststoffen op basis van acryl. In de wereld van reclameborden bedoelt men hiermee vaak acrylaatplaat, ook wel acrylglas genoemd. Het materiaal kan helder, gekleurd of mat zijn en wordt veel gebruikt bij stijlvolle displays.

Voorbeeld: Een naambordje van helder kunststof kan van acrylaat zijn gemaakt.

Acrylglas

Acrylglas is een kunststof plaat die sterk op echt glas lijkt. Het is lichter dan glas en kan worden gebruikt voor fotopanelen, displays en reclameborden. Acrylglas is niet onbreekbaar: het kan bijvoorbeeld krassen of bij sterke belasting breken.

Voorbeeld: Een foto achter helder acrylglas krijgt een strakke, glanzende uitstraling.

Acryllak

Acryllak is een lak waarin acrylhars wordt gebruikt. Zo’n lak vormt een beschermende of decoratieve laag op een oppervlak. Hoe glanzend, stevig of slijtvast die laag is, hangt af van de precieze lak en de manier waarop deze wordt aangebracht.

Voorbeeld: Bij een bedrukt oppervlak kan een geschikte lak worden gebruikt om de uitstraling of bescherming te verbeteren.

Adobe Acrobat

Adobe Acrobat is een programma om PDF-bestanden te bekijken en, afhankelijk van de versie, ook te bewerken en controleren. Voor drukwerk is dat handig: je kunt bijvoorbeeld paginamaten bekijken, opmerkingen plaatsen en in de professionele versie bepaalde druktechnische eigenschappen nakijken.

Voorbeeld: Voordat je een brochure laat drukken, open je de PDF in Acrobat om de pagina’s en het formaat te controleren.

Adobe Express

Adobe Express is een online ontwerptool waarmee je met sjablonen eenvoudig afbeeldingen, posters en andere ontwerpen kunt maken. Je hoeft daarvoor geen professionele vormgever te zijn. Bij het bestellen van drukwerk moet je wel controleren of het gedownloade bestand aan de aanlevereisen voldoet.

Voorbeeld: Je maakt een uitnodiging met een sjabloon en controleert daarna het formaat en de afloop.

Adobe Illustrator

Adobe Illustrator is een ontwerpprogramma voor onder meer logo’s, pictogrammen en illustraties. Het werkt vooral met vormen en lijnen die je kunt vergroten zonder dat ze blokkerig worden; dat heet vectorwerk. Voor een scherp logo op zowel een visitekaartje als een groot bord is dat erg handig.

Voorbeeld: Eenzelfde vectorlogo kan klein op een pen en groot op een reclamebord worden gebruikt.

Adobe InDesign

Adobe InDesign is een programma waarmee je pagina’s met tekst en afbeeldingen netjes opmaakt. Het wordt veel gebruikt voor boeken, magazines, folders en brochures. Je kunt daarin bijvoorbeeld vaste pagina-indelingen, paginanummers en tekststijlen maken. Denk aan een boek waarin elke pagina dezelfde marges en koppen moet hebben: InDesign helpt om die opmaak consequent te houden. De uiteindelijke PDF moet nog wel op afloop, lettertypen en afbeeldingen worden gecontroleerd.

Voorbeeld: Een brochure van 24 pagina’s maak je overzichtelijk op in InDesign en exporteer je daarna als PDF.

Adobe Photoshop

Adobe Photoshop is een programma voor het bewerken van foto’s en afbeeldingen die uit pixels bestaan. Je kunt er bijvoorbeeld kleuren aanpassen, achtergronden verwijderen en foto’s bijsnijden. Bij een grote afdruk moet de foto nog steeds voldoende pixels hebben om scherp te blijven.

Voorbeeld: Je maakt een productfoto lichter en controleert of deze groot genoeg is om op een poster te drukken.

Adresseren

Adresseren betekent dat je een naam, adres of andere persoonlijke gegevens op drukwerk zet. Dat kan rechtstreeks op bijvoorbeeld een envelop, brief of kaart. Vaak krijgt ieder exemplaar een ander adres; dit heet variabel bedrukken.

Voorbeeld: Je verstuurt 500 uitnodigingen en laat op iedere envelop automatisch een ander adres drukken.

Afbeeldingsresolutie

Een digitale foto bestaat uit kleine beeldpuntjes: pixels. De afbeeldingsresolutie vertelt hoeveel van die pixels beschikbaar zijn bij het formaat waarop je de foto wilt afdrukken. Vaak gebruiken we daarvoor PPI: pixels per inch. Een foto kan op je scherm goed lijken, maar bij groot afdrukken toch onscherp worden.

Voorbeeld: Een kleine internetfoto kan korrelig worden wanneer je die vergroot tot een A2-poster.

Afdrukresolutie

Afdrukresolutie zegt hoe fijn een printer details op papier of een ander materiaal kan weergeven. Dit wordt vaak aangegeven in DPI, het aantal afdrukpuntjes per inch. Dat is iets anders dan de PPI van de foto die je aanlevert. Een printer met een hoge DPI kan niet automatisch ontbrekende details in een kleine foto terughalen.

Voorbeeld: Een foto met te weinig pixels blijft mogelijk onscherp, ook als de printer heel fijne inktpuntjes kan zetten.

Afdrukstand

Afdrukstand betekent of een ontwerp rechtop staat of juist breder dan hoog is. We noemen dat staand of liggend. Het kiezen van de juiste afdrukstand voorkomt dat je ontwerp verkeerd gedraaid wordt of niet goed op de pagina past.

Voorbeeld: Een menukaart van 148 × 210 mm is staand; draai je de maten om, dan is hij liggend.

Afdrukvoorbeeld

Een afdrukvoorbeeld laat op het scherm zien hoe een pagina of ontwerp er ongeveer uit zal zien als je het afdrukt. Je kunt daarmee onder andere de indeling, de positie van tekst en het aantal pagina’s controleren. Kleuren op een beeldscherm zijn niet altijd hetzelfde als op echt drukwerk.

Voorbeeld: Je bekijkt vóór het bestellen of het logo mooi in het midden van je flyer staat.

Affinity Designer

Affinity Designer is een programma om grafische ontwerpen te maken, zoals logo’s, illustraties en pictogrammen. Je kunt werken met schaalbare lijnen en vormen, maar ook met pixelafbeeldingen. Voor drukwerk is het belangrijk dat je het ontwerp uiteindelijk met de juiste instellingen exporteert.

Voorbeeld: Je tekent een logo in Affinity Designer en levert het als geschikte PDF aan.

Affinity Publisher

Affinity Publisher is een programma waarmee je documenten met meerdere pagina’s kunt opmaken. Denk aan brochures, tijdschriften en boekjes. Je kunt teksten, foto’s en vaste opmaakstijlen combineren, zodat iedere pagina netjes bij de rest past.

Voorbeeld: Je maakt een catalogus met paginanummers en exporteert die naar PDF voor de drukker.

Afloop

Afloop is een extra strook rondom je ontwerp die na het drukken wordt weggesneden. Die strook is nodig omdat een snijmachine een heel klein beetje kan afwijken. Laat je foto’s en achtergrondkleuren doorlopen in die strook, dan voorkom je witte randjes langs het eindresultaat. Belangrijke tekst houd je juist ruim binnen de snijrand.

Voorbeeld: Een A5-flyer van 148 × 210 mm met 3 mm afloop rondom lever je aan als 154 × 216 mm.

Afloopcontrole

Bij een afloopcontrole kijk je of een ontwerp genoeg extra beeld buiten de snijrand heeft. Vooral achtergronden en foto’s die tot aan de rand komen, moeten doorlopen in de afloop. Alleen een groter PDF-formaat maken is niet genoeg als de achtergrond zelf te vroeg stopt.

Voorbeeld: Een flyer heeft wel 3 mm extra ruimte, maar de blauwe achtergrond eindigt op het A5-formaat. De afloop is dan niet goed opgemaakt.

Afloopgebied

Het afloopgebied is de smalle rand buiten het uiteindelijke formaat van je drukwerk. Alles wat in deze rand staat, kan na het snijden verdwijnen. Daarom laat je hier wel achtergronden doorlopen, maar zet je er geen belangrijke tekst of logo’s.

Voorbeeld: De buitenste 3 mm van een aanleverbestand voor een standaardflyer vormen het afloopgebied.

Afpelrichting

Afpelrichting is de kant of richting waarin een sticker of etiket van het papier erachter wordt losgetrokken. Dat papier heet de drager. Vooral bij etiketten die met een machine worden aangebracht, kan de afpelrichting belangrijk zijn voor een goede verwerking.

Voorbeeld: Een etiketteermachine trekt etiketten van een rol. De gekozen richting moet bij de machine passen.

Afstandhouders

Afstandhouders zijn kleine bevestigingsonderdelen waarmee je een bord iets van de muur af monteert. Hierdoor blijft er een zichtbare ruimte tussen het bord en de muur, wat een nette, ruimtelijke uitstraling kan geven. Vaak worden ze gebruikt bij naamborden en panelen.

Voorbeeld: Een plexiglas bedrijfsbord hangt met vier metalen afstandhouders een stukje voor de muur.

Afvalstrook

Een afvalstrook is het deel van een vel of rol materiaal dat na het snijden of uitsnijden overblijft en niet bij het eindproduct hoort. Bij stickers op rol wordt het overtollige folie rondom de stickers vaak als één strook verwijderd. Dat maakt het makkelijker om de stickers later te gebruiken.

Voorbeeld: Rondom ronde stickers wordt de overgebleven zelfklevende folie weggehaald.

Afwerkformaat

Het afwerkformaat is de maat die je drukwerk uiteindelijk krijgt nadat het is gesneden of op maat gemaakt. Je kunt het ook eindformaat of nettoformaat noemen. Het kan dus kleiner zijn dan het aanleverbestand, waarin vaak nog afloop zit.

Voorbeeld: Je levert een bestand aan van 154 × 216 mm, maar ontvangt flyers met een afwerkformaat van 148 × 210 mm.

Afwerking

Afwerking is alles wat er met drukwerk gebeurt nadat het beeld erop is gedrukt. Denk aan snijden, vouwen, rillen, lamineren of het binden van een boekje. Sommige afwerkingen maken het product mooier, andere zorgen dat het steviger of praktischer wordt.

Voorbeeld: Een flyer wordt op maat gesneden; een gevouwen folder wordt daarna ook nog gevouwen.

AI-bestand

Een AI-bestand is een ontwerpbestand dat meestal is gemaakt in Adobe Illustrator en eindigt op.ai. Het kan schaalbare vormen, teksten en andere onderdelen bevatten. Zo’n bestand is vooral handig om een ontwerp later te kunnen aanpassen. Voor het drukken wordt vaak een geschikte PDF gevraagd.

Voorbeeld: Een ontwerper stuurt je het originele logo als .ai-bestand en daarnaast een PDF om te laten drukken.

Air vlaggendoek

Air vlaggendoek is een luchtdoorlatend textiel voor vlaggen en andere buitenreclame. Doordat wind deels door het doek kan gaan, wordt de winddruk op het doek beperkt. Hoe stevig of doorschijnend het materiaal is, verschilt per soort.

Voorbeeld: Voor een vlag op een winderige plek kan een geschikte luchtdoorlatende vlaggenstof interessant zijn.

Air-release folie

Air-release folie is zelfklevende folie met een speciale lijmlaag waarin lucht makkelijker kan ontsnappen tijdens het plakken. Zo kun je luchtbelletjes vaak eenvoudiger wegstrijken. Dat helpt vooral bij grotere stickers, al blijft zorgvuldig aanbrengen belangrijk.

Voorbeeld: Bij het plakken van een groot logo op een glad paneel kun je ingesloten lucht makkelijker naar buiten wrijven.

Alfakanaal

Een alfakanaal vertelt van elk deel van een digitale afbeelding hoe doorzichtig het is. Daardoor kan een afbeelding een transparante achtergrond hebben, in plaats van een wit vlak. Niet ieder bestandsformaat of drukproces gaat op dezelfde manier met transparantie om.

Voorbeeld: Een vrijstaand logo in een PNG-bestand kan dankzij transparantie over een gekleurde achtergrond worden geplaatst.

Aliasing

Aliasing is de naam voor zichtbare karteltjes of trapjes langs schuine lijnen en letters in een digitale afbeelding. Dit gebeurt wanneer er te weinig beeldpunten zijn om een vloeiende rand te laten zien. Op een groot scherm of bij vergroten valt het vaak extra op.

Voorbeeld: Een klein logo van internet krijgt rafelige randen wanneer je het sterk vergroot.

Alinea

Een alinea is een stukje tekst waarin zinnen bij elkaar horen. Door een nieuwe alinea te beginnen wanneer het onderwerp verandert, wordt een tekst prettiger om te lezen. In een brochure helpt dat om lange lappen tekst op te delen.

Voorbeeld: In een productfolder krijgt iedere belangrijke eigenschap zijn eigen alinea.

Alineastijl

Een alineastijl is een vooraf opgeslagen opmaak voor een heel tekstblok. Denk aan het lettertype, de grootte, de regelafstand en de ruimte boven of onder de tekst. Door zulke stijlen te gebruiken, ziet een brochure er overal hetzelfde uit en kun je de opmaak sneller aanpassen.

Voorbeeld: Je verandert de stijl van alle tussenkoppen en ze krijgen in één keer dezelfde nieuwe grootte.

Aluminium composiet

Aluminium composiet is plaatmateriaal met twee dunne lagen aluminium en daartussen een andere, meestal kunststof kern. Het materiaal is relatief licht en toch stevig. Daarom wordt het veel gebruikt voor reclameborden en panelen. Dibond is een bekende merknaam voor een soort aluminium composiet.

Voorbeeld: Een bedrijfsbord voor aan de gevel kan worden gemaakt van een aluminium composietpaneel van 3 mm.

Aluminium textielframe

Een aluminium textielframe is een frame waarin een bedrukt doek strak wordt gespannen. Vaak zit er aan de rand van het doek een flexibele pees die in een gleuf van het frame wordt gedrukt. Het doek is daardoor meestal gemakkelijk te vervangen zonder het hele frame te vernieuwen.

Voorbeeld: Voor een beursstand wissel je alleen de textielprint terwijl het aluminium frame blijft hangen.

AM-raster

Een AM-raster is een manier om foto’s en kleurverlopen met heel kleine drukpuntjes af te beelden. De puntjes staan ongeveer op vaste afstanden van elkaar, maar worden groter of kleiner om lichte en donkere delen te maken. Met het blote oog zie je meestal een vloeiend beeld.

Voorbeeld: In een gedrukt tijdschrift lijkt een grijze foto egaal, maar onder een vergrootglas zie je kleine rasterpuntjes.

Anamorfose

Een anamorfose is een afbeelding die bewust vervormd is. Kijk je er vanaf de juiste plek naar, dan lijkt het beeld weer normaal of zelfs driedimensionaal. Deze techniek wordt soms gebruikt voor opvallende vloerreclame of andere bijzondere presentaties.

Voorbeeld: Een tekening op de vloer lijkt vanuit één kijkhoek op een gat in de grond.

Aniloxrol

Een aniloxrol is een speciale rol in bepaalde drukmachines die een nauwkeurig afgemeten hoeveelheid inkt of lak doorgeeft. Op de rol zitten piepkleine vakjes die de vloeistof vasthouden. Zo kan de machine steeds ongeveer evenveel aanbrengen.

Voorbeeld: Bij flexodruk op verpakkingsmateriaal helpt een aniloxrol de inkt gelijkmatig te verdelen.

Ankerpunt

Een ankerpunt is een punt op een digitale lijn of vorm in een tekenprogramma. Samen met andere punten bepaalt het hoe de lijn loopt en waar een bocht zit. Door punten te verplaatsen, verander je de vorm zonder opnieuw te hoeven tekenen.

Voorbeeld: Je maakt een rond logo iets ovaler door enkele ankerpunten van de vorm te verschuiven.

Anleg

Anleg is een aanslag of vaste rand waartegen een vel papier in een machine wordt gelegd. Zo komen de vellen steeds op dezelfde plaats terecht. Dat is belangrijk bij drukken, snijden of vouwen, omdat het werk anders kan verschuiven.

Voorbeeld: Bij het snijden worden de vellen tegen een vaste rand gelegd, zodat de stapel gelijk wordt gesneden.

Anti-kras laminaat

Anti-kras laminaat is een beschermende folie over drukwerk die beter bestand is tegen oppervlakkige krasjes dan een gewone folie. Dat betekent niet dat krassen onmogelijk zijn. De bescherming verschilt per type laminaat en hoe het product wordt gebruikt.

Voorbeeld: Een menukaart die vaak wordt vastgepakt kan met een geschikt anti-kras laminaat langer netjes blijven.

Antialiasing

Antialiasing is een techniek die de rand van letters en vormen op een scherm minder kartelig laat lijken. De computer maakt overgangspixels iets zachter, zodat schuine lijnen vloeiender ogen. Het verbetert de weergave, maar maakt een afbeelding met te weinig pixels niet automatisch geschikt voor groot drukwerk.

Voorbeeld: Een kleine letter op een computerscherm ziet er dankzij antialiasing minder getrapt uit.

Antisliplaminaat

Antisliplaminaat is een beschermende laag met een stroever oppervlak. Deze wordt bijvoorbeeld gebruikt op vloerstickers, zodat het oppervlak minder glad is. Of een product echt geschikt is voor een bepaalde vloer hangt ook af van de ondergrond, de toepassing en eventuele slipweerstandseisen.

Voorbeeld: Een tijdelijke vloersticker in een winkel kan worden voorzien van geschikt antisliplaminaat.

Applicatiefolie

Applicatiefolie is een tijdelijke hulpfolie waarmee je losse letters of uitgesneden stickervormen in één keer kunt overzetten. Ze houdt alle delen tijdens het plakken op de juiste plaats. Na het aanbrengen trek je de applicatiefolie er voorzichtig af en blijft de eigenlijke sticker zitten.

Voorbeeld: Bij een bedrijfsnaam in losse plakletters zorgt applicatiefolie dat alle letters netjes op één lijn komen.

Archiefpapier

Archiefpapier is papier dat geschikt is bedoeld voor het langdurig bewaren van documenten. Het wordt zo gemaakt of getest dat het minder snel achteruitgaat dan gewoon papier, bijvoorbeeld door eisen aan de samenstelling. Niet ieder papier dat “zuurvrij” wordt genoemd voldoet automatisch aan alle archiefeisen.

Voorbeeld: Voor documenten die tientallen jaren bewaard moeten blijven, kan gecertificeerd archiefpapier een goede keuze zijn.

Artboard

Een artboard is een afgebakend ontwerpvlak in grafische software. Je kunt het zien als een digitaal vel papier waarop je een ontwerp maakt. In één bestand kun je soms meerdere artboards gebruiken, bijvoorbeeld voor verschillende formaten of varianten.

Voorbeeld: Je maakt in één Illustrator-bestand een artboard voor de voorkant en één voor de achterkant van een kaart.

ArtBox

Een ArtBox is een speciaal vak in een PDF dat kan aangeven welk deel van een pagina als belangrijk beeld- of inhoudsgebied wordt beschouwd. Een PDF kan meerdere van zulke paginavakken bevatten. De ArtBox is niet hetzelfde als het uiteindelijke snijformaat; daarvoor wordt vaak de TrimBox gebruikt.

Voorbeeld: Bij het controleren van een PDF kan de ArtBox kleiner zijn dan de volledige pagina, zonder dat dit het bestelformaat bepaalt.

Artikelnummer

Een artikelnummer is een unieke code waarmee een product of uitvoering kan worden herkend. Zo kunnen een klant en leverancier precies terugvinden om welke variant het gaat. Het is vooral handig als producten bijna dezelfde naam hebben.

Voorbeeld: Een witte envelop in C5-formaat heeft in het systeem een ander artikelnummer dan dezelfde envelop in C4.

Aspectratio

Aspectratio betekent de verhouding tussen de breedte en hoogte van een afbeelding. Je schrijft die verhouding bijvoorbeeld als 16:9 of 4:3. Als je die verhouding verandert zonder goed bij te snijden, kan een foto uitgerekt of samengedrukt lijken.

Voorbeeld: Een brede foto van 16:9 past niet vanzelf netjes in een vierkant fotovak.

Autolock bodem

Een autolock bodem is een slimme bodemconstructie van een kartonnen doos. Wanneer je de platgeleverde doos openvouwt, klappen de bodemflappen automatisch in elkaar en haken ze vast. Daardoor is de doos snel op te zetten, zonder dat je iedere bodemflap apart hoeft dicht te maken.

Voorbeeld: Bij het inpakken van tientallen producten zet je doosjes met een autolock bodem snel achter elkaar op.

Automatische inhoudsopgave

Een automatische inhoudsopgave is een overzicht van hoofdstukken en paginanummers dat een opmaakprogramma voor je samenstelt. Het programma gebruikt daarvoor de koppen die je als titel of hoofdstuk hebt gemarkeerd. Verandert er iets in de volgorde of paginanummers, dan kun je het overzicht opnieuw laten bijwerken.

Voorbeeld: Voeg je een hoofdstuk toe aan een boek, dan werk je de inhoudsopgave bij zonder alle nummers over te typen.

Automatiseringsscript

Een automatiseringsscript is een klein programma dat steeds terugkerende handelingen automatisch uitvoert. In grafische software kan het bijvoorbeeld bestanden hernoemen, formaten controleren of afbeeldingen achter elkaar exporteren. Dat bespaart tijd, maar een script moet goed worden getest om fouten niet steeds te herhalen.

Voorbeeld: Een vormgever laat met één script honderd afbeeldingen exporteren naar hetzelfde bestandsformaat.

Autotrace

Autotrace is een functie waarmee een programma probeert een afbeelding van pixels om te zetten naar vormen en lijnen. Zo’n resultaat kun je vaak groter maken zonder dat de buitenlijnen blokkerig worden. Bij kleine of onscherpe bronbestanden moet je de omgezette vormen meestal nog handmatig verbeteren.

Voorbeeld: Je zet een eenvoudig zwart-wit logo uit een JPG om naar vectorvormen voor een groot reclamebord.

B

B-golf

B-golf is een soort golfkarton. Binnenin het karton zit een gegolfde papierlaag tussen vlakke lagen papier. Bij B-golf zijn de golven relatief laag en zitten ze dicht bij elkaar. Daardoor kan het karton geschikt zijn voor bepaalde verpakkingen en druktoepassingen waarbij een vlak oppervlak belangrijk is. Hoe stevig een doos uiteindelijk is, hangt niet alleen van de golfsoort af, maar ook van het papier, de opbouw en het ontwerp van de doos.

Voorbeeld: Voor een bedrukte verzenddoos kan golfkarton met B-golf worden gebruikt als de gekozen constructie voldoende bescherming biedt.

B-s1,d0

Een Europese brandreactieklasse voor bouwproducten. De code geeft aan dat het materiaal beperkt bijdraagt aan brand, weinig rook ontwikkelt en geen brandende druppels vormt binnen de test.

Voorbeeld: Voor reclamepanelen in een openbaar gebouw kan om deze brandklasse worden gevraagd.

Backlit banner

Een backlit banner is een bedrukt doek dat speciaal bedoeld is om van achteren te worden verlicht. Denk aan een reclameafbeelding in een lichtbak. Het licht schijnt door het doek heen, waardoor kleuren en afbeeldingen ook in een donkere omgeving goed zichtbaar zijn. Niet ieder spandoek werkt hiervoor: een gewoon, ondoorzichtig doek kan het licht tegenhouden. Bij een backlit banner moeten het doek, de bedrukking en de verlichting goed op elkaar zijn afgestemd.

Voorbeeld: Je ziet in een winkelcentrum een grote reclameafbeelding die van binnenuit oplicht. Daar kan een backlit banner in een verlicht frame voor zijn gebruikt.

Backlit folie

Backlit folie is een speciale bedrukbare folie voor reclame die van achteren wordt verlicht. De folie laat licht door, zodat het ontwerp in een lichtbak of verlicht display opvalt. Het is belangrijk dat de afbeelding ook mét verlichting goed leesbaar blijft; een ontwerp dat er onverlicht prachtig uitziet, kan met licht erachter anders overkomen. De juiste folie hangt af van het soort display en de manier waarop de afbeelding wordt bevestigd.

Voorbeeld: Een verlichte menukaart in een restaurant kan een bedrukte backlit folie achter een transparante plaat hebben.

Backlit textiel

Backlit textiel is een stof waarop je een afbeelding kunt laten drukken en die geschikt is voor verlichting van achteren. De stof wordt bijvoorbeeld strak in een textielframe gespannen. Als de verlichting achter het doek aangaat, wordt de afbeelding helder zichtbaar. Een belangrijk verschil met gewoon textiel is dat backlit stof speciaal is gemaakt om het licht op een geschikte manier door te laten en te verspreiden. Daardoor zie je de lampen achter het doek minder snel als afzonderlijke lichtpunten.

Voorbeeld: Bij een beursstand kan een groot verlicht textielframe met een bedrukte afbeelding worden gebruikt.

Band en koord

Met band en koord bedoelen we linten, banden en touwtjes die bij drukwerk of verpakkingen worden gebruikt. Je kunt er iets mee vastbinden, ophangen, sluiten of versieren. Het is geen druktechniek, maar een manier om een product af te werken of te presenteren. De keuze voor een brede band, een dun koord of een decoratief lint hangt af van het gewicht van het product en de uitstraling die je wilt.

Voorbeeld: Een luxe geschenkdoos kan worden dichtgebonden met een lint. Een hanglabel kan met een dun koord aan een product worden bevestigd.

Banderol

Een smalle strook papier of ander materiaal die om een product of stapel wordt gedaan. Zo houd je de inhoud bij elkaar of voeg je extra informatie toe. De banderol kan bedrukt worden met een logo of een korte boodschap. Je schuift de strook om het product; het is dus niet hetzelfde als een doos of een volledig omslag.

Voorbeeld: Rond een set ansichtkaarten zit een bedrukte papieren banderol.

Banding

Banding betekent dat je ongewenste strepen of banen in een afbeelding ziet. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer een vloeiend kleurverloop niet mooi geleidelijk overgaat of wanneer een printer zichtbare afdrukbanen maakt. Er kunnen verschillende oorzaken zijn, zoals het digitale bestand, de gekozen exportinstellingen of het printproces. Je kunt de oorzaak daarom niet altijd aan de afbeelding alleen zien. Vooral grote egale vlakken en zachte verlopen maken banding snel zichtbaar.

Voorbeeld: Een achtergrond moet langzaam van donkerblauw naar lichtblauw verlopen, maar op de afdruk zie je duidelijk verschillende kleurstroken.

Bandvorming

Dit begrip hoort bij Banding. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Baniervlag

Een baniervlag is een langwerpige reclamevlag die meestal verticaal langs een vlaggenmast hangt. Vaak houdt een horizontale arm de bovenkant van de vlag open, zodat de afbeelding ook bij weinig wind zichtbaar blijft. Zo kun je een logo of boodschap over een groot, smal oppervlak laten zien. Het verschil met een gewone vlag is vooral de manier waarop de baniervlag wordt opgehangen en gepresenteerd. Let bij het ontwerpen goed op de verhouding tussen breedte en hoogte.

Voorbeeld: Voor een bedrijfspand hangt een smalle, hoge vlag met het bedrijfslogo. De bovenkant blijft dankzij de vlaggenarm uitgespreid.

Bankpostpapier

Bankpostpapier is een traditionele benaming voor relatief licht papier dat vaak wordt gebruikt voor brieven en correspondentie. De naam zegt niet automatisch precies hoe dik, glad of wit het papier is; die eigenschappen verschillen per uitvoering. Het papier voelt doorgaans minder zwaar aan dan dik kaartpapier en is prettig wanneer je meerdere vellen wilt versturen of opbergen. Controleer bij een bestelling daarom altijd de opgegeven papiersoort en het grammage, in plaats van alleen op de naam af te gaan.

Voorbeeld: Een nette zakelijke brief wordt op licht schrijfpapier gedrukt. Bankpostpapier is een mogelijke papiersoort daarvoor.

Banner 510

Banner 510 is een veelgebruikte aanduiding voor stevig spandoekmateriaal met een gewicht van ongeveer 510 gram per vierkante meter. Het getal verwijst dus naar het gewicht van het doek, niet naar de dikte in millimeters. Zulke doeken worden vaak gebruikt voor reclamebanners en spandoeken. De precieze eigenschappen, zoals brandclassificatie, lichtdoorlaatbaarheid en geschiktheid voor buiten, hangen af van het specifieke materiaal. Ga daarom niet alleen op het getal 510 af.

Voorbeeld: Voor een tijdelijk reclamespandoek bij een evenement kan een bannerdoek van circa 510 g/m² worden gekozen.

Banner 610

Banner 610 is een aanduiding die bij bepaalde zwaardere soorten bannermateriaal wordt gebruikt, doorgaans rond 610 gram per vierkante meter. Sommige uitvoeringen hebben een laag die licht tegenhoudt, bijvoorbeeld wanneer het doek aan beide kanten wordt bedrukt. Niet iedere banner met dit gewicht heeft automatisch dezelfde eigenschappen. Controleer daarom of de gekozen variant geschikt is voor de toepassing en of enkel- of dubbelzijdige bedrukking mogelijk is.

Voorbeeld: Een dubbelzijdige kioskvlag kan een speciaal lichtblokkerend bannermateriaal gebruiken, zodat de afbeeldingen minder door elkaar heen schijnen.

Bannermateriaal

Bannermateriaal is een verzamelnaam voor materialen waarop grote reclameafbeeldingen worden gedrukt. Denk aan stevige spandoekdoeken, lichtdoorlatende doeken en materialen die juist bijna geen licht doorlaten. Niet elk bannermateriaal is geschikt voor dezelfde plek: een banner aan een hek moet bijvoorbeeld tegen andere omstandigheden kunnen dan een verlichte reclame binnen. Kijk daarom naar het gebruik, de bevestiging, de gewenste uitstraling en de productspecificaties.

Voorbeeld: Een spandoek buiten aan een bouwhek vraagt om een andere materiaalkeuze dan een doek in een verlicht beursframe.

Barcode

Een barcode is een code die een apparaat kan lezen, meestal als zwarte strepen met witte ruimtes ertussen. De code verwijst bijvoorbeeld naar een productnummer, voorraadartikel of verzendinformatie. De streepjes zelf zijn dus niet de volledige productomschrijving: een scanner gebruikt de code om de juiste gegevens in een systeem op te zoeken. Voor goed scannen zijn onder andere voldoende contrast, een passend formaat en een rustige ruimte om de code belangrijk.

Voorbeeld: Op een verzenddoos staat een barcode. De vervoerder scant die om het pakket tijdens het vervoer te registreren.

Barrier coating

Een barrier coating is een speciale beschermlaag op papier of karton. Die laag moet ervoor zorgen dat bijvoorbeeld vet, vocht of andere stoffen minder gemakkelijk door het materiaal heen komen. Welke bescherming de coating precies geeft, verschilt per product. Een coating die goed tegen vet werkt, is niet automatisch ook waterdicht of geschikt voor direct contact met voedsel. Daarvoor moet je altijd de betreffende materiaalspecificaties controleren.

Voorbeeld: Een papieren verpakking voor een vettige snack kan een speciale laag hebben die helpt om vetvlekken aan de buitenkant te beperken.

Baseline

De baseline is een denkbeeldige horizontale lijn waarop de meeste letters van een tekstregel staan. Je ziet die lijn meestal niet in het uiteindelijke ontwerp, maar ontwerpsoftware gebruikt hem om tekst netjes op zijn plaats te zetten. Sommige letters, zoals de g en de p, steken met een stukje onder deze lijn uit. Door tekstregels op dezelfde basislijn uit te lijnen, oogt een pagina rustiger en netter.

Voorbeeld: Op een visitekaartje staan een naam en een telefoonnummer naast elkaar. Met een goede basislijn lijken ze netjes op één lijn te staan.

Baseline-grid

Een baseline-grid is een onzichtbaar raster van horizontale hulplijnen in een opmaakprogramma. Het helpt om tekstregels op verschillende plekken in een document op dezelfde hoogte te laten beginnen. Vooral bij boeken, tijdschriften en brochures met meerdere kolommen kan dat verschil maken: zonder raster kunnen regels van de ene kolom net verspringen ten opzichte van de andere. Je hoeft het raster niet mee te drukken; het is alleen een hulpmiddel tijdens de opmaak.

Voorbeeld: In een brochure met twee tekstkolommen blijven de regels links en rechts gelijk lopen dankzij een baseline-grid.

Basislijn

Dit begrip hoort bij Baseline. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Batchcode

Een batchcode is een herkenningscode voor producten die tot dezelfde productieronde behoren. Daarmee kan een fabrikant achterhalen wanneer of in welke groep een product is gemaakt. Dat is handig bij kwaliteitscontrole of als later een probleem wordt ontdekt. Een batchcode is dus iets anders dan een artikelnummer: verschillende productierondes van hetzelfde artikel kunnen verschillende batchcodes krijgen.

Voorbeeld: Op twee verpakkingen van hetzelfde product staat hetzelfde artikelnummer, maar een andere batchcode omdat ze op een andere dag zijn geproduceerd.

Batchverwerking

Batchverwerking betekent dat een computer meerdere bestanden of opdrachten achter elkaar verwerkt met dezelfde instellingen. Je hoeft dan niet elk bestand afzonderlijk te openen en precies dezelfde handeling opnieuw uit te voeren. Dat bespaart tijd en verkleint de kans op verschillen, zolang de instellingen voor al die bestanden geschikt zijn. In de grafische wereld wordt batchverwerking bijvoorbeeld gebruikt bij het omzetten of controleren van grote aantallen afbeeldingen en PDF-bestanden.

Voorbeeld: Een ontwerper moet vijftig foto’s verkleinen. Met batchverwerking kan het programma alle foto’s in één bewerking aanpassen.

Beachflag

Een beachflag is een opvallende reclamevlag aan een flexibele mast. De vlag heeft vaak een gebogen of druppelachtige vorm en wordt gebruikt om een bedrijf, winkel of evenement onder de aandacht te brengen. Ondanks de naam staat een beachflag lang niet alleen op het strand: je ziet hem ook bij winkels, beurzen en sportevenementen. De vlag wordt meestal met een geschikte voet of grondpen geplaatst. Welke bevestiging veilig is, hangt af van de locatie en de wind.

Voorbeeld: Bij de ingang van een winkel staat een beachflag met de tekst “Welkom”. Door de hoge vorm valt de vlag al van een afstand op.

Beeldbewerking

Beeldbewerking is het aanpassen van een foto of afbeelding op de computer. Je kunt bijvoorbeeld een foto bijsnijden, een kleur corrigeren, vlekjes verwijderen of de helderheid veranderen. Voor drukwerk is het belangrijk om niet alleen naar het scherm te kijken, maar ook naar het formaat en de kwaliteit waarin de afbeelding straks wordt afgedrukt. Een mooie foto kan namelijk toch onscherp worden als je hem veel te groot gebruikt.

Voorbeeld: Een productfoto is wat donker. Je maakt hem lichter en snijdt de lege achtergrond weg voordat je hem in een brochure zet.

Beeldcompressie

Beeldcompressie betekent dat een digitaal afbeeldingsbestand kleiner wordt gemaakt. Dat is handig als een bestand anders erg veel opslagruimte inneemt of lastig te versturen is. Sommige technieken bewaren alle beeldgegevens; andere gooien een deel van de informatie weg om het bestand extra klein te maken. Bij die laatste vorm kan de kwaliteit achteruitgaan, vooral als je steeds opnieuw opslaat. Daarom is de kleinste bestandsgrootte niet altijd de beste keuze voor drukwerk.

Voorbeeld: Je verstuurt een foto als sterk gecomprimeerde JPG. Op het scherm lijkt die nog goed, maar in een grote poster kunnen blokjes of onscherpe randen zichtbaar worden.

Beeldscherpte

Beeldscherpte zegt hoe duidelijk je de details en randen in een foto ziet. Bij een scherpe foto herken je bijvoorbeeld haren, letters en fijne lijnen goed. Als de camera heeft bewogen of niet goed heeft scherpgesteld, kan een foto wazig zijn. Een hoge resolutie maakt een wazige foto niet vanzelf scherp: veel pixels kunnen ook een onscherp beeld bevatten. Controleer daarom zowel de scherpte als de resolutie voordat je een afbeelding groot laat drukken.

Voorbeeld: Een groepsfoto is gemaakt terwijl iemand bewoog. Zelfs met een groot bestand blijft het gezicht van die persoon onscherp op de poster.

Beeldverhouding

De beeldverhouding is de verhouding tussen de breedte en hoogte van een afbeelding. Een vierkante afbeelding heeft bijvoorbeeld een andere beeldverhouding dan een liggende foto. Als je de breedte los van de hoogte verandert, kunnen mensen en voorwerpen onnatuurlijk breed of smal worden. Wil je een afbeelding in een ander formaat gebruiken, dan moet je meestal een stukje bijsnijden of ruimte toevoegen.

Voorbeeld: Je hebt een liggende foto, maar wilt er een vierkante sticker van maken. Dan snijd je een deel van de zijkanten weg in plaats van de foto samen te drukken.

Bestandsnaamconventie

Een bestandsnaamconventie is een vaste afspraak over hoe je bestanden noemt. Daarmee kun je snel zien welk bestand bij welke opdracht hoort, welke versie het is en of het om de voor- of achterkant gaat. Zonder duidelijke namen ontstaan gemakkelijk fouten, vooral als bestanden “definitief”, “definitief2” en “echt-definitief” heten. Gebruik daarom korte, herkenbare namen en zet een versienummer of datum erbij als dat nodig is.

Voorbeeld: Voor een flyer gebruik je bijvoorbeeld “flyer_A5_voorkant_v03.pdf” en “flyer_A5_achterkant_v03.pdf”.

Bestandsresolutie

De bestandsresolutie beschrijft hoeveel digitale beeldinformatie een afbeelding bevat. Voor een foto gaat het onder andere om het aantal pixels. Of dat genoeg is voor drukwerk, hangt af van hoe groot je de afbeelding afdrukt: dezelfde foto kan op een klein kaartje scherp zijn, maar op een grote poster te weinig detail hebben. Daarom beoordelen we de kwaliteit bij het formaat waarop je de afbeelding wilt gebruiken en niet alleen op basis van de bestandsgrootte.

Voorbeeld: Een afbeelding van 1200 pixels breed kan geschikt zijn voor een kleine toepassing, maar te weinig details bevatten voor een groot wandpaneel.

Bewegwijzering

Bewegwijzering bestaat uit borden, stickers of andere aanwijzingen die mensen helpen de juiste route te vinden. Denk aan pijlen naar de uitgang, de receptie of een bepaalde afdeling. Goede bewegwijzering is vooral duidelijk: bezoekers moeten in één oogopslag begrijpen waar ze heen moeten. Dat betekent voldoende grote letters, herkenbare symbolen en een plek waar de aanwijzing goed zichtbaar is. Het materiaal kies je passend bij gebruik binnen of buiten.

Voorbeeld: In een kantoor wijzen borden bezoekers van de ingang naar de receptie en vergaderruimtes.

Bijdruk

Bijdruk betekent dat je extra exemplaren laat maken van drukwerk dat al eerder is geproduceerd. Het lijkt eenvoudig: je stuurt hetzelfde bestand opnieuw in. Toch kunnen kleuren of materialen bij een nieuwe productieronde iets afwijken. Dat kan bijvoorbeeld komen door verschillen in papier, inkt of drukinstellingen. Wil je zo dicht mogelijk bij de vorige oplage blijven, gebruik dan hetzelfde drukbestand en geef de eerdere opdrachtgegevens door.

Voorbeeld: Je hebt nog 500 brochures nodig van een ontwerp dat vorig jaar al is gedrukt. Dat is een bijdruk.

Binnenliner

De binnenliner is de vlakke papierlaag aan de binnenkant van een stuk golfkarton. Tussen de binnenliner en de buitenste papierlaag zit de gegolfde laag die het karton zijn vorm en een deel van zijn stevigheid geeft. Als je een doos openvouwt, kun je de binnenliner vaak aan de binnenzijde zien. De eigenschappen van deze papierlaag hebben invloed op de kwaliteit van het totale karton.

Voorbeeld: Bij een kartonnen verzenddoos is de gladde binnenkant van het karton de binnenliner.

Binnenmarge

De binnenmarge is de vrije ruimte aan de kant van een pagina waar die wordt ingebonden. Bij een boek of brochure kan tekst anders te dicht bij de rug komen te staan en lastig leesbaar worden. Daarom laat je aan de binnenkant vaak bewust wat extra ruimte vrij. Hoeveel je nodig hebt, hangt onder andere af van het aantal pagina’s en de manier van binden. Een binnenmarge is iets anders dan afloop, die juist buiten het uiteindelijke snijformaat zit.

Voorbeeld: Bij een dik boek plaats je de tekst niet vlak tegen de rug, zodat de lezer de woorden ook bij het openhouden goed kan zien.

Binnenreclame

Binnenreclame is reclamemateriaal dat bedoeld is voor gebruik in een gebouw, bijvoorbeeld in een winkel, kantoor of beursstand. Denk aan posters, displays, wandpanelen en reclameborden. Omdat het materiaal meestal niet langdurig aan regen en wind wordt blootgesteld, zijn er andere eisen dan bij buitenreclame. Toch moet je ook binnen letten op veiligheid, bevestiging, schoonmaak en eventuele brandveiligheidseisen van de locatie.

Voorbeeld: Een grote poster achter de kassa of een bedrukt paneel in de ontvangstruimte is een vorm van binnenreclame.

Binnenwerk

Het binnenwerk bestaat uit alle pagina’s van een boek, catalogus of brochure, zonder de omslag. De omslag is dus de buitenkant; het binnenwerk is wat je leest als je het product openslaat. Het binnenwerk kan op ander papier worden gedrukt dan de omslag en ook een andere dikte hebben. Bij het bestellen van een brochure is het daarom belangrijk om apart naar het aantal pagina’s van het binnenwerk en de uitvoering van de omslag te kijken.

Voorbeeld: Een brochure heeft een stevige omslag en 32 pagina’s met tekst en foto’s. Die 32 pagina’s vormen het binnenwerk.

Biobased

Biobased betekent dat een materiaal geheel of gedeeltelijk is gemaakt van grondstoffen uit levende natuur, zoals planten. Het woord zegt op zichzelf niet hoeveel van het materiaal biobased is en ook niet of het automatisch milieuvriendelijker is. Een biobased kunststof kan bijvoorbeeld nog steeds lang meegaan en hoeft niet vanzelf afbreekbaar te zijn. Kijk daarom altijd naar het aangegeven aandeel biobased grondstoffen en naar de precieze eigenschappen van het materiaal.

Voorbeeld: Een verpakkingsfolie kan gedeeltelijk uit plantaardige grondstoffen zijn gemaakt. Dat maakt de folie biobased, maar niet vanzelf composteerbaar.

Biodegradeerbaar

Biodegradeerbaar betekent dat een materiaal onder bepaalde omstandigheden door kleine organismen kan worden afgebroken. Dat klinkt eenvoudig, maar de omstandigheden zijn belangrijk: temperatuur, vocht en tijd maken veel verschil. Een materiaal dat in een speciale installatie wordt afgebroken, verdwijnt niet noodzakelijk ook in de natuur. Het woord is daarom geen toestemming om afval zomaar buiten weg te gooien. Controleer altijd welke afbreekomstandigheden en eventuele normen voor het specifieke product gelden.

Voorbeeld: Een verpakking kan onder gecontroleerde omstandigheden afbreekbaar zijn, maar hoort nog steeds bij de juiste afvalstroom.

Bitdiepte

Bitdiepte vertelt hoeveel verschillende digitale waarden een afbeelding kan opslaan voor een pixel of kleurkanaal. Je kunt het vergelijken met het aantal kleine stapjes waaruit een kleurverloop kan worden opgebouwd. Meer bitdiepte geeft bij beeldbewerking vaak meer ruimte om kleuren en lichte of donkere delen aan te passen zonder zichtbare sprongen. Dat betekent niet automatisch dat elke afdruk mooier wordt; ook de foto, de bewerking en het drukproces tellen mee.

Voorbeeld: Bij een foto met een zachte lucht kun je tijdens de bewerking met meer bitdiepte vaak subtielere kleurovergangen behouden.

Bitmap

Een bitmap is een afbeelding die is opgebouwd uit heel veel kleine gekleurde of zwarte puntjes: pixels. Foto’s zijn meestal bitmaps. Als je zo’n afbeelding te veel vergroot, kunnen de losse pixels zichtbaar worden en wordt het beeld minder scherp. Dat is het belangrijkste verschil met een vectorafbeelding, waarbij lijnen en vormen zonder dit soort kwaliteitsverlies kunnen worden vergroot. Voor drukwerk moet een bitmap daarom voldoende pixels hebben voor het gekozen formaat.

Voorbeeld: Een kleine JPG-foto van internet kan er op een visitekaartje goed uitzien, maar op een groot reclamebord onscherp worden.

Bladzijde

Een bladzijde is één kant van een vel papier in een boek of brochure. Een los vel heeft normaal gesproken twee zijden en kan dus twee bladzijden opleveren als beide kanten worden meegeteld. Dat verschil is belangrijk bij het bestellen van brochures: het aantal pagina’s is niet hetzelfde als het aantal vellen papier. De uiteindelijke opbouw hangt ook af van de bindwijze en of er blanco pagina’s worden gebruikt.

Voorbeeld: Een brochure van 16 pagina’s heeft niet 16 losse vellen nodig; bij dubbelzijdig drukken zijn het vier gevouwen vellen van vier pagina’s.

Blanco zijde

Een blanco zijde is een kant van een vel papier of kaart waarop bewust niets wordt gedrukt. Blanco betekent hier dus niet dat het bestand ontbreekt of dat de drukker iets vergeten is. Bij dubbelzijdig drukwerk kun je soms kiezen om alleen de voorkant te bedrukken en de achterkant leeg te laten. Geef dat bij het aanleveren duidelijk aan, zodat er geen verwarring ontstaat over de bedoeling.

Voorbeeld: Op de voorkant van een ansichtkaart staat een foto, terwijl de achterkant grotendeels blanco blijft om er zelf iets op te schrijven.

Blauwe Engel

Een Duits milieukeurmerk, ook bekend als Blauer Engel, met eisen die per productgroep verschillen. Bij papier kan het onder meer gaan om het gebruik van gerecyclede vezels. Het keurmerk wordt niet zomaar voor ieder papier of iedere verpakking afgegeven. Controleer daarom altijd of de betreffende productvariant aantoonbaar aan de voorwaarden van de juiste productgroep voldoet.

Voorbeeld: Je kiest papier met het keurmerk voor een duurzaamheidsgericht project.

Bleed

Dit begrip hoort bij Afloop. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Bleed-instelling

Dit begrip hoort bij Afloop. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

BleedBox

De BleedBox is een instelling in een PDF die aangeeft tot waar de afloop van de pagina loopt. Afloop is de extra rand rondom het ontwerp die later wordt weggesneden. De BleedBox kan daarom groter zijn dan de TrimBox, die het uiteindelijke snijformaat aangeeft. Drukwerksoftware gebruikt die informatie om te zien welk gedeelte van het bestand beschikbaar is voor de afwerking. De precieze PDF-instellingen moet je wel laten aansluiten op de aanleverspecificaties.

Voorbeeld: Een A5-flyer heeft als eindformaat 148 × 210 mm. Met 3 mm afloop rondom kan de BleedBox overeenkomen met 154 × 216 mm.

Blending mode

Een blending mode, ook wel overvloeimodus genoemd, bepaalt hoe twee lagen in een ontwerp op elkaar reageren. Plaats je bijvoorbeeld een gekleurd vlak over een foto, dan kun je instellen of het vlak de foto bedekt of dat de kleuren zich met elkaar mengen. Op het scherm kan dat er mooi uitzien, maar bij het maken van een drukbestand kunnen transparantie en kleurinstellingen invloed hebben op het resultaat. Controleer daarom altijd de export en een geschikte drukvoorbeeldweergave.

Voorbeeld: Je zet een halfdoorzichtig blauw vlak over een foto. Met een overvloeimodus krijgt de afbeelding een andere kleurwerking.

Blind verzenden

Een bestelling rechtstreeks naar de eindklant sturen zonder dat de oorspronkelijke leverancier duidelijk op de verpakking of documenten staat. De precieze afspraken verschillen per dienstverlener. De ontvanger krijgt het pakket dan alsof het rechtstreeks van het ontwerpbureau of de winkel komt. Vraag vooraf na welke naam op het verzendetiket en de pakbon mag staan, want blind verzenden betekent niet overal hetzelfde.

Voorbeeld: Een ontwerpbureau laat drukwerk direct bij zijn klant bezorgen.

Blinddruk

Blinddruk is een afwerking waarbij een vorm of tekst in het papier wordt gedrukt zonder gekleurde inkt of folie te gebruiken. Je ziet en voelt daardoor een verhoogd of verdiept reliëf. Omdat er geen kleur wordt toegevoegd, komt het effect vooral van licht en schaduw op het oppervlak. Blinddruk wordt vaak gekozen voor een rustige, luxe uitstraling. Hoe duidelijk het reliëf zichtbaar is, hangt onder andere af van het papier en de gekozen vorm.

Voorbeeld: Op een luxe uitnodiging staat het logo niet in kleur gedrukt, maar als subtiel voelbare indruk in het papier.

Blindfrezen

Blindfrezen betekent dat een frees een groef of vorm in een plaat maakt zonder helemaal door het materiaal heen te gaan. Je kunt het vergelijken met een ondiepe sleuf in hout. Zo kan materiaal bijvoorbeeld gemakkelijker worden gevouwen of kan er een verdiepte lijn worden gemaakt. Hoe diep gefreesd kan worden, hangt af van het type plaat, de dikte en de gewenste constructie. Niet ieder plaatmateriaal is hiervoor geschikt.

Voorbeeld: Bij een plaat voor een display wordt aan de achterkant een groef gefreesd, zodat het paneel langs die lijn kan worden gevouwen.

Blindpreeg

Dit begrip hoort bij Blindpregen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Blindpregen

Blindpregen is een techniek waarmee je een voelbare vorm in papier of karton maakt zonder inkt of folie. Een speciale vorm drukt het ontwerp in het materiaal, waardoor een verhoogd of verdiept gedeelte ontstaat. Het effect kan heel subtiel zijn, omdat je vooral het hoogteverschil ziet als het licht erover valt. Blindpregen wordt vaak toegepast bij uitnodigingen, omslagen en verpakkingen. Het resultaat hangt af van de papiersoort en hoe fijn het ontwerp is.

Voorbeeld: Een bedrijfslogo op een luxe kaart wordt alleen als reliëf aangebracht. Je ziet het vooral wanneer je de kaart schuin tegen het licht houdt.

Blisterverpakking

Een verpakking met een gevormde kunststof holte, vaak bevestigd aan karton. Zo blijft een klein product zichtbaar en beschermd. De kunststof vorm volgt meestal de vorm van het product. Een koper kan het artikel daardoor bekijken zonder de verpakking open te maken. Of een blister geschikt is, hangt ook af van het product en de gekozen sluiting.

Voorbeeld: Een set batterijen zit in een doorzichtige blister met bedrukte kaart.

Blockout folie

Een folie die licht of onderliggende afbeeldingen tegenhoudt. Hierdoor blijft de bedrukking ook op een gekleurde ondergrond beter zichtbaar. Dat is vooral handig als je een bestaande sticker of een donker gekleurde ondergrond wilt bedekken. Zonder zo’n afschermende laag kunnen oude letters of kleuren nog zichtbaar blijven door de nieuwe sticker.

Voorbeeld: Een sticker met blockoutlaag dekt een oud opschrift af.

Blockout laag

Een lichtblokkerende laag in een materiaal. Bij dubbelzijdige doeken voorkomt deze laag dat de afbeelding van de andere kant doorschijnt. Je kunt het zien als een ondoorzichtig laagje tussen twee bedrukte kanten. Het helpt om twee verschillende afbeeldingen op hetzelfde doek te tonen zonder dat ze door elkaar heen zichtbaar worden.

Voorbeeld: Op een tweezijdige beursbanner zie je de achterkant niet door de voorkant.

Blockout textiel

Een textieldoek met een tussenlaag die licht tegenhoudt. Het wordt gebruikt wanneer de print niet mag doorschijnen. Bij een beurswand die aan beide kanten bedrukt is, wil je niet dat het beeld van de achterkant te zien is. De lichtdichte tussenlaag helpt dat te voorkomen. Controleer wel of het materiaal past bij het gekozen frame.

Voorbeeld: Een dubbelzijdig textielframe krijgt een blockoutdoek.

Boekbindlinnen

Een stevig, linnenachtig bekledingsmateriaal voor boekomslagen. Het geeft boeken een stoffen uitstraling en kan worden gecombineerd met foliedruk. De stof wordt om de harde kaft aangebracht, niet zomaar als losse omslag om het papier gelegd. Het voelt anders aan dan glad bedrukt karton en wordt daarom vaak gekozen voor een luxe presentatie.

Voorbeeld: Een luxe kunstboek krijgt een omslag met donker boekbindlinnen.

Boekblok

Alle samengevoegde binnenpagina's van een boek voordat of terwijl de omslag wordt aangebracht. Het boekblok kan worden genaaid of gelijmd. Bij een hardcover bestaat het boek dus uit twee belangrijke onderdelen: het boekblok met de pagina’s en de harde omslag eromheen. Pas wanneer die goed aan elkaar zijn bevestigd, is het boek echt af.

Voorbeeld: Een drukker zet eerst het boekblok in elkaar en bevestigt daarna de harde kaft.

Boekdruk

Een traditionele druktechniek waarbij verhoogde delen van een drukvorm inkt op papier overbrengen. De techniek wordt ook voor bijzondere ambachtelijke effecten gebruikt. Bij deze techniek liggen de delen die moeten afdrukken iets hoger dan de rest. Die delen krijgen inkt en raken het papier. Bij een stevige indruk kan ook een subtiel reliëf voelbaar worden.

Voorbeeld: Een uitnodiging krijgt een voelbare afdruk van een oude boekdrukpers.

Boeklinnen

Textiel of textielachtig materiaal waarmee een harde boekomslag wordt bekleed. De stof kan verschillende structuren en kleuren hebben. Het materiaal wordt strak over de kaft gespannen of gelijmd. Je ziet daardoor vooral de structuur van het bekledingsmateriaal in plaats van een volledig bedrukte papieren omslag.

Voorbeeld: Een hardcover fotoalbum wordt afgewerkt met grijs boeklinnen.

Boekomslag

De buitenkant van een boek die het binnenwerk beschermt. De omslag kan soepel of hard zijn en is vaak anders afgewerkt dan de binnenpagina's. De omslag bepaalt voor een groot deel hoe een boek eruitziet en aanvoelt. Bij een paperback buigt de omslag mee; bij een hardcover zit er stevige kartonplaat in de kaft.

Voorbeeld: Een paperback heeft een kartonnen omslag, een hardcover een harde kaft.

Boekrug

Het smalle gedeelte van een boek waar de pagina's bij elkaar worden gehouden. Bij dikkere boeken kan hier de titel op staan. De breedte van de rug hangt af van het aantal pagina’s en de dikte van het papier. Daarom kun je de juiste rugdikte pas bepalen als de inhoud en papiersoort bekend zijn.

Voorbeeld: In een boekenkast lees je de titel op de rug van een roman.

Boeksnede

De zichtbare randen van alle samengevoegde boekpagina's. Deze kunnen wit blijven of een kleur of speciale afwerking krijgen. Je ziet de snede vooral wanneer het boek dicht is: dat zijn de drie kanten waar de bladzijden eindigen. Een gekleurde snede is een extra afwerking en verandert niets aan de gedrukte inhoud.

Voorbeeld: Een luxe boek heeft een goudkleurige snede langs de pagina's.

Bold

De Engelse aanduiding voor vetgedrukte letters. Vet wordt gebruikt om tekst of koppen extra te laten opvallen. Gebruik vetgedrukte tekst bijvoorbeeld voor een tussenkop of een belangrijk woord. Als bijna alles vet staat, valt er juist weinig meer op; daarom werkt het vooral goed als accent.

Voorbeeld: Een kop in bold springt sterker in het oog dan de gewone alinea.

Boren

Het maken van één of meer ronde gaten in drukwerk of plaatmateriaal. De gaten zijn bijvoorbeeld nodig voor ophangen of bevestigen. De plek van de boorgaten moet vooraf worden vastgelegd. Een gat te dicht bij de rand kan het ophangen lastig maken of belangrijke tekst raken, vooral bij kleine borden.

Voorbeeld: Een reclamebord krijgt vier boorgaten in de hoeken.

Bovenkast

De hoofdletters van een lettertype, zoals A, B en C. Kleine letters heten onderkast. In drukwerk gebruik je hoofdletters vaak voor een korte titel of een naam. Een lange tekst in alleen hoofdletters leest meestal minder prettig dan gewone zinnen met kleine letters.

Voorbeeld: De tekst 'WELKOM' bestaat volledig uit bovenkastletters.

BPA-vrij

Een aanduiding dat een product volgens de betreffende specificatie geen bisfenol A bevat. Het zegt niet automatisch iets over alle andere stoffen of de volledige milieubelasting. BPA-vrij betekent niet dat een materiaal automatisch voedselveilig, recyclebaar of beter voor het milieu is. Voor zulke eigenschappen heb je afzonderlijke informatie of bewijs nodig.

Voorbeeld: Bij thermisch papier kan de leverancier vermelden dat het BPA-vrij is.

Brandklasse

Een classificatie die beschrijft hoe een materiaal zich bij brand gedraagt volgens een bepaalde test. Bij openbare gebouwen kunnen specifieke eisen gelden. Een brandklasse zegt niet dat materiaal helemaal niet kan branden. De uitkomst hangt af van de toegepaste norm, het materiaal en soms ook de manier van monteren. Vraag daarom altijd naar het certificaat dat voor jouw toepassing geldt.

Voorbeeld: Voor een beursstand kan een organisator om een brandcertificaat vragen.

Breedlopend

Dit begrip hoort bij Looprichting. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Brievenbusdoos

Een platte verzenddoos die bedoeld is om door een brievenbus te passen. De toegestane afmetingen verschillen per vervoerder en land. Let bij het ontwerp niet alleen op de lengte en breedte, maar ook op de hoogte nadat de doos is gevuld. Of een zending daadwerkelijk door de brievenbus kan, hangt af van de geldende postmaten en de inhoud.

Voorbeeld: Een webshop verstuurt een dun boekje in een brievenbusdoos.

Bristolkarton

Een gladde, stevige kartonsoort die vaak wordt gebruikt voor tekenwerk, kaarten of omslagen. De naam zegt niet vanzelf welke dikte of samenstelling je krijgt.

Voorbeeld: Een illustrator kiest glad bristolkarton om op te tekenen.

Brochure

Een drukwerkproduct met meerdere pagina's waarin informatie overzichtelijk wordt gepresenteerd. Brochures kunnen worden geniet, gelijmd of met een andere binding gemaakt. Een brochure is handig wanneer je meer wilt vertellen dan op één flyer past. Bij een dunne brochure worden de pagina’s vaak geniet; dikkere uitgaven kunnen bijvoorbeeld een gelijmde rug krijgen.

Voorbeeld: Een bedrijf laat een brochure maken om zijn diensten uit te leggen.

Bronbestand

Het originele bewerkbare bestand waarin een ontwerp is gemaakt. Hierin kun je tekst, beelden en opmaak later nog aanpassen.

Voorbeeld: Het InDesign-bestand is het bronbestand; de verzonden PDF is het drukbestand.

Broodtekst

De gewone doorlopende tekst van een artikel, brochure of boek. Deze is meestal kleiner en rustiger opgemaakt dan koppen.

Voorbeeld: De alinea's van een productcatalogus zijn de broodtekst.

Brutoformaat

Dit begrip hoort bij Aanleverformaat. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Bubble-free folie

Zelfklevende folie met een lijmlaag die lucht makkelijker laat ontsnappen tijdens het plakken. Dit verkleint de kans op luchtbellen.

Voorbeeld: Bij het aanbrengen van een grote raamsticker is bubble-free folie handig.

Buitenliner

De buitenste vlakke papierlaag van golfkarton. Deze bepaalt mede hoe de doos eruitziet en waarop eventueel kan worden gedrukt.

Voorbeeld: Op de bruine buitenliner van een verzenddoos komt het logo.

Buitenmarge

De witte of vrije ruimte aan de buitenrand van een pagina, tegenover de kant van de binding. Deze ruimte helpt tekst prettig leesbaar te houden.

Voorbeeld: In een boek heeft de tekst wat ademruimte aan de buitenzijde.

Buitenreclame

Reclame die buiten wordt geplaatst en daarom bestand moet zijn tegen omstandigheden als regen, wind en zon. De materiaalkeuze hangt af van de locatie en gebruiksduur. Niet elk materiaal blijft buiten even lang mooi. Bij de keuze kijk je onder andere naar zonlicht, regen, wind en hoelang de reclame moet blijven hangen. Een bord onder een afdak heeft andere omstandigheden dan een doek op een open bouwhek.

Voorbeeld: Een bouwbord langs de weg is buitenreclame.

Bundelen

Meerdere exemplaren bij elkaar houden, bijvoorbeeld met een bandje, folie of doos. Dit maakt tellen, opslaan en distribueren makkelijker.

Voorbeeld: Folders worden in stapels van honderd gebundeld.

Butlerfinish

Een geborstelde metaaluitstraling op een aluminium composietpaneel. De fijne lijnen in het oppervlak blijven zichtbaar en geven de print een bijzondere uitstraling.

Voorbeeld: Een bedrijfslogo op geborsteld Dibond krijgt een metallic effect.

Béziercurve

Een Béziercurve is een vloeiende lijn die je in een tekenprogramma kunt maken met punten en handgrepen. Met die handgrepen bepaal je hoe de lijn buigt, zonder dat je ieder stukje apart hoeft te tekenen. Zo kun je strakke logo’s, ronde vormen en contouren maken die ook bij vergroten mooi blijven. Een Béziercurve hoort meestal bij een vectorbestand, waarin vormen wiskundig worden beschreven in plaats van als losse pixels.

Voorbeeld: Je tekent het ronde gedeelte van een logo. Met enkele punten en handgrepen maak je de kromming mooi glad.

C

C-golf

C-golf is een soort golfkarton met een gegolfde papierlaag tussen vlakke lagen karton. De golven zorgen ervoor dat het materiaal licht blijft en toch stevigheid krijgt. De letter C zegt iets over het type golf, niet over de volledige kwaliteit van de doos. Ook de gebruikte papiersoorten, het aantal lagen en de constructie bepalen hoe stevig een verpakking uiteindelijk is. Daarom kun je niet alleen op basis van 'C-golf' zeggen hoeveel gewicht een doos kan dragen.

Voorbeeld: Voor een verzenddoos wordt karton met C-golf gekozen. Of de doos zwaar genoeg is, hangt ook af van de rest van de kartonopbouw.

Cahiersteek

Een bindwijze waarbij gevouwen vellen met nietjes door de rug aan elkaar worden vastgemaakt. Dit is gebruikelijk bij dunne brochures. De vellen worden dubbelgevouwen en op de vouw vastgezet. Daardoor kun je de brochure gemakkelijk openslaan. Het totaal aantal pagina’s van een geniet boekje is doorgaans deelbaar door vier.

Voorbeeld: Een brochure van 20 pagina's krijgt twee nietjes in de vouw.

Callas pdfToolbox

Callas pdfToolbox is software waarmee je PDF-bestanden technisch kunt controleren en aanpassen. Bij drukwerk is dat handig, omdat een PDF er op het scherm goed uit kan zien terwijl er toch iets mis is met bijvoorbeeld de afloop, kleuren of lettertypen. Het programma kan zulke problemen opsporen en bepaalde correcties uitvoeren. Welke controle nodig is, hangt af van het drukproduct en de afgesproken aanleverregels.

Voorbeeld: Een vormgever controleert een brochure-PDF op ontbrekende lettertypen en verkeerde paginamaten voordat het bestand naar de drukker gaat.

Canva

Canva is een online programma waarmee je zonder veel ontwerpkennis afbeeldingen, uitnodigingen, posters en andere ontwerpen kunt maken. Je kunt beginnen met een voorbeeldontwerp en daar je eigen foto's, kleuren en teksten in zetten. Wil je het ontwerp laten drukken, dan moet je extra letten op het juiste eindformaat, de afloop en de manier waarop je het bestand opslaat. Een mooi schermvoorbeeld is namelijk niet automatisch een goed drukbestand.

Voorbeeld: Je maakt een A5-flyer in Canva en kiest bij het downloaden de juiste PDF-instellingen. Daarna controleer je of de achtergrond tot in de afloop doorloopt.

Canvasdoek

Canvasdoek is een stevige stof met een zichtbare geweven structuur. Een afbeelding die op canvas wordt geprint, krijgt daardoor een andere uitstraling dan een foto op glad papier. Canvas wordt vaak gebruikt voor wanddecoratie en fotoproducten. De stof kan over een houten frame worden gespannen, maar er bestaan ook andere toepassingen. De kleuren en de fijne details kunnen door de structuur anders overkomen dan op fotopapier.

Voorbeeld: Je laat een familiefoto afdrukken op canvasdoek en spant die over een houten frame voor aan de muur.

Canvasprint

Een afbeelding die op canvasdoek is gedrukt. Door de textielstructuur krijgt het beeld een andere uitstraling dan een gewone fotoposter. De structuur van het doek blijft meestal zichtbaar in de afbeelding. Dat geeft een zachtere, schilderachtige uitstraling. Een canvasprint wordt vaak om een houten raam gespannen, maar kan ook anders worden afgewerkt.

Voorbeeld: Een landschap wordt als canvasprint boven de bank gehangen.

Carbon footprint

De carbon footprint, ook wel CO₂-voetafdruk genoemd, is een berekening van de uitstoot van broeikasgassen die bij een product of activiteit hoort. Daarbij kun je bijvoorbeeld kijken naar grondstoffen, productie, vervoer en afvalverwerking. De uitkomst hangt sterk af van welke stappen zijn meegerekend. Twee cijfers kun je daarom niet zomaar vergelijken als de berekeningen op een andere manier zijn gemaakt. Een lage voetafdruk betekent ook niet automatisch dat een product op alle punten duurzaam is.

Voorbeeld: Bij twee soorten verpakkingen vergelijk je de berekende uitstoot over hun volledige levensloop, met dezelfde uitgangspunten.

Cassette

Een cassette is een houder of behuizing waarin een onderdeel netjes wordt opgeborgen of opgerold. In de reclamewereld wordt het woord vaak gebruikt voor de metalen of kunststof behuizing van een roll-up banner. Het bedrukte doek zit daarin opgerold en kan voor gebruik omhoog worden getrokken. Niet iedere cassette is geschikt voor elk doek of formaat, dus bij vervanging moet de uitvoering bij het systeem passen.

Voorbeeld: Na een beurs rolt het bedrukte doek van een roll-up banner weer terug in de cassette, zodat je het gemakkelijk kunt vervoeren.

Cast vinyl

Cast vinyl is een hoogwaardige soort zelfklevende folie. Bij de productie wordt het materiaal zo gemaakt dat het vaak goed mee kan vormen met gebogen of ingewikkelde oppervlakken. Daarom wordt deze folie bijvoorbeeld gebruikt voor voertuigbelettering. Dat betekent niet dat elke cast folie geschikt is voor elke ondergrond of buitengebruik: de lijmlaag, levensduur en montagevoorwaarden verschillen per product. Een goede voorbereiding van het oppervlak blijft belangrijk.

Voorbeeld: Een reclamebedrijf brengt een geschikte cast folie aan op een gebogen deel van een bestelbus, waar een stijvere folie moeilijker zou passen.

Catalogus

Een catalogus is een boekje of boek waarin producten, diensten of onderdelen overzichtelijk worden getoond. Meestal staan er afbeeldingen, omschrijvingen en soms artikelnummers of prijzen in. Het verschil met een eenvoudige flyer is vooral de hoeveelheid informatie en het aantal pagina's. Een catalogus kan geniet, gelijmd of op een andere manier gebonden worden. Welke uitvoering handig is, hangt af van hoe vaak mensen erin bladeren en hoeveel pagina's nodig zijn.

Voorbeeld: Een groothandel laat een catalogus drukken met foto's, artikelnummers en uitleg van het assortiment voor zakelijke klanten.

Centreren

Centreren betekent dat je iets precies in het midden van een bepaalde ruimte plaatst. Dat kan een logo, tekstregel of afbeelding zijn. Het gaat steeds om de ruimte waarbinnen je uitlijnt: het midden van een pagina is bijvoorbeeld niet hetzelfde als het midden van een afzonderlijk tekstvak. Bij drukwerk is centreren een handige manier om een rustig ontwerp te maken, maar niet alles hoeft automatisch midden te staan.

Voorbeeld: Je zet een bedrijfslogo precies midden op de voorkant van een visitekaartje. Daarbij controleer je de positie ten opzichte van het uiteindelijke snijformaat.

Chromo-karton

Chromo-karton is karton met een gladde, gestreken buitenkant waarop kleuren en afbeeldingen mooi kunnen worden gedrukt. De achterkant kan anders zijn afgewerkt dan de voorkant. Het materiaal wordt veel gebruikt voor verpakkingen en andere producten die stevig moeten aanvoelen en er verzorgd uit moeten zien. De precieze dikte en samenstelling verschillen per kwaliteit. Kijk daarom niet alleen naar de naam, maar ook naar de specificaties van het karton.

Voorbeeld: Een vouwdoosje voor een klein verzorgingsproduct kan van chromo-karton worden gemaakt, zodat de bedrukte buitenkant er strak uitziet.

Circulaire economie

Bij een circulaire economie probeer je grondstoffen en producten zo lang mogelijk nuttig te gebruiken. In plaats van iets na één gebruik weg te gooien, kijk je naar hergebruik, reparatie en het opnieuw verwerken van materialen. Voor drukwerk kan dit bijvoorbeeld betekenen dat je een materiaal kiest dat gemakkelijk te scheiden of te recyclen is. Het woord circulair zegt niet vanzelf dat een specifiek product volledig opnieuw gebruikt kan worden; daarvoor moet je naar de uitvoering kijken.

Voorbeeld: Een display wordt zo ontworpen dat het frame meerdere campagnes meegaat en alleen de bedrukte afbeelding wordt vervangen.

Clipband

Een clipband is een smal bandje waarmee je producten of onderdelen bij elkaar kunt houden of ergens aan kunt bevestigen. De precieze vorm verschilt per toepassing: soms gaat het om een band met een sluiting, soms om een bevestigingsstrip. Het is dus belangrijk om te kijken welk type bedoeld wordt. In de grafische sector kan zo'n band een praktische rol spelen bij displays, verpakkingen of presentatieproducten, zonder zelf een druktechniek te zijn.

Voorbeeld: Voor een tijdelijke presentatie worden enkele onderdelen met een passende clipband bij elkaar gehouden, zodat ze niet losraken.

Clipping (beeld)

Clipping betekent dat details in de lichtste of donkerste delen van een foto verloren gaan. Een heel lichte lucht wordt dan bijvoorbeeld één wit vlak, terwijl je eigenlijk nog wolken zou moeten zien. Bij heel donkere delen gebeurt iets vergelijkbaars: verschillende tinten worden één zwart vlak. Dat kan tijdens het fotograferen, bewerken of omzetten van beelden ontstaan. Door vóór het drukken de foto goed te controleren, kun je zulke verloren details soms nog voorkomen.

Voorbeeld: Een witte trouwjurk heeft op de foto geen zichtbare stofplooien meer, omdat de lichte delen te sterk zijn gemaakt. Dat is clipping.

Clipping mask

Een clipping mask is een hulpmiddel in ontwerpsoftware waarmee je bepaalt welk deel van een afbeelding of vorm zichtbaar mag zijn. Je kunt het vergelijken met een mal met een gat erin: alleen wat binnen dat gat past, zie je. De oorspronkelijke afbeelding hoeft daarbij niet te worden weggeknipt. Daardoor kun je later vaak nog verschuiven welk stukje je laat zien. Dit is handig voor foto's in vaste vormen of vakken.

Voorbeeld: Je plaatst een rechthoekige foto in een ronde vorm voor een brochure. Dankzij een clipping mask zie je alleen het ronde gedeelte.

Clipping path

Een clipping path is een nauwkeurig getekende lijn rondom een onderwerp in een afbeelding. Daarmee kun je bijvoorbeeld een product losmaken van de achtergrond, zodat alleen het product zichtbaar blijft. De lijn wordt vaak met de hand of met speciale software gemaakt. Het resultaat is vooral handig bij foto's van voorwerpen met een duidelijke rand. Bij haar, rook of doorzichtige delen is een eenvoudige uitkniplijn vaak niet voldoende.

Voorbeeld: Voor een productcatalogus wordt een foto van een schoen vrijstaand gemaakt, zodat de schoen op een witte pagina kan staan.

CMR-vrachtbrief

Een vervoersdocument dat bij internationaal goederenvervoer over de weg kan worden gebruikt. Het bevat gegevens over afzender, ontvanger en goederen. Op het document staan bijvoorbeeld welke goederen worden vervoerd en wie ze verzendt en ontvangt. Het document is geen factuur; het ondersteunt de administratie en afspraken rond het vervoer.

Voorbeeld: Een transporteur gebruikt een CMR-vrachtbrief voor een zending naar Duitsland.

CMYK

CMYK is een manier om kleuren te maken bij drukwerk. De letters staan voor cyaan (blauw), magenta (roze), yellow (geel) en key (zwart). Een drukmachine gebruikt deze kleuren in kleine hoeveelheden en combinaties om bijvoorbeeld foto’s en gekleurde achtergronden op papier te zetten. Op je beeldscherm worden kleuren juist met licht gemaakt, meestal in RGB. Daarom kan een kleur op papier iets anders lijken dan op je scherm. Voor een goed drukresultaat is het belangrijk dat het bestand op de juiste manier voor de gekozen druktechniek wordt voorbereid.

Voorbeeld: Je ontwerpt een flyer met een blauwe achtergrond. Op je scherm lijkt die heel fel, maar na het drukken kan de kleur iets anders ogen.

CO2-compensatie

CO₂-compensatie betekent dat iemand probeert berekende uitstoot van broeikasgassen te compenseren via een apart klimaatproject, bijvoorbeeld door uitstoot elders te verminderen of koolstof vast te leggen. Dat is niet hetzelfde als de uitstoot van het drukwerk zelf verminderen. De kwaliteit en het werkelijke effect van zulke projecten verschillen. Daarom moet je bij claims over compensatie zorgvuldig kijken naar de berekening, onderbouwing en gebruikte voorwaarden.

Voorbeeld: Een organisatie berekent de uitstoot van een drukopdracht en financiert daarnaast een klimaatproject. De oorspronkelijke uitstoot is daarmee niet verdwenen.

CO2-voetafdruk

Dit begrip hoort bij Carbon footprint. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Coldset

Coldset is een drukmethode waarbij de drukinkt vooral in het papier trekt en niet met een speciale droogoven wordt gedroogd. De techniek wordt onder andere toegepast bij bepaalde soorten krantenpapier. Omdat de inkt op een andere manier droogt dan bij sommige andere drukprocessen, spelen de papiersoort en het gewenste drukresultaat een belangrijke rol. Coldset is niet automatisch de beste keuze voor ieder product; het is vooral geschikt voor bepaalde combinaties van pers, papier en oplage.

Voorbeeld: Een krant op relatief absorberend papier kan met een coldset-rotatiepers worden gedrukt.

Color management

Color management, in het Nederlands kleurbeheer, is de manier waarop je kleuren zo voorspelbaar mogelijk houdt tussen beeldscherm, ontwerpbestand en drukwerk. Een kleur kan op het scherm anders lijken dan op papier, onder andere omdat een scherm licht geeft en papier licht weerkaatst. Met kleurprofielen en goede instellingen probeer je die verschillen te beheersen. Exact dezelfde kleur is niet in elke situatie mogelijk, maar goed kleurbeheer helpt verrassingen te beperken.

Voorbeeld: Een ontwerper controleert met het juiste kleurprofiel hoe een foto er ongeveer uit kan zien op het gekozen drukmateriaal.

Composteerbaar

Composteerbaar betekent dat een materiaal onder bepaalde omstandigheden kan worden afgebroken tot compostachtige bestanddelen. Dat gebeurt niet automatisch in de tuin of in de natuur: sommige materialen hebben daarvoor een industriële composteerinstallatie nodig. Ook zegt de term niet dat het materiaal zomaar in iedere afvalbak mag. Controleer daarom de norm, de omstandigheden en de plaatselijke afvalregels voordat je een verpakking composteerbaar noemt of zo weggooit.

Voorbeeld: Een voedselverpakking kan als industrieel composteerbaar zijn gecertificeerd, maar dat betekent nog niet dat deze bij het gft-afval van jouw gemeente mag.

Compressieartefacten

Compressieartefacten zijn storende plekjes of patronen die ontstaan wanneer een afbeelding te sterk digitaal wordt verkleind om opslagruimte te besparen. Bij een JPG-foto zie je dan soms blokjes, vage randen of vreemde vlekken rondom letters en fijne lijnen. Op een klein scherm valt dat niet altijd op, maar in drukwerk kunnen zulke foutjes zichtbaar worden. Een afbeelding opnieuw als JPG opslaan herstelt de verdwenen details niet.

Voorbeeld: Een klein bedrijfslogo is meerdere keren als JPG opgeslagen. Rond de letters zie je nu wazige blokjes die ook in de print kunnen verschijnen.

Computer-to-plate

Computer-to-plate, vaak afgekort tot CTP, is een techniek waarbij de digitale pagina rechtstreeks op een drukplaat wordt overgebracht. Die plaat wordt daarna in een geschikte drukpers gebruikt om het beeld af te drukken. Vroeger waren er vaker extra tussenstappen met film nodig. CTP helpt die stappen over te slaan, maar je hebt nog steeds een goed voorbereid drukbestand nodig. Het is een onderdeel van het productieproces, geen apart soort eindproduct.

Voorbeeld: Voor een offsetdrukopdracht worden de digitale pagina's met een CTP-systeem omgezet naar drukplaten voor de pers.

Confectie

Confectie betekent bij spandoeken en vlaggen dat het geprinte materiaal wordt afgewerkt zodat je het kunt gebruiken of ophangen. Denk aan het omzomen van randen, het plaatsen van ringen of het maken van een tunnel waar een buis doorheen kan. Welke afwerking nodig is, hangt af van het ophangsysteem. Het woord wordt ook bij kleding gebruikt, maar bij grootformaat drukwerk gaat het dus vaak om de praktische afwerking van het doek.

Voorbeeld: Een spandoek krijgt rondom verstevigde randen en metalen ringen, zodat het aan een hek kan worden bevestigd.

Contourfrezen

Contourfrezen is het met een freesmachine uitsnijden van een plaat langs de gewenste buitenvorm. Je hoeft dus niet bij een rechthoek te blijven: ook ronde hoeken, letters en bijzondere vormen zijn mogelijk. Een frees is een draaiend gereedschap dat materiaal wegneemt. Niet iedere scherpe hoek of heel smalle uitsparing is technisch haalbaar, omdat de frees zelf een bepaalde dikte heeft. De mogelijkheden hangen af van het materiaal en de gekozen bewerking.

Voorbeeld: Een aluminium composietbord wordt niet als rechthoek geleverd, maar in de vorm van een grote pijl uitgefreesd.

Contournijden

Contournijden betekent dat een machine een sticker, folie of ander geschikt materiaal langs een vooraf bepaalde vorm uitsnijdt. In plaats van een rechte vierkante sticker kun je bijvoorbeeld een vorm rondom een logo maken. Hiervoor moet in het ontwerp meestal een duidelijke snijlijn staan die de machine kan volgen. Die lijn is een technische aanwijzing en hoort normaal niet als zichtbare lijn mee te worden geprint.

Voorbeeld: Een ronde logosticker wordt precies langs de buitenrand uitgesneden, in plaats van als vierkant etiket geleverd.

Contractproof

Een contractproof is een kleurproef die onder afgesproken, gecontroleerde omstandigheden is gemaakt. Hij dient als betrouwbare referentie voor hoe kleuren er bij een bepaalde drukstandaard uit moeten zien. Het is dus iets anders dan zomaar een afdrukje van een kantoorprinter. Ook een goede contractproof blijft gekoppeld aan voorwaarden zoals het gebruikte papier, de drukstandaard en het licht waaronder je vergelijkt. Niet elk materiaal of speciaal effect is volledig op een proef na te bootsen.

Voorbeeld: Voor een belangrijke brochure vergelijkt de drukker de eerste drukvellen met een goedgekeurde contractproof.

Contrast

Contrast is het verschil tussen bijvoorbeeld licht en donker of tussen twee kleuren. Hoe groter dat verschil, hoe sterker onderdelen vaak van elkaar afsteken. Goed contrast kan ervoor zorgen dat tekst gemakkelijker leesbaar is. Bij drukwerk moet je niet alleen naar een beeldscherm kijken: op het gekozen papier kunnen kleuren anders overkomen. Vooral kleine letters in een lichte kleur op een lichte achtergrond verdienen extra aandacht.

Voorbeeld: Donkerblauwe letters op wit papier zijn doorgaans beter leesbaar dan lichtgrijze letters op dezelfde achtergrond.

CorelDRAW

CorelDRAW is een ontwerpprogramma waarmee je onder andere logo's, illustraties en pagina-opmaken kunt maken. Het wordt veel gebruikt voor tekenwerk met lijnen en vormen die je zonder kwaliteitsverlies groter of kleiner kunt maken. Dat noemen we vectorafbeeldingen. Voor drukwerk moet je ook vanuit CorelDRAW letten op afloop, lettertypen, kleuren en de instellingen van het geëxporteerde bestand. Een bestand uit een tekenprogramma is niet automatisch drukgereed.

Voorbeeld: Je tekent een logo in CorelDRAW en maakt er een PDF van om het op een reclamebord te laten drukken.

Corpsgrootte

De corpsgrootte is de grootte die je in een opmaakprogramma aan letters geeft, meestal uitgedrukt in punten (pt). Een grotere corpsgrootte betekent doorgaans grotere tekst, maar verschillende lettertypen kunnen bij hetzelfde aantal punten toch anders ogen. Een tekst van 10 pt is bijvoorbeeld niet in ieder lettertype even gemakkelijk leesbaar. Kijk daarom altijd naar het echte ontwerp en het uiteindelijke afdrukformaat, niet alleen naar het getal.

Voorbeeld: Voor de lopende tekst van een brochure kies je een goed leesbare lettergrootte. Een titel krijgt een duidelijk groter corps.

Cradle to Cradle

Cradle to Cradle is een ontwerpbenadering die kijkt hoe materialen na gebruik opnieuw kunnen worden ingezet en hoe producten verantwoord kunnen worden gemaakt. Bij een specifieke certificering gelden aanvullende eisen en niveaus. Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen een algemeen ontwerpidee en een product dat aantoonbaar volgens een bepaalde standaard is gecertificeerd. De term alleen bewijst niet dat een verpakking of drukproduct volledig recyclebaar of milieuvriendelijk is.

Voorbeeld: Een fabrikant onderzoekt of de onderdelen van een display uit elkaar gehaald en opnieuw gebruikt kunnen worden, in plaats van ze na één campagne weg te gooien.

Crashlock bodem

Een crashlock bodem is een doosbodem die bij het openvouwen van een plat aangeleverde doos vanzelf in elkaar valt en vast komt te zitten. Je hoeft de bodem daardoor niet telkens met de hand uit losse kleppen te vouwen. Dat maakt het opzetten van grotere aantallen dozen gemakkelijker. De bodem is niet voor elk gewicht geschikt: het hangt af van de constructie, het karton en de inhoud van de doos.

Voorbeeld: Een winkelmedewerker klapt een plat doosje open. De bodem sluit meteen mee, zodat het product snel kan worden verpakt.

Crop (beeld)

Croppen betekent dat je een deel van de buitenkant van een foto weglaat om de uitsnede te veranderen. Je houdt bijvoorbeeld alleen het onderwerp in beeld en verwijdert de overbodige achtergrond. Daardoor verandert de compositie en soms ook de verhouding tussen breedte en hoogte. Croppen maakt een afbeelding niet scherper; je gebruikt juist minder van de oorspronkelijke pixels. Controleer dus of er na het bijsnijden nog genoeg beeldkwaliteit overblijft voor het drukformaat.

Voorbeeld: Je snijdt een brede foto bij tot een staande afbeelding voor een poster. Een deel van de linker- en rechterkant valt weg.

CropBox

De CropBox is een instelling in een PDF waarmee wordt aangegeven welk gedeelte van een pagina standaard zichtbaar wordt gemaakt in een PDF-programma. Dat zichtbare gebied is niet automatisch hetzelfde als het uiteindelijke snijformaat van het drukwerk. Daarvoor is vooral de TrimBox belangrijk. Ook de afloop kan buiten de CropBox liggen. Daarom kun je bij drukwerk niet alleen afgaan op wat een PDF-viewer op het eerste gezicht laat zien.

Voorbeeld: Een PDF laat op het scherm alleen het nette paginaformaat zien, terwijl het bestand buiten die zichtbare uitsnede nog extra afloop bevat.

Crossbase

Een crossbase is een voet met kruisvormige poten waarmee bijvoorbeeld een beachflag rechtop kan staan. De voet spreidt het gewicht over meerdere richtingen, zodat de vlag een stabiele basis krijgt. Welke voet geschikt is, hangt onder andere af van het vlagformaat, de ondergrond en of je de vlag binnen of buiten gebruikt. Bij wind kunnen extra verzwaring of een andere bevestiging nodig zijn. Een crossbase is dus niet in elke situatie vanzelf voldoende.

Voorbeeld: Een beachflag staat binnen op een vlakke beursvloer op een kruisvoet. Buiten kan extra verzwaring nodig zijn.

CTP

Dit begrip hoort bij Computer-to-plate. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Cursief

Cursief is een schrijfstijl waarbij letters schuin staan. Je gebruikt cursieve tekst bijvoorbeeld om een woord extra nadruk te geven of om een titel te onderscheiden van de rest van de tekst. Het is niet altijd hetzelfde als een gewone letter die schuin is getrokken: veel lettertypen hebben een speciaal ontworpen cursieve variant. Gebruik niet te veel cursieve tekst achter elkaar, omdat lange stukken daardoor minder prettig kunnen lezen.

Voorbeeld: In een brochure staat een korte uitspraak cursief gedrukt, zodat die opvalt tussen de gewone alinea's.

Cyaan

Cyaan is een blauwgroene kleur en een van de vier basiskleuren van het bekende CMYK-kleurmodel voor drukwerk. De andere zijn magenta, geel en zwart. Door kleine hoeveelheden van deze inkten te combineren, kunnen veel verschillende kleuren worden gedrukt. Cyaan is dus niet precies hetzelfde als het blauw dat je op je beeldscherm ziet. Het uiteindelijke resultaat hangt ook af van het papier, het kleurprofiel en de drukinstellingen.

Voorbeeld: In een kleurenfoto op een flyer draagt cyaan onder andere bij aan de weergave van blauwe en groene tinten.

D

D-ringen

Metalen ringen in een ringband die de vorm van een D hebben. Door de rechte kant liggen papieren vaak netter op elkaar dan bij ronde ringen.

Voorbeeld: Een presentatiemap met veel losse bladen krijgt een D-ringmechaniek.

D50

Een standaard lichtomstandigheid die ongeveer daglicht met een warme tint nabootst. In de grafische industrie wordt D50 gebruikt om gedrukte kleuren onder vergelijkbaar licht te beoordelen.

Voorbeeld: Een drukker bekijkt een kleurproef in een speciale D50-lichtkast.

D65

Een standaard lichtomstandigheid die koeler daglicht vertegenwoordigt dan D50. Deze wordt onder meer gebruikt bij beeldschermen en kleurmetingen, afhankelijk van de toepassing.

Voorbeeld: Een fabrikant beoordeelt een materiaal onder D65-licht.

Data merge

Het automatisch plaatsen van wisselende gegevens in een vast ontwerp. De informatie komt vaak uit een Excel- of CSV-bestand. Je maakt eerst één basisontwerp met vaste tekst en plekken voor de wisselende gegevens. Daarna koppel je bijvoorbeeld een Excelbestand met namen en adressen. Controleer enkele records vóór de productie: een ontbrekende naam of een te lang adres kan anders op alle exemplaren problemen veroorzaken.

Voorbeeld: Je maakt 300 uitnodigingen met telkens een andere naam.

Datamatrix

Een kleine vierkante of rechthoekige tweedimensionale code die veel informatie kan bevatten. Een scanner of camera kan de gegevens uitlezen. Je herkent de code aan een vierkant patroon van kleine donkere en lichte vakjes. Er kan meer informatie in staan dan in een gewone streepjescode, maar de afdruk moet wel scherp genoeg zijn om betrouwbaar te scannen. Test daarom altijd een echt geprint exemplaar.

Voorbeeld: Op een verpakking staat een Data Matrix-code met een serienummer.

De-inking

Het verwijderen van drukinkt uit gebruikte papiervezels tijdens papier recycling. Daardoor kunnen de vezels opnieuw worden gebruikt voor nieuw papier.

Voorbeeld: Oude tijdschriften worden verwerkt tot een papierpulp waaruit inkt wordt gehaald.

Debossing

Een afwerking waarbij een vorm dieper in papier, karton of een andere ondergrond wordt gedrukt. Je voelt de afbeelding als een verdieping. Het papier of karton krijgt een verdiepte vorm, alsof een stempel het materiaal plaatselijk naar beneden duwt. Het effect voel je met je vingers. Het wordt vooral gekozen voor luxe uitstraling; fijne lijnen en heel dun materiaal zijn niet altijd geschikt.

Voorbeeld: Een hardcover boek krijgt een verdiept logo in de omslag.

Decotex

Een naam die voor decoratief textielmateriaal in prints en displays wordt gebruikt. De exacte stof en eigenschappen verschillen per leverancier; controleer de specificaties.

Voorbeeld: Een decoratief doek in een winkelpresentatie kan als Decotex worden aangeboden.

Delta E

Een getal dat aangeeft hoeveel twee kleuren volgens een bepaalde meetmethode van elkaar verschillen. Hoe kleiner het verschil, hoe dichter de kleuren bij elkaar liggen. Het cijfer is vooral handig om kleurverschillen te beoordelen met een meetapparaat in plaats van alleen op het oog. Een lagere waarde betekent meestal een kleiner gemeten verschil. Of dat verschil ook zichtbaar of acceptabel is, hangt af van de kleur, meetmethode en afspraken.

Voorbeeld: Een drukker meet of een proefdruk voldoende op een afgesproken kleur lijkt.

Densiteit

Een maat voor hoe donker of hoeveel inkt een gedrukt kleurvlak optisch bevat. Drukkers gebruiken metingen om de inktdekking gelijkmatig te houden. De meting zegt iets over hoeveel licht een gedrukt vlak terugkaatst en helpt de drukker om de inkttoevoer te bewaken. Het is niet hetzelfde als de dikte van het papier. Als de waarde tijdens een oplage verandert, kunnen kleuren zichtbaar lichter of donkerder worden.

Voorbeeld: Tijdens het drukken wordt de zwarte inkt op het vel gecontroleerd.

Densitometer

Een meetapparaat dat de optische densiteit van drukinkt of andere materialen meet. Het helpt om een drukpers constant te laten drukken. Zo’n meter wordt tijdens het drukken op een controlekleurvlak gezet. Hij helpt om te zien of de hoeveelheid aangebrachte inkt tussen vellen gelijk blijft. Het apparaat vertelt niet in zijn eentje of alle kleuren perfect overeenkomen: daarvoor zijn soms andere kleurmetingen nodig.

Voorbeeld: De drukker meet met een densitometer een kleurstrook op het drukvel.

Desktop publishing

Het opmaken van drukwerk op een computer met programma's voor tekst, foto's en vormgeving. De afkorting is DTP.

Voorbeeld: Een vormgever maakt de pagina's van een brochure in opmaaksoftware.

Dibond

Een merknaam voor aluminium composietplaat: twee dunne aluminium buitenlagen met daartussen een kern. Het materiaal is relatief licht en stevig, waardoor het geschikt is voor veel soorten borden. Je kunt het zien als een sandwich: aluminium aan de buitenkant en een lichtere kern in het midden. Daardoor is het paneel goed bruikbaar voor grote, vlakke borden zonder het gewicht van een massieve aluminium plaat.

Voorbeeld: Een gevelbord wordt gemaakt van een 3 mm Dibond-paneel.

Die-cut

De Engelse term voor stansen of met een vorm uitsnijden. Hiermee ontstaan bijvoorbeeld doosvormen, labels en bijzondere kaarten. Bij deze werkwijze wordt een vorm uit het materiaal gehaald met een snijmes of stansgereedschap. Zo kun je iets anders maken dan een rechthoek, bijvoorbeeld een verpakking met flapjes of een ronde kaart. Controleer vooraf of de kleine uitsparingen en smalle delen stevig genoeg blijven.

Voorbeeld: Een kaartje wordt in de vorm van een hart gestanst.

Dieline

De tekening waarop staat waar een verpakking moet worden gesneden, gerild of gevouwen. Deze lijnen dienen als technische hulp en worden normaal niet meegedrukt.

Voorbeeld: Een ontwerper zet een doosontwerp op de aangeleverde stanslijn.

Diepdruk

Een druktechniek waarbij inkt in kleine verdiepingen van een drukcilinder zit en van daaruit op het materiaal wordt overgebracht. Geschikt voor bepaalde grote oplages.

Voorbeeld: Een flexibele verpakking kan met diepdruk worden geproduceerd.

Diepdrukreliëf

Een verdiept of voelbaar effect dat op papier of een omslag wordt gemaakt. De term kan verwarring geven met de druktechniek diepdruk; controleer daarom de bedoelde afwerking.

Voorbeeld: Een luxe omslag krijgt een naar binnen gedrukt beeldmerk.

Diepzwart

Een extra volle zwarte kleur die ontstaat door zwart te combineren met andere CMYK-kleuren. De juiste mengverhouding hangt van drukproces en papier af. Bij grote zwarte vlakken kan een combinatie van drukinkten er voller uitzien dan alleen zwarte inkt. Die extra kleuren mogen niet onbeperkt worden toegevoegd: te veel inkt kan droog- en drukproblemen geven.

Voorbeeld: Een groot zwart achtergrondvlak kan voller ogen met een geschikte zwartopbouw.

Digitaal aanleveren

Je ontwerp als digitaal bestand versturen in plaats van als papieren origineel. Bij drukwerk gebeurt dit vaak via een PDF-upload. Je verstuurt het ontwerp als een bestand, meestal een drukklare PDF. Een bestand dat op je scherm goed lijkt, kan technisch toch verkeerd zijn. Controleer daarom altijd het formaat, de afloop, de afbeeldingen en de fonts voordat je het uploadt.

Voorbeeld: Je uploadt een drukklare PDF bij je bestelling.

Digitaal drukken

Een druktechniek waarbij afbeeldingen rechtstreeks vanuit digitale gegevens worden afgedrukt, zonder traditionele offsetdrukplaten. Dat is handig bij kleine oplages en wisselende inhoud. Deze techniek is handig voor kleine oplagen of drukwerk waarbij de inhoud per exemplaar verandert. Denk aan uitnodigingen met steeds een andere naam. Bij grote aantallen kan offsetdruk juist voordeliger zijn.

Voorbeeld: Je laat twintig gepersonaliseerde kaarten drukken met verschillende namen.

Direct mail

Een reclameboodschap die rechtstreeks aan een gekozen groep ontvangers wordt gestuurd, vaak per post. De inhoud kan per ontvanger verschillen.

Voorbeeld: Een winkel stuurt een gepersonaliseerde aanbieding naar vaste klanten.

Direct-to-board

Een techniek waarbij rechtstreeks op een stevige plaat wordt geprint, zonder eerst een folie te drukken en op te plakken. Geschikt materiaal en hechting verschillen per machine.

Voorbeeld: Een reclamebeeld wordt direct op een paneel geprint.

Dispersielak

Een beschermende lak op waterbasis die tijdens of na het drukken op papier kan worden aangebracht. De lak helpt tegen bijvoorbeeld schuren en kan de uitstraling beïnvloeden. De lak wordt als een dunne beschermlaag op drukwerk aangebracht en droogt anders dan bijvoorbeeld UV-lak. Hij kan het oppervlak beschermen tegen normaal gebruik, maar maakt het materiaal niet automatisch waterdicht of krasvrij. Het zichtbare effect verschilt per laksoort.

Voorbeeld: Een folder krijgt dispersielak zodat de bedrukking beter beschermd is.

Display

Een presentatiehulpmiddel waarmee een product of reclameboodschap opvalt. Displays bestaan in veel vormen en materialen.

Voorbeeld: Op de toonbank staat een kartonnen display met folders.

Display polyester

Een polyester materiaal dat gebruikt kan worden voor grafische displays en banners. Of het doorlatend, kreukarm of brandvertragend is, hangt af van de uitvoering.

Voorbeeld: Een beurswand wordt met een polyester doek bespannen.

Displayfont

Een opvallend lettertype dat vooral geschikt is voor grote koppen en titels. Voor lange teksten is het soms minder prettig leesbaar.

Voorbeeld: Een poster heeft een speelse titel in een displayfont.

Displaykarton

Stevig karton dat wordt gebruikt voor reclamestandaards, toonbankdisplays en presentaties. De dikte en het oppervlak worden aangepast aan het doel. Het karton wordt vaak bedrukt en daarna in vorm gesneden of gerild, zodat het kan worden gevouwen tot een staande presentatie. Voor een grote display is meestal een andere stevigheid nodig dan voor een kleine toonbankhouder.

Voorbeeld: Een winkel zet een bedrukte kartonnen reclamefiguur neer.

Displaykarton (materiaal)

Dit begrip hoort bij Displaykarton. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Dithering

Een techniek waarbij kleine puntjes in verschillende kleuren of grijstinten samen de indruk van een extra kleur geven. Je ziet het bijvoorbeeld bij afbeeldingen met weinig beschikbare kleuren.

Voorbeeld: Een grijsverloop wordt nagebootst met een patroon van zwarte puntjes.

Documentformaat

De breedte en hoogte van het digitale ontwerp. Voor drukwerk moet dit overeenkomen met het bestelde formaat en de vereiste afloop.

Voorbeeld: Je stelt bij een flyer het document in op A5 met afloop.

Documentprofiel

Een kleurprofiel of documentinstelling die beschrijft hoe kleuren in een bestand worden geïnterpreteerd. Dit helpt bij het omzetten en weergeven van kleuren.

Voorbeeld: Een ontwerper gebruikt een geschikt CMYK-profiel voor de druk-PDF.

Dompeldruk

Een techniek waarbij een object in een vloeistof of drukproces wordt ondergedompeld om een decoratie aan te brengen. De term kan per branche anders worden gebruikt; vraag bij twijfel naar het procedé.

Voorbeeld: Een gevormd product krijgt een decoratief oppervlak via een dompelproces.

Doordruk vlag

Een vlag waarbij de bedrukking door het doek heen zichtbaar wordt. Aan de achterzijde staat het beeld meestal gespiegeld en vaak wat minder krachtig.

Voorbeeld: Een enkelzijdig bedrukte gevelvlag laat aan beide kanten het logo zien.

Doorlooptijd

De tijd tussen het starten van een opdracht en een afgesproken eindpunt, bijvoorbeeld gereedmelding of levering. Het is iets anders dan alleen de tijd op de drukpers.

Voorbeeld: Je bestelling doorloopt controle, productie, afwerking en verzending.

Doorlopen tot rand

Een achtergrondkleur of afbeelding helemaal tot aan de snijrand laten komen. Hiervoor is meestal extra afloop nodig buiten die rand. Een achtergrond of foto moet bij drukwerk met afloop een stukje voorbij de uiteindelijke snijrand lopen. Alleen het formaat van je bestand groter maken is niet genoeg: de afbeelding zelf moet ook doorlopen. Teksten en logo’s houd je juist binnen de veilige marge.

Voorbeeld: De blauwe achtergrond van een flyer loopt door tot de uiteindelijke rand.

Doorschieten

Bij het printen of drukken kan inkt of toner doorschijnen of doorslaan naar de andere kant van dun papier. De precieze term verschilt per techniek.

Voorbeeld: Donkere tekst op heel dun papier is ook aan de achterkant zichtbaar.

Doorschijnende print

Een afbeelding waarbij licht of de ondergrond zichtbaar blijft door het bedrukte materiaal heen. Dit kan bewust zijn of juist ongewenst.

Voorbeeld: Een lichtdoorlatende folie wordt gebruikt in een lichtbak.

Doorslagformulier

Een formulier waarbij wat op het bovenste vel wordt geschreven ook op een onderliggend vel verschijnt. Daarvoor wordt speciaal zelfdoorschrijvend papier gebruikt.

Voorbeeld: Een afleverbon wordt in tweevoud ingevuld en levert meteen een kopie op.

Doorsnijden

Het materiaal volledig doorsnijden langs een lijn. Dit verschilt van rillen, waarbij alleen een vouwlijn wordt aangebracht.

Voorbeeld: Een stapel flyers wordt op het juiste formaat doorgesneden.

Doosomslag

Een omslag of huls die rondom een doos of verpakking wordt aangebracht. Deze kan extra informatie of een luxe uitstraling geven.

Voorbeeld: Een blanco geschenkdoos krijgt een bedrukte omslag.

Dots per inch

Dit begrip hoort bij DPI. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Downsampling

Het verminderen van het aantal pixels in een afbeelding. Het bestand wordt kleiner, maar te veel downsampling kan de afdruk onscherp maken. Bij het verkleinen van afbeeldingen worden pixels verwijderd. Dat maakt een PDF kleiner, maar kan ook details kosten. Voor een kleine flyer is een andere beeldkwaliteit nodig dan voor een groot spandoek dat je van veraf bekijkt. Controleer altijd de resolutie op het uiteindelijke formaat.

Voorbeeld: Een grote foto wordt voor een PDF teruggebracht naar een lagere resolutie.

Doypack

Een flexibel zakje met een gevormde bodem waardoor het zelfstandig kan staan. Het wordt vaak gebruikt voor voedingsmiddelen en kleine producten.

Voorbeeld: Koffiebonen worden verpakt in een bedrukte stazak.

DPI

DPI betekent dots per inch: het aantal drukpuntjes of printerpuntjes per inch. Bij afbeeldingen hoor je ook vaak PPI. Dat is niet precies hetzelfde: PPI gaat over de pixels in een digitaal beeld, DPI over de puntjes waarmee een apparaat afdrukt. In het dagelijks taalgebruik worden deze termen vaak door elkaar gehaald. Voor de scherpte van een foto in drukwerk kijk je vooral naar hoeveel pixels de afbeelding heeft bij het formaat waarop je die wilt afdrukken. Een afbeelding die sterk wordt vergroot, kan daardoor minder scherp worden. Bij printers betekent DPI hoeveel kleine inkt- of tonerpunten per inch de machine kan plaatsen. Voor digitale afbeeldingen is PPI meestal de duidelijkere maat: hoeveel beeldpixels er per inch beschikbaar zijn. Die twee termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen technisch niet precies hetzelfde.

Voorbeeld: Een kleine foto ziet er op je telefoon scherp uit. Als je die tot een grote poster vergroot, kunnen de pixels zichtbaar worden.

Draadhechten

Het verbinden van vellen of katernen met metaaldraad of nietjes. Bij dunne brochures gebeurt dat meestal door de vouw.

Voorbeeld: Een geniet boekje heeft twee draadnietjes in de rug.

Driesnijders

Een machine die drie zijden van een boekblok of brochure op het eindformaat snijdt. Zo worden de pagina's netjes gelijk.

Voorbeeld: Na het binden worden de boven-, onder- en voorkant recht gesneden.

Drip-off lak

Een laktechniek waarbij matte en glanzende gedeelten naast elkaar kunnen ontstaan. Zo krijgt een ontwerp plaatselijk verschil in glans.

Voorbeeld: Op een omslag glanst het logo terwijl de achtergrond matter is.

Dropshipping

Een manier van leveren waarbij een leverancier rechtstreeks naar de eindklant verstuurt in opdracht van een verkoper. De afspraken over verpakking en afzender verschillen.

Voorbeeld: Een wederverkoper laat drukwerk direct bij zijn klant bezorgen.

Drukbestandscontrole

Het controleren van een digitaal ontwerp vóór productie. Daarbij kijk je bijvoorbeeld naar formaat, afloop, resolutie en kleurinstellingen. Zo’n controle kan fouten opsporen vóór het drukken, maar ziet niet automatisch of een naam goed gespeld is of een telefoonnummer klopt. Controleer de inhoud daarom ook altijd zelf.

Voorbeeld: Je laat een PDF controleren voordat de flyers worden gedrukt.

Drukcapaciteit

De hoeveelheid drukwerk die een machine of bedrijf in een bepaalde tijd kan produceren. Dit hangt onder meer af van formaat en techniek.

Voorbeeld: Een pers kan per uur veel meer losse vellen verwerken dan een kleine printer.

Drukcilinder

Een ronddraaiend onderdeel van een drukpers dat helpt om beeld, inkt of druk op materiaal over te brengen. De functie verschilt per druktechniek. Een drukcilinder is een ronddraaiend onderdeel van bepaalde drukmachines. Hij helpt om inkt of drukbeeld tijdens het drukken op de juiste plek over te brengen. Welke cilinder precies wordt gebruikt, hangt van de druktechniek af.

Voorbeeld: In een offsetpers werken verschillende cilinders samen om een vel te bedrukken.

Drukgang

Een doorgang van papier of materiaal door een drukmachine. Soms zijn meerdere drukgangen nodig voor alle kleuren of kanten. Eén drukgang is één keer dat het materiaal door een drukmachine gaat. Soms zijn extra drukgangen nodig om een extra kleur of een bewerking aan te brengen. Dat kan invloed hebben op de volgorde en tijd van de productie.

Voorbeeld: Een vel krijgt in een volgende drukgang een extra kleur.

Drukinstelling

De gekozen instellingen waarmee een print of drukopdracht wordt uitgevoerd, zoals papiersoort, kleurprofiel en afdrukkwaliteit.

Voorbeeld: Bij dik papier past de operator de machine-instellingen aan.

Drukkerij

Een bedrijf waar bestanden worden omgezet in gedrukt materiaal, soms inclusief snijden, vouwen en andere afwerkingen. Verschillende drukkerijen gebruiken verschillende technieken.

Voorbeeld: Een drukkerij maakt posters, boeken of verpakkingen.

Drukklare PDF

Een drukklare PDF is een PDF-bestand dat zo is voorbereid dat de drukker ermee aan het werk kan. De pagina heeft het juiste formaat, afbeeldingen zijn voldoende scherp en de benodigde afloop is aanwezig. Ook moeten lettertypes en kleuren goed zijn verwerkt. Alleen een bestand als PDF opslaan is dus niet altijd voldoende: een gewone PDF kan nog fouten bevatten. Door vóór het bestellen een bestandscontrole uit te voeren, verklein je de kans op bijvoorbeeld witte snijrandjes, ontbrekende tekst of onscherpe afbeeldingen. Een drukklare PDF bevat alle benodigde pagina-informatie op een manier die de drukker goed kan verwerken. Denk aan het juiste formaat, afloop, ingesloten lettertypen en passende kleuren. De benaming drukklare PDF is geen garantie: controle blijft nodig.

Voorbeeld: Voor een A5-flyer met 3 mm afloop rondom maak je doorgaans een PDF met een brutoformaat van 154 × 216 mm.

Drukoplage

Het aantal exemplaren dat van een ontwerp wordt gemaakt. Bij sommige technieken is een grotere oplage voordeliger per stuk. De oplage zegt alleen hoeveel stuks je bestelt, niet hoe groot ze zijn. Bij drukwerk kunnen instelkosten over een grotere oplage worden verdeeld, waardoor de prijs per stuk vaak verandert.

Voorbeeld: Je laat een oplage van 2.000 folders drukken.

Drukorder

De opdracht met alle gegevens die nodig zijn om iets te produceren, zoals formaat, oplage, materiaal en afwerking.

Voorbeeld: Op de drukorder staat dat de flyers dubbelzijdig op 250 grams papier moeten komen.

Drukpers

Een machine waarmee inkt of een andere afbeelding op papier of materiaal wordt overgebracht. Er bestaan verschillende soorten persen.

Voorbeeld: Een offsetdrukpers produceert een grote oplage brochures.

Drukplaat

Een plaat die bij bepaalde druktechnieken het beeld draagt dat moet worden gedrukt. Bij offsetdruk zijn vaak aparte platen per kleur nodig. De plaat draagt de informatie van het drukbeeld en wordt in bijvoorbeeld een offsetpers gebruikt. Afhankelijk van de druktechniek zijn andere platen of drukvormen nodig. Bij digitaal printen is zo’n traditionele offsetplaat meestal niet nodig.

Voorbeeld: Voor een CMYK-opdracht op een traditionele offsetpers worden meestal vier kleurplaten gebruikt.

Drukproef akkoord

De bevestiging dat een aangeboden drukproef of bestand is goedgekeurd om te produceren. Controleer vóór akkoord tekst, positie en eventuele kleurafspraken.

Voorbeeld: Na controle van de proef geef je toestemming om de oplage te drukken.

Drukregister

Hoe nauwkeurig verschillende kleuren of drukgangen op dezelfde plaats terechtkomen. Bij slecht register zie je gekleurde randjes langs vormen. Als verschillende kleuren niet precies over elkaar worden gedrukt, verschijnen er gekleurde randjes langs letters of afbeeldingen. Dat heet een registerfout. Registertekens op het drukvel helpen de drukker om de kleurbeelden goed op elkaar af te stemmen.

Voorbeeld: Bij kleine letters is een verschuiving tussen cyaan en magenta zichtbaar.

Drukrichting verpakking

De richting waarin een ontwerp of afbeelding op een verpakkingsbaan wordt gedrukt of verwerkt. Dat is belangrijk voor het latere vouwen en vullen.

Voorbeeld: Een zakjesmachine heeft een vaste richting voor de bedrukking op de rol.

Druksnelheid

Hoe snel een printer of drukpers materiaal verwerkt, bijvoorbeeld in vellen per uur of meters per minuut. De werkelijke snelheid hangt af van de opdracht.

Voorbeeld: Een groot drukvel kan sneller geproduceerd worden dan een ingewikkelde speciale afwerking.

Druktechnische controle

Een controle of een ontwerp technisch geproduceerd kan worden. Daarbij worden onder meer afloop, kleurgebruik, lettertypes en te dunne lijnen bekeken. Dit is niet hetzelfde als controleren of de naam, datum of spelling in het ontwerp klopt. Een technische controle kijkt of het bestand goed geproduceerd kan worden. Daarom blijft het verstandig dat de klant zelf ook de inhoud en de gewenste uitvoering nakijkt.

Voorbeeld: Een drukker ontdekt dat de tekst te dicht bij de snijrand staat.

Druktemplate

Een digitaal sjabloon met het juiste formaat en vaak ook snij-, ril- of vouwlijnen. Je gebruikt het als hulp bij het opmaken van je bestand. In een werktekening of template zie je waar het eindproduct wordt gesneden, gevouwen of gerild. Vaak zijn er ook veilige zones aangegeven. Gebruik deze lijnen als hulp bij het ontwerpen en verwijder technische hulplijnen uit de druklaag wanneer de aanleverinstructies dat vragen.

Voorbeeld: Voor een verpakking plaats je het ontwerp op de aangeleverde stanstekening.

Drukvel

Een groot vel papier waarop vaak meerdere pagina's of producten tegelijk worden gedrukt. Na het drukken worden de onderdelen gesneden of gevouwen.

Voorbeeld: Op één drukvel staan acht verschillende kaarten naast elkaar.

Drukvoorbereiding

Alle stappen vóór het eigenlijke drukken, zoals bestanden controleren, kleuren omzetten en drukvormen maken. Dit wordt ook prepress genoemd.

Voorbeeld: Een PDF wordt technisch gecontroleerd voordat de pers start.

Drukvorm

Een onderdeel waarop het te drukken beeld is aangebracht, zoals een plaat of zeef. De vorm verschilt per druktechniek.

Voorbeeld: Bij zeefdruk zit het beeld in een speciaal voorbereid zeefraam.

Drukwerk

Een product waarop tekst of afbeeldingen zijn aangebracht met een druk- of printtechniek. Van visitekaartjes tot grote reclamepanelen valt hieronder.

Voorbeeld: Een bedrijf bestelt nieuw briefpapier en visitekaartjes.

Drukwerkverspilling

Papier, inkt of materiaal dat tijdens productie ongebruikt of onbruikbaar overblijft. Goede voorbereiding helpt om verspilling te beperken.

Voorbeeld: Een foutief bestand kan zorgen dat een oplage opnieuw moet worden gemaakt.

Druppelvlag

Een vlag met een ronde, druppelvormige bovenkant die strak om een gebogen mast staat. Dit model wordt vaak voor evenementen gebruikt.

Voorbeeld: Bij een sportevenement staat een druppelvlag met het sponsorlogo.

DTF-print

Een techniek waarbij een ontwerp eerst op een speciale folie wordt geprint en daarna met warmte op textiel wordt overgebracht. DTF staat voor direct-to-film. De afbeelding wordt eerst op een speciale folie geprint en daarna met warmte en druk op textiel overgebracht. Daardoor kun je ook op verschillende kledingsoorten werken. De wasbestendigheid en het gevoel op de stof hangen af van materiaal, lijmlaag en verwerking.

Voorbeeld: Een logo wordt via DTF op een T-shirt aangebracht.

DTG-print

Een techniek waarbij een speciale printer rechtstreeks op textiel print. DTG staat voor direct-to-garment. Hierbij wordt een afbeelding rechtstreeks op een geschikt kledingstuk geprint. De kwaliteit hangt onder meer af van de stof, voorbehandeling en gebruikte inkten. Een digitaal ontwerp kan er anders uitzien op donker katoen dan op wit textiel.

Voorbeeld: Een kleurrijke afbeelding wordt rechtstreeks op een katoenen shirt geprint.

DTP

Dit begrip hoort bij Desktop publishing. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

DTP'er

Iemand die teksten, foto's en vormgeving technisch verwerkt tot een goed opgemaakt en drukbaar bestand. Vaak controleert deze persoon ook de aanlevereisen.

Voorbeeld: Een DTP'er maakt van losse teksten een drukklaar magazine.

Dubbelgolf

Golfkarton met twee golvende lagen tussen vlakke papierlagen. Dit is doorgaans steviger dan enkelgolfkarton.

Voorbeeld: Voor een zware verzenddoos wordt dubbelgolfkarton gekozen.

Dubbelzijdig bedrukt

Drukwerk waarbij zowel de voor- als de achterkant een bedrukking krijgt. De inhoud aan beide kanten kan verschillend zijn. Voorkant en achterkant worden afzonderlijk opgemaakt. Let erop dat teksten en afbeeldingen op de achterzijde in de juiste richting staan, vooral bij kaarten die je omdraait of omslaat.

Voorbeeld: Een visitekaartje heeft het logo voorop en contactgegevens achterop.

Dubbelzijdig lamineren

Aan beide kanten van papier of karton een beschermende kunststof film aanbrengen. Dit kan de stevigheid en uitstraling veranderen.

Voorbeeld: Een menukaart krijgt aan beide zijden mat laminaat.

Dubbelzijdig printen

De voor- én achterkant van een materiaal bedrukken. Dat kan in één productieproces of in twee stappen gebeuren. Bij een dubbelzijdig product heeft de achterkant een eigen oriëntatie. Vooral bij kaarten die moeten worden omgedraaid of gevouwen kan een ontwerp andersom terechtkomen. Controleer daarom de voor- en achterkant samen in een proefbestand.

Voorbeeld: Een flyer krijgt informatie op beide zijden.

Dubbelzijdige banier

Een verticale reclame-uiting met bedrukking aan twee kanten. Soms gebruikt men een materiaal dat doorschijnen voorkomt.

Voorbeeld: Bij de ingang hangt een banier die van beide kanten goed leesbaar is.

Dubbelzijdige tape

Plakband met lijm aan beide kanten om onderdelen onzichtbaar vast te zetten. De geschikte tape hangt af van materiaal en belasting.

Voorbeeld: Een kartonnen display wordt met dubbelzijdige tape in elkaar gezet.

Dubbelzijdige vlag

Een vlag met aan beide kanten een leesbare afbeelding. Vaak is een tussenlaag nodig om doorschijnen te voorkomen.

Voorbeeld: Een winkelvlag toont het logo aan beide zijden in de juiste richting.

Duimgreep

Een kleine halfronde of andere uitsparing waardoor je een kaart, lade of inhoud gemakkelijker vastpakt. Deze wordt vaak uit karton gestanst.

Voorbeeld: Een doosje heeft een duimgreep om het klepje te openen.

Duotone

Een afbeelding die met twee gekozen kleurtonen wordt opgebouwd in plaats van een volledig kleurenbeeld. Het geeft een herkenbare grafische stijl.

Voorbeeld: Een portret wordt uitgevoerd in zwart en één steunkleur.

Duplexkarton

Karton dat uit meerdere lagen bestaat, vaak met verschillende eigenschappen aan voor- en achterkant. Het wordt onder andere gebruikt voor verpakkingen. Dit karton bestaat uit meerdere lagen die samen een stevig vel vormen. De voor- en achterkant kunnen verschillend van kleur of structuur zijn. Dat is bijvoorbeeld belangrijk als beide zijden van een verpakking zichtbaar blijven.

Voorbeeld: Een doos heeft een witte bedrukbare buitenkant en een grijzere binnenkant.

Duurzaamheidsclaim

Een uitspraak over een milieu- of duurzaamheidseigenschap van een product. Zo'n claim moet duidelijk en aantoonbaar kloppen en mag niet misleiden. Woorden als groen, recyclebaar of klimaatvriendelijk zijn pas nuttig als duidelijk is wat ermee wordt bedoeld. Een materiaal kan bijvoorbeeld recyclebaar zijn, terwijl het lokaal niet apart wordt ingezameld. Gebruik daarom liever een concrete en controleerbare omschrijving dan een algemene belofte.

Voorbeeld: Schrijf niet zomaar 'milieuvriendelijk' zonder uit te leggen waarop dat is gebaseerd.

Dynamisch bereik

Het verschil tussen de lichtste en donkerste details die een foto of apparaat kan vastleggen of weergeven. Bij afdrukken is dat bereik vaak anders dan op een scherm.

Voorbeeld: In een donkere foto kunnen details in de schaduw op papier wegvallen.

E

E-golf

Een fijne golfvorm in golfkarton die zorgt voor een relatief dunne maar stevige kartonnen plaat. Deze wordt veel gebruikt voor kleinere verpakkingen.

Voorbeeld: Een luxe verzenddoosje kan van E-golfkarton worden gemaakt.

EAN-13

Een barcode met dertien cijfers die vaak op consumentenproducten staat. De code is gekoppeld aan een productnummer zodat kassasystemen het artikel kunnen herkennen. Deze streepjescode bestaat uit een reeks streepjes en een nummer van dertien cijfers. Hij wordt vaak gebruikt om handelsartikelen te herkennen. Niet elk willekeurig nummer is een geldige productcode en de afdruk moet genoeg contrast en vrije ruimte hebben om te scannen.

Voorbeeld: Op de achterkant van een boek of verpakking staat een EAN-13-barcode.

Easy dot folie

Zelfklevende folie met een bijzondere lijmstructuur waardoor je de folie gemakkelijk kunt aanbrengen en weer kunt verplaatsen. De exacte eigenschappen hangen van het product af.

Voorbeeld: Een tijdelijke raamactie wordt met easy-dotfolie op het glas geplakt.

Easy-open perforatie

Een rij kleine gaatjes of snedes waarmee een verpakking makkelijk open te scheuren is. De verpakking blijft tot het openen zoveel mogelijk intact.

Voorbeeld: Een doosje krijgt een scheurstrip langs de bovenkant.

EB-golf

Een combinatie van twee soorten golfkarton, meestal E-golf en B-golf, in één stevige plaat. Hierdoor combineer je een vrij glad oppervlak met extra stevigheid.

Voorbeeld: Een bedrukte verzendverpakking kan met EB-dubbelgolf worden gemaakt.

Eco-solventprint

Een printtechniek met inkten op basis van mildere oplosmiddelvarianten dan klassieke solventinkten. De milieueigenschappen hangen van de gebruikte inkten en omstandigheden af. De printer gebruikt inkten met oplosmiddelen die geschikt zijn voor bepaalde folies en andere media. De benaming zegt niet dat de print zonder uitstoot of automatisch milieuvriendelijk is. De prestaties verschillen per inkt, materiaal en toepassing.

Voorbeeld: Een stickerfolie wordt bedrukt met een eco-solventprinter.

Effectieve resolutie

De werkelijke scherpte van een geplaatste afbeelding op het formaat waarop die wordt gebruikt. Bij vergroten daalt de effectieve hoeveelheid pixels per inch. Een foto kan veel pixels bevatten, maar als je die sterk vergroot, verspreid je dezelfde pixels over een groter oppervlak. De effectieve resolutie daalt dan. Controleer daarom niet alleen het aantal pixels, maar vooral de kwaliteit bij het uiteindelijke drukformaat.

Voorbeeld: Een foto van 300 ppi kan na dubbel vergroten nog maar 150 ppi effectief zijn.

Eindformaat

De afmeting van het drukwerk nadat het is gesneden en afgewerkt. Het bestand dat je aanlevert kan door de afloop iets groter zijn. Dit is de maat die je ontvangt, niet altijd de maat van het bestand dat je uploadt. Wanneer afloop nodig is, staat er in je drukbestand rondom het eindformaat nog een extra rand.

Voorbeeld: Een A5-flyer heeft als eindformaat 148 × 210 mm.

Elastaan

Een elastische vezel die aan textiel kan worden toegevoegd zodat het mee rekt en weer terugveert. Dit kan invloed hebben op de manier van bedrukken.

Voorbeeld: Een rekbaar sportshirt bevat katoen of polyester met elastaan.

Elektrofotografie

Een printtechniek waarbij met elektrische lading een beeld wordt gevormd en toner op papier wordt overgebracht. Veel digitale printers en kopieerapparaten werken volgens dit principe.

Voorbeeld: Een kantoorprinter drukt een document af met toner.

Embedded fonts

Lettertypes die in een PDF zijn opgenomen, zodat de tekst op andere computers hetzelfde kan worden weergegeven en afgedrukt. Niet ieder lettertype laat volledige insluiting toe. Wanneer lettertypen in een PDF zijn ingesloten, kan de drukker de letters meestal correct weergeven zonder zelf over hetzelfde font te beschikken. Niet alle lettertypen mogen of kunnen worden ingesloten. Controleer de exportmelding en bekijk de uiteindelijke PDF.

Voorbeeld: Een PDF behoudt zijn opmaak doordat de gebruikte fonts zijn ingesloten.

Embossed papier

Papier waarin een structuur of reliëf is aangebracht. Daardoor voelt het oppervlak anders aan dan glad papier.

Voorbeeld: Een uitnodiging wordt op papier met een fijne linnenstructuur gedrukt.

Embossing

Het aanbrengen van een verhoogd reliëf in papier of karton. Je voelt en ziet de vorm doordat het materiaal omhoog is gedrukt. Bij embossing ontstaat juist een verhoogde vorm in het materiaal. Bij debossing gaat de vorm naar binnen. Het verschil zie je en voel je. De keuze voor papierdikte, drukvorm en detailniveau bepaalt hoe duidelijk het reliëf wordt. Bij embossing wordt een deel van het papier omhoog gedrukt zodat een voelbaar reliëf ontstaat. Je ziet én voelt bijvoorbeeld een logo boven het oppervlak uitsteken. Daarvoor wordt vaak met een vorm en tegendruk gewerkt.

Voorbeeld: Op een luxe kaart steekt het logo iets boven het papier uit.

Energieverbruik drukwerk

De hoeveelheid energie die tijdens de productie van drukwerk nodig is, bijvoorbeeld voor machines, drogen en afwerken. Dit kan per techniek sterk verschillen.

Voorbeeld: Bij het maken van een boek gebruiken drukpers, snijmachine en binderij elektriciteit.

Enfocus PitStop

Software om PDF's voor drukwerk technisch te controleren en waar nodig te corrigeren. Het programma wordt onder meer gebruikt voor preflight en aanpassingen aan PDF-objecten.

Voorbeeld: Een drukker ziet met PitStop of een PDF onverwachte steunkleuren bevat.

Enfocus Switch

Software waarmee stappen in een grafisch productieproces automatisch aan elkaar worden gekoppeld. Bestanden kunnen bijvoorbeeld worden gecontroleerd, hernoemd en doorgestuurd.

Voorbeeld: Binnenkomende PDF's gaan automatisch naar de juiste controlemap.

Enkelgolf

Golfkarton met één golvende laag tussen twee vlakke papierlagen. Het is lichter dan dubbelgolf en geschikt voor veel gewone verpakkingen.

Voorbeeld: Een kleine verzenddoos wordt gemaakt van enkelgolfkarton.

Enkelzijdig bedrukt

Een product waarop alleen één kant van een bedrukking wordt voorzien. De andere kant blijft onbedrukt of heeft de kleur van het materiaal.

Voorbeeld: Een poster heeft een afbeelding op de voorkant en een blanco achterkant.

Enkelzijdig lamineren

Alleen aan één kant van papier of karton een beschermende film aanbrengen. Dit geeft een andere opbouw dan dubbelzijdig lamineren en kan invloed hebben op vlakligging.

Voorbeeld: Een omslag krijgt aan de buitenzijde mat laminaat.

EPS

Een bestandsformaat dat vectorvormen, tekst en afbeeldingen kan bevatten. Het wordt nog gebruikt voor bepaalde logo's en grafische workflows, maar is niet altijd de beste aanlevervorm. Dit bestandsformaat komt vooral uit oudere grafische workflows. Je kunt er bijvoorbeeld vectorillustraties in opslaan, maar moderne PDF- of AI-bestanden zijn vaak handiger. Of een EPS bruikbaar is voor een drukker, hangt af van de inhoud en de verwerking.

Voorbeeld: Een ontwerper ontvangt een oud bedrijfslogo als EPS-bestand.

Etched glass folie

Een folie die op glas het uiterlijk van gezandstraald of mat glas nabootst. Ze wordt gebruikt voor privacy en decoratie.

Voorbeeld: Een vergaderruimte krijgt matte stroken op de glazen wand.

Etiketprint

Het afdrukken van informatie of afbeeldingen op etiketten. Dat kan op losse vellen of op rollen gebeuren.

Voorbeeld: Een product krijgt een etiket met naam, barcode en ingrediënten.

Etikettenpapier

Papier met een zelfklevende achterkant waarop etiketten kunnen worden gedrukt. Lijm en toplaag verschillen per toepassing. Niet ieder soort papier is geschikt voor elke sticker. Sommige etiketten moeten met een laserprinter kunnen worden bedrukt, andere komen in contact met vocht of kou. Kies daarom het juiste papier én de passende kleeflaag.

Voorbeeld: Een verzendetiket wordt gedrukt op zelfklevend papier.

EU Ecolabel

Een Europees milieukeurmerk dat voor bepaalde productgroepen eisen stelt aan de milieuprestaties. De toepasselijke criteria verschillen per product.

Voorbeeld: Een papierproducent kan voor een bepaalde papiersoort het EU Ecolabel voeren.

Euroloch

Een uitsparing in een verpakking of kaart waarmee het product aan een winkelhaak kan hangen. De opening heeft een herkenbare vorm.

Voorbeeld: Een zakje met accessoires hangt via het euroloch aan een winkelrek.

Eurosleuf

Dit begrip hoort bij Euroloch. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Eénkleurendruk

Drukwerk dat met één drukkleur wordt gemaakt. Die kleur hoeft niet zwart te zijn: ook een andere inktkleur kan worden gekozen. Eénkleurendruk betekent dat het ontwerp met één inktkleur wordt gedrukt, bijvoorbeeld alleen zwart of een gekozen steunkleur. Lichtere tinten kunnen door kleine rasterpuntjes van dezelfde kleur ontstaan. Het hoeft dus niet te betekenen dat het hele ontwerp overal even donker is.

Voorbeeld: Een formulier wordt volledig in donkerblauwe inkt gedrukt.

F

FEFCO 0201

Een veelgebruikte standaardconstructie voor een kartonnen verzenddoos met vier sluitkleppen boven en vier onder. De twee grootste kleppen komen bij het sluiten tegen elkaar.

Voorbeeld: Een gewone verhuis- of verzenddoos is vaak van het type FEFCO 0201.

FEFCO 0427

Een standaarddoosconstructie voor een vouwdoos die vaak als post- of verzenddoos wordt gebruikt. De doos wordt uit één gestanst stuk karton gevouwen.

Voorbeeld: Een webshop verstuurt producten in een klepdoos van dit type.

FEFCO-code

Een nummer uit een internationaal systeem waarmee veelgebruikte kartonnen doosconstructies worden aangeduid. Zo weten leverancier en klant welke vouwvorm wordt bedoeld. FEFCO-nummers beschrijven bekende constructies van golfkartonnen verpakkingen. Zo kunnen een leverancier en klant een doosmodel bespreken zonder telkens een uitgebreide tekening te sturen. De code vertelt niet automatisch hoe stevig het karton is.

Voorbeeld: Met de code 0201 kun je een gangbare doosconstructie specificeren.

Figma

Een digitaal ontwerpprogramma dat vooral bekend is van websites en schermontwerpen. Je kunt er ook grafische elementen in maken, maar drukwerk vraagt extra aandacht voor kleur en export. Figma wordt vooral gebruikt om digitale ontwerpen en schermindelingen te maken. Voor drukwerk kun je er wel iets ontwerpen, maar controleer zorgvuldig de export, het formaat en het kleurgebruik. Een schermontwerp is niet vanzelf een drukklare PDF.

Voorbeeld: Een ontwerper maakt een flyerconcept in Figma en controleert de PDF vóór productie.

Fine-art print

Een hoogwaardige afdruk van een foto of kunstwerk op speciaal papier of ander geschikt materiaal. De gebruikte inkt en het papier bepalen mede de uitstraling en houdbaarheid.

Voorbeeld: Een fotograaf laat een foto op zwaar kunstpapier afdrukken.

Flag longlife

Een soort vlaggendoek dat ontworpen is om langer bruikbaar te blijven bij normaal vlaggebruik. De werkelijke levensduur hangt af van weer, montage en locatie.

Voorbeeld: Een gevelvlag wordt gemaakt van een doek dat geschikt is voor langduriger buitengebruik.

Flagfix

Een systeem of hulpmiddel om een vlag te bevestigen of beter op zijn plaats te houden. De exacte werking hangt af van het specifieke product.

Voorbeeld: Een vlag krijgt een extra bevestiging om wegwaaien te beperken.

Flapomslag

Een omslag met één of meer extra naar binnen gevouwen stroken. Deze kunnen de omslag steviger maken of extra informatie bevatten.

Voorbeeld: Een boekomslag heeft aan beide kanten een flap met auteursinformatie.

Flattening

Het samenvoegen of vereenvoudigen van transparante lagen en effecten zodat een bestand makkelijker kan worden verwerkt. Daarbij kan de bewerkbaarheid afnemen. Wanneer doorzichtige objecten of effecten worden afgevlakt, worden sommige onderdelen samengevoegd tot een vorm die gemakkelijker te verwerken is. Dat kan ongewenste lijntjes of kwaliteitsverschillen veroorzaken. Moderne PDF-workflows kunnen transparantie vaak behouden.

Voorbeeld: Een schaduw met transparantie wordt vóór een oudere drukworkflow afgevlakt.

Flexodruk

Een druktechniek met flexibele drukvormen die inkt op materiaal overbrengen. Ze wordt veel gebruikt voor verpakkingen, etiketten en folies. De drukvorm is een beetje te vergelijken met een flexibele stempel. Deze techniek is geschikt voor veel materialen die op rollen worden verwerkt, zoals folie en etiketten.

Voorbeeld: Een grote oplage verpakkingsfolie wordt met flexodruk bedrukt.

FlightCheck

Software voor het controleren van grafische bestanden op ontbrekende fonts, afbeeldingen en technische instellingen. Het helpt fouten vóór productie te vinden.

Voorbeeld: Een vormgever controleert een opmaakbestand voordat het naar de drukker gaat.

Flowpack

Een flexibele verpakking die als een wikkel om een product wordt gevormd en afgesloten. Deze wordt veel gebruikt bij voeding en kleine artikelen.

Voorbeeld: Een koekje zit in een bedrukte flowpackfolie.

Fluorescerende inkt

Inkt met een extra felle kleuruitstraling die met gewone CMYK-inkten vaak moeilijk is na te maken. Het effect kan verschillen per materiaal en licht. Deze inkt kan extra fel lijken doordat hij licht op een bijzondere manier weerkaatst of omzet. Het resultaat is anders dan een gewone CMYK-kleur en kan afhankelijk zijn van verlichting en materiaal. Een standaard printer kan dit effect niet altijd nabootsen.

Voorbeeld: Een actiesticker wordt gedrukt met opvallend fluorescerend oranje.

FM-raster

Een manier om tinten af te beelden met heel kleine drukpuntjes die op wisselende afstanden staan. FM staat voor frequentiemodulatie.

Voorbeeld: Een drukker gebruikt een fijn FM-raster voor subtiele beeldverlopen.

Foamboard

Een licht plaatmateriaal met een schuimkern en stevige buitenlagen. Het is handig voor tijdelijke presentaties en displays, maar niet elk type kan buiten worden gebruikt. De kern bestaat uit licht schuim met aan beide kanten een deklaag. Daardoor is het paneel gemakkelijk te verplaatsen en te verwerken. Het is vooral handig voor tijdelijke binnenpresentaties; voor langdurig buitengebruik zijn vaak andere materialen beter geschikt.

Voorbeeld: Een foto wordt op foamboard gemonteerd voor een expositie.

Foedraal

Een beschermende hoes waarin een boek, document of voorwerp wordt geschoven. Een foedraal kan ook luxe worden bedrukt of bekleed.

Voorbeeld: Een bijzonder boek wordt geleverd in een passend kartonnen foedraal.

Folie scheiden

Het losmaken van een folielaag van een andere laag of drager. Dit kan nodig zijn bij verwerking of afvalscheiding en is niet bij ieder product mogelijk.

Voorbeeld: Bij de recycling van een gelamineerd product is het scheiden van lagen lastig.

Foliedruk

Foliedruk is een afwerking waarbij een dunne folie op bepaalde delen van het drukwerk wordt aangebracht. Denk aan een glanzend goudkleurig logo of zilverkleurige letters op een uitnodiging. De folie geeft een opvallend effect dat je met gewone drukinkt niet precies hetzelfde krijgt. Bij traditionele foliedruk wordt vaak gewerkt met een vorm en warmte of druk, maar er bestaan ook digitale technieken. Niet elk ontwerp of papiersoort is even geschikt. Vooral heel fijne lijntjes en kleine letters vragen extra aandacht. Bij foliedruk wordt een dunne decoratieve folie op delen van het ontwerp aangebracht, vaak met warmte en druk. Zo ontstaat bijvoorbeeld een gouden of zilveren glans die je met gewone inkt niet precies kunt nabootsen. Het is een extra afwerking, niet hetzelfde als een volledig oppervlak lamineren.

Voorbeeld: Op een uitnodiging krijgt alleen de naam een goudkleurige glanzende folie, terwijl de rest gewoon bedrukt blijft.

Foliedruk (afwerking)

Dit begrip hoort bij Foliedruk. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Folielamineren

Het aanbrengen van een dunne beschermende kunststof film op een bedrukte ondergrond. De film kan mat of glanzend zijn en beschermt tegen gebruikssporen.

Voorbeeld: Een menukaart krijgt glanslaminaat zodat hij makkelijker af te nemen is.

Folio

Een nummer of aanduiding op een pagina, vaak het paginanummer. In sommige contexten kan folio ook een vel papier betekenen.

Voorbeeld: Onderaan een boekpagina staat het folionummer 27.

Font

Een digitale uitvoering van een lettertype waarmee je tekst vormgeeft. Fonts verschillen in stijl, breedte en leesbaarheid. Een font bevat de digitale lettervormen die een programma gebruikt om tekst weer te geven. Als het font bij het openen van een ontwerp ontbreekt, kunnen regels anders vallen. Sluit fonts correct in de PDF in of overleg of omzetten naar contouren nodig is.

Voorbeeld: Een bedrijf gebruikt hetzelfde font in zijn logo en brochure.

Fontgewicht

Hoe dun of dik de lijnen van letters zijn binnen een lettertype. Je hebt bijvoorbeeld light, regular en bold.

Voorbeeld: Een kop wordt in bold gezet en de lopende tekst in regular.

Fontinsluiting

Dit begrip hoort bij Embedded fonts. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Foodgrade

Een aanduiding dat een materiaal geschikt is voor de bedoelde toepassing met voedsel, volgens toepasselijke eisen. Niet ieder bedrukbaar materiaal is automatisch geschikt voor direct voedselcontact.

Voorbeeld: Voor een koekverpakking wordt materiaal gekozen dat voor die toepassing is toegestaan.

Forex

Een merknaam die vaak wordt gebruikt voor geschuimd PVC-plaatmateriaal. De plaat is relatief licht en wordt veel gebruikt voor binnenreclame en displays. Forex is geen soort metaal, maar een geschuimde kunststofplaat. Daardoor is het licht en relatief gemakkelijk te bewerken. Controleer wel of de gekozen dikte en bevestiging geschikt zijn voor de plaats waar het bord komt.

Voorbeeld: Een bord voor een beursstand wordt op Forex geprint.

Formaatverschil

Het verschil tussen twee afmetingen, bijvoorbeeld tussen het aangeleverde bestand en het bestelde drukwerk. Soms is dit verklaarbaar door afloop.

Voorbeeld: Een bestand van 154 × 216 mm hoort bij een A5-flyer met 3 mm afloop.

Fotochemisch afdrukken

Een techniek waarbij lichtgevoelig materiaal via een chemisch proces een afbeelding krijgt. Dit is een andere werkwijze dan een gewone inkjetprint.

Voorbeeld: Een traditionele foto wordt op lichtgevoelig fotopapier ontwikkeld.

Fotoluminescente folie

Een folie die licht kan opslaan en daarna in het donker nog een tijd zichtbaar blijft. De helderheid neemt geleidelijk af.

Voorbeeld: Een veiligheidsaanduiding blijft na het uitgaan van het licht zichtbaar.

Franje

Losse draadjes of rafels aan de rand van een doek. Afhankelijk van het gebruik kan de rand worden afgewerkt om rafelen te beperken.

Voorbeeld: Een vlag krijgt een nette zoom zodat de stof minder snel rafelt.

Freesbewerking

Het met een draaiend gereedschap weghalen van materiaal om een vorm, rand of uitsparing te maken. Dit wordt veel gebruikt bij platen en panelen.

Voorbeeld: Uit een kunststof paneel wordt een ronde opening gefreesd.

Freescontour

De lijn waarlangs een freesmachine het materiaal moet bewerken. De contour wordt meestal als aparte technische lijn aangeleverd.

Voorbeeld: Voor een uitgesneden logo teken je een nauwkeurige freescontour.

Freesletters

Letters die uit een plaatmateriaal worden gefreesd, zodat je losse driedimensionale letters krijgt. Ze worden vaak op muren of gevels bevestigd.

Voorbeeld: De bedrijfsnaam wordt uit kunststof gefreesd en op de wand geplakt.

Freessnede

Een rand of opening die ontstaat door een freesbewerking. De vorm en afwerking hangen af van het materiaal en de gebruikte frees.

Voorbeeld: Een gebogen reclamepaneel krijgt zijn vorm via een freessnede.

Frontlit banner

Spandoekmateriaal dat bedoeld is om van voren te worden bekeken en eventueel van voren te worden verlicht. Het is meestal niet bedoeld om licht van achteren door te laten.

Voorbeeld: Een groot gevelspandoek wordt op frontlit bannermateriaal gedrukt.

Frontsnede

De voorkant van een boekblok, tegenover de boekrug. Na het snijden liggen daar alle paginaranden netjes gelijk.

Voorbeeld: Bij een gesloten boek zie je de frontsnede tegenover de rug.

FSC

FSC is een keurmerksysteem voor verantwoord bosbeheer en de herkomst van bosproducten, waaronder papier. Als papier een FSC-claim draagt, zegt dat iets over de gecontroleerde herkomst of samenstelling binnen de regels van het systeem. Er bestaan verschillende FSC-labels, die niet allemaal hetzelfde betekenen. Het is dus niet juist om bij elk FSC-product zomaar te zeggen dat het volledig van gerecycled papier is gemaakt. Wil je een FSC-logo of specifieke claim op drukwerk gebruiken, dan gelden daarvoor aanvullende voorwaarden en moet de betreffende keten goed zijn geregeld. FSC is een keurmerksysteem rond verantwoord bosbeheer en de keten van bosproducten. Welke claim op een specifiek drukwerkproduct mag worden gebruikt, hangt af van de certificering en administratieve keten. Het logo mag niet zomaar worden toegevoegd omdat papier ergens als FSC wordt aangeboden.

Voorbeeld: Bij een brochure controleer je eerst welke FSC-claim de gebruikte papiersoort en de productie daadwerkelijk toestaan.

FSC Mix

Een FSC-claim voor producten die volgens de certificeringsregels een combinatie van toegestane materiaalbronnen bevatten. Het betekent niet automatisch dat het papier volledig gerecycled is.

Voorbeeld: Een papiersoort wordt door de leverancier aangeboden met FSC Mix-claim.

FSC Recycled

Een FSC-claim voor producten met gerecycled materiaal volgens de toepasselijke certificeringsregels. Controleer de specifieke documentatie van het product.

Voorbeeld: Een klant kiest een papiersoort met FSC Recycled-claim.

FSC-papier

Dit begrip hoort bij FSC. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Fulfilment

Het verzamelen, verpakken en versturen van bestellingen, vaak inclusief voorraadbeheer. Drukwerk kan daarbij rechtstreeks naar verschillende ontvangers gaan.

Voorbeeld: Een voorraad brochures wordt per klantorder ingepakt en verzonden.

Fullcolour

Een manier om veel verschillende kleuren af te drukken, meestal met de vier CMYK-drukkleuren. Foto's en kleurrijke ontwerpen worden vaak in fullcolour gedrukt. Fullcolour betekent niet dat iedere denkbare schermkleur exact gedrukt kan worden. Sommige heel felle RGB-kleuren vallen buiten het kleurbereik van de gebruikte drukmethode.

Voorbeeld: Een flyer met foto's wordt aan beide kanten in fullcolour gedrukt.

G

Gamut

Het bereik aan kleuren dat een scherm, printer of drukproces kan weergeven. Sommige felle schermkleuren vallen buiten wat op papier mogelijk is. Een beeldscherm maakt kleuren met licht, terwijl drukwerk kleuren toont via inkt op materiaal. Daarom zijn sommige heel felle schermkleuren op papier niet precies na te maken. Een kleurprofiel helpt om vooraf te zien welke tinten kunnen verschuiven.

Voorbeeld: Een heel fel groen op je monitor kan gedrukt minder fel worden.

Gamutwaarschuwing

Een signaal in grafische software dat een kleur buiten het bereik van het gekozen drukprofiel valt. Zo kun je vooraf zien dat die kleur mogelijk zal veranderen.

Voorbeeld: Een ontwerper ziet een waarschuwing bij een bijzonder fel blauw.

Garen gebonden

Een bindwijze waarbij gevouwen pagina's met garen aan elkaar worden genaaid. Dit geeft een sterke binding, vooral bij boeken die vaak worden geopend.

Voorbeeld: Een luxe kunstboek krijgt een genaaid binnenwerk.

Garen naaien

Dit begrip hoort bij Garen gebonden. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Garenloos binden

Pagina's aan elkaar bevestigen met lijm in plaats van garen of nietjes. De kwaliteit hangt af van lijm, papier en uitvoering. Bij deze techniek worden de losse pagina’s in de rug vastgelijmd. Het is een andere afwerking dan nieten door de vouw. Hoe goed het boek openvalt, hangt onder andere af van papier en bindwijze.

Voorbeeld: Een paperback wordt met een gelijmde rug geproduceerd.

Gatefold

Een vouwvorm waarbij twee buitenste delen naar het midden vouwen, alsof twee deuren sluiten. Na het openvouwen ontstaat een bredere presentatie.

Voorbeeld: Een folder opent eerst met twee flapjes en toont daarna een grote afbeelding.

GCR

Een kleurtechniek waarbij delen van cyaan, magenta en geel in donkere of neutrale kleuren worden vervangen door zwart. GCR staat voor gray component replacement.

Voorbeeld: Een kleurprofiel bepaalt hoeveel zwart wordt gebruikt in een grijze partij.

Geborsteld aluminium

Aluminium met fijne zichtbare slijplijnen aan het oppervlak. Deze structuur geeft een metaalachtige uitstraling die na bepaalde printtechnieken zichtbaar kan blijven. Het oppervlak heeft fijne zichtbare lijnen door de afwerking van het metaal. Bij een print kunnen delen van die structuur zichtbaar blijven, vooral waar niet met een dekkende witte onderlaag wordt gewerkt. Het geeft een andere uitstraling dan een glad wit paneel.

Voorbeeld: Een naambord op geborsteld aluminium toont fijne horizontale lijnen.

Gebreid doek

Textiel dat is gemaakt van in elkaar grijpende lussen. Het kan rekbaarder zijn dan geweven materiaal en wordt ook voor vlaggen gebruikt.

Voorbeeld: Een soepele reclamevlag wordt op gebreid textiel geprint.

Gebruik binnen

Een aanwijzing dat een materiaal of product bedoeld is voor een binnenomgeving. Buiten kunnen vocht, UV-licht en wind andere eisen stellen.

Voorbeeld: Een kartonnen display is geschikt in een winkel, niet zonder meer in de regen.

Gebruik buiten

Een aanwijzing dat het product bedoeld is voor toepassing buiten. Hoe lang het meegaat, hangt van materiaal, montage en weersomstandigheden af.

Voorbeeld: Voor een gevelbord kies je materiaal dat tegen regen en zon kan.

Gecomprimeerd bestand

Een digitaal bestand waarvan de gegevens kleiner zijn gemaakt, soms zonder verlies en soms met minder beeldkwaliteit. De techniek bepaalt wat er behouden blijft.

Voorbeeld: Een ZIP-bestand bundelt foto's zonder ze als JPG opnieuw te comprimeren.

Geel

Eén van de vier CMYK-drukkleuren. Samen met cyaan, magenta en zwart worden veel kleuren op papier opgebouwd.

Voorbeeld: Een geel vlak in een flyer kan hoofdzakelijk met de gele drukinkt worden gemaakt.

Gegevenssamenvoeging

Dit begrip hoort bij Data merge. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Gegoten folie

Dit begrip hoort bij Cast vinyl. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Gekleurde snede

Een boekafwerking waarbij de zichtbare randen van het gesloten boek worden gekleurd. Zo ontstaat een decoratief accent.

Voorbeeld: Een luxe boek heeft een rode rand rondom het papierblok.

Gelinkte afbeelding

Een afbeelding die in een ontwerp is geplaatst als verwijzing naar een apart bestand. Als dat bronbestand ontbreekt, kan de kwaliteit of uitvoer problemen geven.

Voorbeeld: In een InDesign-document staat een foto gelinkt vanaf een map op de computer.

Geniet binden

Dit begrip hoort bij Cahiersteek. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Gepersonaliseerde mailing

Een mailing waarin gegevens of teksten per ontvanger verschillen, terwijl de basisopmaak hetzelfde blijft. Dat maakt een boodschap persoonlijker.

Voorbeeld: Iedere klant krijgt een brief met zijn eigen naam en klantnummer.

Gerecycled papier

Papier dat geheel of gedeeltelijk is gemaakt van teruggewonnen papiervezels. De samenstelling en uitstraling kunnen sterk verschillen. De term zegt op zichzelf niet hoeveel gerecyclede vezels in het papier zitten. Controleer daarom het opgegeven percentage en eventuele certificering als dat belangrijk is voor je bestelling. Gerecycled papier is gemaakt met papiervezels die eerder al in papierproducten zijn gebruikt. De hoeveelheid gerecyclede vezels kan verschillen. Kleur, structuur en bedrukbaarheid hoeven niet hetzelfde te zijn als bij nieuw papier.

Voorbeeld: Een notitieblok wordt gedrukt op papier met gerecyclede vezels.

Gerecyclede vezels

Papiervezels die eerder al in een papierproduct zijn gebruikt en na inzameling opnieuw worden verwerkt. Het aantal keren dat een vezel kan worden gebruikt is beperkt.

Voorbeeld: Oud kantoorpapier kan grondstof worden voor nieuw papier.

Gesatineerd papier

Papier dat gladder en vaak wat glanzender is gemaakt door het onder druk langs rollen te leiden. Daardoor kan het anders aanvoelen dan ruw papier.

Voorbeeld: Een brochure krijgt papier met een extra glad oppervlak.

Geschuimd PVC

Een lichte kunststofplaat met een schuimachtige binnenstructuur. Ze wordt veel gebruikt voor displays en reclameborden, vooral binnen.

Voorbeeld: Een informatiebord wordt op een witte geschuimde PVC-plaat gedrukt.

Gestreken papier

Papier waarop een speciale gladde laag is aangebracht. Daardoor blijven drukinkten vaak meer aan het oppervlak en kunnen afbeeldingen scherp overkomen. De strijklaag is een dunne coating op het papier; het is geen plastic laminaat. Foto’s en kleuren komen op dit papier vaak scherp en krachtig over, terwijl schrijven met een pen soms anders aanvoelt.

Voorbeeld: Een fotobrochure wordt gedrukt op gestreken papier.

Gevelvlag

Een reclamevlag die met een vlaggenstok of houder aan een gevel wordt bevestigd. Ze is geschikt om een winkel of bedrijf zichtbaar te maken.

Voorbeeld: Een bakker hangt een vlag met zijn logo aan de buitenmuur.

Geweven doek

Textiel dat wordt gemaakt door draden kruislings over en onder elkaar te laten lopen. Het is vaak vormvast en kan voor banners of displays worden gebruikt.

Voorbeeld: Een reclamebanner wordt op een stevig geweven doek gedrukt.

Gicléeprint

Een hoogwaardige inkjetafdruk die vaak wordt gebruikt voor kunst en fotografie. Het resultaat hangt af van printer, pigmentinkt en papier. Deze naam wordt vaak gebruikt voor hoogwaardige inkjetafdrukken van foto’s of kunstwerken. De kwaliteit hangt niet alleen van de printer af, maar ook van de inkt, het papier en het kleurbeheer. De term alleen zegt niets over een gegarandeerde houdbaarheid.

Voorbeeld: Een kunstenaar verkoopt een kleine oplage gicléeprints van zijn werk.

GIF

Een digitaal afbeeldingsformaat dat beperkte kleuren ondersteunt en ook eenvoudige animaties kan bevatten. Voor hoogwaardige drukfoto's is het meestal minder geschikt.

Voorbeeld: Een bewegend icoontje op een website is een GIF, maar niet ideaal als drukfoto.

Glans gestreken papier

Gestreken papier met een glanzende afwerking waardoor kleuren en foto's vaak levendig ogen. Reflecties kunnen de leesbaarheid beïnvloeden.

Voorbeeld: Een fotofolder krijgt glanzend papier voor heldere afbeeldingen.

Glanslaminaat

Een dunne glanzende beschermfolie op drukwerk. Deze geeft meer glans en kan de bedrukking tegen gebruikssporen helpen beschermen. Een transparante folie geeft het drukwerk een glanzende uitstraling en kan het oppervlak beschermen. Door reflecties kunnen donkere vlakken en foto’s krachtiger lijken, maar onder fel licht is tekst soms minder gemakkelijk leesbaar.

Voorbeeld: Een menukaart krijgt glanslaminaat aan de buitenzijde.

Glow in the dark

Een effect waarbij materiaal na blootstelling aan licht in het donker nog enige tijd licht afgeeft. Dit wordt bijvoorbeeld met speciale pigmenten bereikt.

Voorbeeld: Een sticker met sterren licht nog na wanneer de lamp uitgaat.

Goed voor druk

De bevestiging dat een ontwerp of proef na controle mag worden geproduceerd. Na akkoord kunnen wijzigingen extra werk of kosten veroorzaken.

Voorbeeld: Je controleert alle namen op een uitnodiging en geeft daarna akkoord.

Golfkarton

Karton met een golvende papierlaag tussen één of meer vlakke lagen. De golf helpt om het materiaal stevig te houden zonder veel gewicht. De gegolfde laag tussen vlakke papierlagen werkt als een kleine constructie die stevigheid geeft zonder heel zwaar te worden. Er bestaan verschillende golfhoogtes en combinaties. De geschiktheid voor een zware zending hangt ook af van de doosvorm en papiersoort.

Voorbeeld: Een verzenddoos beschermt zijn inhoud dankzij de golfstructuur.

Golfkartonliner

De vlakke buiten- of binnenlaag van golfkarton, naast het golvende papier. De kwaliteit van deze laag beïnvloedt stevigheid en bedrukbaarheid.

Voorbeeld: Op de buitenliner van een kartonnen doos wordt het logo geprint.

Golfprofiel

De vorm en hoogte van de golven in golfkarton. Verschillende profielen geven een andere combinatie van dikte, sterkte en gladheid.

Voorbeeld: E-golf is fijner dan C-golf en wordt vaak voor kleinere verpakkingen gebruikt.

Golfvlag

Een speciale vlag voor golfbanen, meestal bevestigd aan een vlaggenstok op de green. De vorm en bevestiging zijn afgestemd op dat gebruik.

Voorbeeld: Een golfclub laat vlaggen met zijn logo maken voor de holes.

Gomsluiting

Een sluitrand op een envelop met een lijmlaag die door bevochtigen plakkerig wordt. Je sluit de envelop door de gom nat te maken.

Voorbeeld: Je bevochtigt de klep van een klassieke envelop en drukt hem dicht.

Gondeldoosje

Een klein kartonnen doosje met gebogen zijflappen dat vaak uit één stuk wordt gestanst en gevouwen. Het wordt veel gebruikt als geschenkverpakking.

Voorbeeld: Een cadeaubon wordt verpakt in een bedrukt gondeldoosje.

Goudfolie

Een decoratieve folie met een goudkleurige uitstraling die bijvoorbeeld met foliedruk op papier wordt aangebracht. Het gaat meestal om een metaaleffect, niet om massief goud. De goudkleurige glans komt van de aangebrachte folie, niet van gewone gele drukinkt. Vooral bij logo’s of kleine accenten kan dit een duidelijk ander effect geven dan een gele kleur in het ontwerp. Met goudfolie kun je bijvoorbeeld een logo of titel een glanzend metallic uiterlijk geven. Het effect ontstaat door een speciale folie aan te brengen, niet door gewone gele inkt te gebruiken.

Voorbeeld: De naam op een luxe uitnodiging wordt in goudfolie gedrukt.

Grafische industrie

De bedrijfstak die zich bezighoudt met ontwerpen, voorbereiden, drukken en afwerken van visuele communicatie en verpakkingen.

Voorbeeld: Drukkerijen, boekbinderijen en prepressbedrijven horen bij de grafische industrie.

Grafische vormgeving

Het bewust combineren van tekst, kleur, afbeeldingen en vormen om informatie duidelijk en aantrekkelijk over te brengen.

Voorbeeld: Een vormgever maakt een herkenbare huisstijl voor een bedrijf.

Grammage

Grammage vertelt hoeveel één vierkante meter papier weegt. Je ziet dat bijvoorbeeld als 90, 170 of 350 g/m². Het is een handige manier om papiersoorten met elkaar te vergelijken. Een hoger grammage betekent meestal zwaarder en vaak steviger papier, maar niet automatisch dikker papier: dat hangt ook af van de papiersoort en hoe het is gemaakt. Zo kan een luchtig ongestreken papier dikker aanvoelen dan een compact gestreken papier met hetzelfde grammage. Kies dus niet alleen op gewicht, maar ook op uitstraling en gebruik. Een hoger grammage betekent dat één vierkante meter papier meer weegt. Dat zegt vaak iets over stevigheid, maar niet precies over de dikte: een volumineus papier kan dikker aanvoelen dan een glad papier met hetzelfde gewicht.

Voorbeeld: Een flyer van 135 g/m² voelt meestal lichter aan dan een kaart van 350 g/m², ook als ze hetzelfde formaat hebben.

Grammage textiel

Dit begrip hoort bij Grammage. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Gramsgewicht

Dit begrip hoort bij Grammage. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Greenwashing

Het groener of duurzamer voorstellen van een product of bedrijf dan met feiten kan worden onderbouwd. Duidelijke en controleerbare claims zijn daarom belangrijk. Dit gebeurt wanneer een product groener wordt voorgesteld dan met feiten kan worden onderbouwd. Denk aan brede woorden als duurzaam zonder te vertellen waarop ze slaan. Voor klanten zijn concrete informatie over materiaal, herkomst en verwerking nuttiger.

Voorbeeld: Een verpakking zomaar '100% groen' noemen zonder bewijs kan misleidend zijn.

Grid (opmaak)

Een onzichtbaar raster waarmee je tekst, foto's en andere onderdelen op een pagina netjes uitlijnt. Het zorgt voor rust en herhaling.

Voorbeeld: In een magazine beginnen alle kolommen op dezelfde rasterlijnen.

Grijsbalans

De verhouding tussen de gebruikte kleurinkten waarmee neutrale grijstinten worden opgebouwd. Als de verhouding niet klopt, kan grijs een kleurzweem krijgen. Bij kleurenprinten gebruik je meerdere inkten om een neutraal grijs te maken. Als de verhouding net niet klopt, krijgt het grijs een rode, groene of blauwe zweem. Daarom wordt de grijsbalans vaak meegenomen in kleurcontroles.

Voorbeeld: Een grijze achtergrond wordt op de drukproef iets groenachtig.

Grijskarton

Een stevig karton met een grijze kleur dat vaak als kern of drager wordt gebruikt. Het is geschikt voor stevige omslagen en dozen.

Voorbeeld: Een harde boekkaft bestaat binnenin vaak uit grijskarton.

Grijswaarden

Een afbeelding die alleen verschillende tinten grijs bevat, van wit tot zwart. Er worden geen zichtbare kleuren in de afbeelding gebruikt.

Voorbeeld: Een kleurenfoto wordt omgezet naar een zwart-witfoto met grijstinten.

GS1

Een organisatie die standaarden ontwikkelt voor productidentificatie, barcodes en het uitwisselen van gegevens. Bedrijven gebruiken deze standaarden in hun logistiek.

Voorbeeld: Een fabrikant registreert een productnummer voor gebruik met een barcode.

GTIN

Een wereldwijd gebruikt nummer om een handelsartikel uniek te identificeren. Het nummer kan onder meer in een barcode worden weergegeven.

Voorbeeld: Op een verpakking verwijst de barcode naar het GTIN van het product.

Guillotine snijmachine

Een snijmachine met een groot recht mes dat een stapel papier in één beweging doorsnijdt. Een aandrukbalk houdt de stapel op zijn plaats.

Voorbeeld: Na het drukken wordt een stapel flyers recht afgesneden.

H

Halfdoorsnijden

Halfdoorsnijden betekent dat een mes wel door de bovenste laag van een materiaal snijdt, maar niet door de onderlaag. Dit wordt veel gebruikt bij stickers op een vel. Je kunt de sticker daardoor gemakkelijk loshalen, terwijl het vel met de achterkant heel blijft.

Voorbeeld: Bij een stickervel wordt alleen de stickerfolie gesneden; het schutpapier eronder blijft intact.

Halftone

Dit begrip hoort bij Halftoonraster. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Halftoonraster

Een halftoonraster verdeelt een foto in heel veel kleine drukpuntjes. Grote puntjes zorgen voor donkere delen en kleine puntjes voor lichte delen. Zo kan een drukmachine toch schaduwen en kleurverschillen laten zien. Een drukpers kan veel tinten nabootsen door inkt in heel kleine puntjes aan te brengen. Van dichtbij zie je puntjes; van een normale leesafstand lijken ze samen één tint. Grootte en verdeling van de puntjes beïnvloeden het drukbeeld.

Voorbeeld: In een gedrukt portret zijn de schaduwen opgebouwd uit dicht bij elkaar liggende rasterpuntjes.

Hardcover

Een hardcover is een boek met een stevige, harde omslag. Die omslag bestaat meestal uit karton met daarover bedrukt papier, linnen of een ander bekledingsmateriaal. Het boek voelt daardoor stevig aan en is beter beschermd dan een boek met een slappe omslag. Omdat de kaft stevig is, beschermt deze het boek beter tegen dagelijks gebruik. Een hardcover is niet automatisch waterbestendig of onverwoestbaar; de bekleding en afwerking blijven belangrijk.

Voorbeeld: Een luxe jubileumboek wordt vaak als hardcover gemaakt, zodat de omslag jarenlang mooi blijft.

Harde kaft

Dit begrip hoort bij Hardcover. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Hardproof

Een hardproof is een proefdruk op echt papier. Daarmee kun je vóór de productie beoordelen hoe kleuren, foto's en tekst er ongeveer uit gaan zien. Een betrouwbare kleurproef wordt met gecontroleerde instellingen gemaakt; een gewone kantoorprint is daarom niet automatisch een hardproof. Een hardproof is vooral nuttig wanneer kleur heel belangrijk is, bijvoorbeeld bij kunst of fotografie. Een proef op een andere printer en papiersoort kan afwijken van het uiteindelijke drukwerk.

Voorbeeld: Voor een kunstcatalogus wordt eerst een kleurproef gemaakt om belangrijke huidtinten te beoordelen.

Hardschuimplaat

Een hardschuimplaat is een lichtgewicht kunststof plaat die toch redelijk stevig is. Het materiaal wordt gebruikt voor binnenreclame, presentaties en displays. Niet elke hardschuimplaat is geschikt voor langdurig gebruik buiten; dat hangt af van het precieze materiaal. Het is handig voor lichte displays en presentaties, maar niet elk type plaat is geschikt voor langdurig buitengebruik. De dikte en de manier van bevestigen bepalen mee hoe stevig het geheel is.

Voorbeeld: Een tijdelijke presentatie op een beurs kan op een lichte hardschuimplaat worden geprint.

Harmonicavouw

Een harmonicavouw is een manier van vouwen waarbij de delen om en om naar voren en naar achteren worden gevouwen. Je kunt het vergelijken met de vouwen van een accordeon. Als je het drukwerk uitvouwt, zie je alle delen naast elkaar.

Voorbeeld: Een plattegrond of informatiefolder kan als een lange strook met harmonicavouwen worden gemaakt.

Heatset

Heatset is een drukmethode waarbij de drukinkt na het drukken met warme lucht wordt gedroogd. Dit wordt vooral gebruikt bij grote oplagen op papierrollen. Door het drogen kan het drukwerk snel verder worden verwerkt. Bij heatset wordt bedrukte papierbaan door een drooginstallatie geleid, zodat de inkt snel genoeg droogt voor verdere verwerking. De techniek wordt vaak ingezet bij bepaalde soorten rotatiedruk. Het is niet hetzelfde als digitale print met een verhitte toner.

Voorbeeld: Een tijdschrift dat in grote aantallen op een rotatiepers wordt gemaakt, kan met heatsetinkt worden gedrukt.

HEIC

HEIC is een bestandsformaat waarin sommige telefoons foto's bewaren. Het neemt vaak minder opslagruimte in dan JPEG, terwijl de foto er nog goed uitziet. Niet alle drukwerkprogramma's kunnen HEIC rechtstreeks verwerken, dus soms moet je de foto eerst omzetten.

Voorbeeld: Je maakt een foto op je iPhone en zet die vóór het opmaken van een flyer om naar JPEG.

Helder acrylaat

Helder acrylaat is een doorzichtige kunststof plaat die sterk op glas lijkt. Het is lichter dan glas en wordt onder meer gebruikt voor foto's, reclamepanelen en displays. Het materiaal wordt ook wel helder plexiglas genoemd.

Voorbeeld: Een foto achter een transparante acrylaatplaat krijgt een moderne, glanzende uitstraling.

Helderheid

Helderheid geeft aan hoe licht of donker een beeld of kleur overkomt. Een foto kan te donker zijn, waardoor details wegvallen, of te licht, waardoor lichte delen bijna wit worden. Op een beeldscherm kan de helderheid anders lijken dan op papier.

Voorbeeld: Een foto die op een fel ingesteld scherm goed lijkt, kan op mat papier donkerder uitvallen.

Herdruk

Een herdruk is een nieuwe productie van drukwerk dat eerder al is gemaakt. Vaak wordt hetzelfde ontwerp nogmaals gebruikt, maar soms worden kleine gegevens aangepast. Controleer altijd of het oude bestand en de specificaties nog kloppen.

Voorbeeld: Een bedrijf bestelt dezelfde visitekaartjes opnieuw, maar controleert eerst of het telefoonnummer nog juist is.

Histogram

Een histogram is een grafiek die laat zien hoeveel lichte, donkere en middelgrijze delen er in een foto zitten. Zo kun je makkelijker zien of een foto erg donker of licht is. Het histogram vertelt niet automatisch of een foto mooi is. Een histogram laat zien hoeveel donkere, middentinten en lichte delen een foto heeft. Daardoor kun je snel zien of een foto heel donker is of juist veel lichte partijen bevat. Toch vertelt zo’n grafiek niet of het onderwerp mooi is belicht.

Voorbeeld: Bij het bewerken van een productfoto controleer je in het histogram of de lichte achtergrond niet helemaal wegvalt.

Hoekafronding

Bij hoekafronding worden scherpe hoeken van papier, karton of kunststof rond gemaakt. Dat ziet er zachter uit en kan prettig zijn bij producten die vaak worden vastgepakt. De grootte van de ronding moet passen bij het ontwerp.

Voorbeeld: Een klantenpas krijgt vier afgeronde hoeken zodat hij prettig in een portemonnee past.

Holografische folie

Holografische folie is een glanzende folie die vanuit verschillende kijkhoeken andere kleuren en lichteffecten laat zien. Ze wordt gebruikt om een verpakking of kaart extra te laten opvallen. Niet elk holografisch effect is bedoeld als beveiliging tegen vervalsing.

Voorbeeld: Een cadeaudoos krijgt een holografisch detail dat in het licht verschillende kleuren laat zien.

Honingraatkarton

Honingraatkarton is karton met een binnenkant die bestaat uit kleine zeshoekige vakjes. Die structuur doet denken aan een bijenraat. Daardoor kan de plaat stevig zijn zonder heel zwaar te worden.

Voorbeeld: Een grote kartonnen beursdisplay kan met honingraatkarton stevig en toch relatief licht blijven.

Hoogdruk

Hoogdruk is een druktechniek waarbij de delen die inkt moeten afgeven iets hoger liggen dan de rest. Die verhoogde delen raken het papier en zetten de afbeelding erop. Denk aan een ouderwetse stempel. Je kunt je een stempel voorstellen: de hoger liggende delen krijgen inkt en drukken die op papier. Bij ambachtelijke toepassingen zie je soms ook een voelbare indruk in het papier.

Voorbeeld: Een ambachtelijke kaart kan met een letterpress-techniek worden gedrukt waarbij je soms een indruk in het papier voelt.

Hoogglanslak

Hoogglanslak is een glanzend laagje dat op drukwerk wordt aangebracht. Het laat kleuren en bepaalde onderdelen meer opvallen. De glans hangt ook af van het papier en de gebruikte lak.

Voorbeeld: Een brochureomslag krijgt extra glans op een afbeelding of logo.

Hoogreliëf

Hoogreliëf betekent dat een vorm of tekst voelbaar boven het oppervlak uitkomt. Dat kan met een speciale persvorm worden gemaakt. Je ziet niet alleen het ontwerp, je kunt het ook met je vingers voelen.

Voorbeeld: Een luxe uitnodiging krijgt een verhoogd monogram dat je kunt voelen wanneer je erover strijkt.

Hotfolder

Een hotfolder is een computermap die automatisch een handeling start zodra je er een bestand in zet. In drukkerijen kan zo'n map bijvoorbeeld drukbestanden controleren of doorsturen naar een volgende stap. Welke acties plaatsvinden hangt af van de ingestelde software.

Voorbeeld: Een aangeleverde PDF wordt automatisch gecontroleerd zodra de drukker deze in de juiste map plaatst.

Hotmelt binden

Bij hotmelt binden worden losse bladen met warme smeltlijm aan de rug van een boek of brochure vastgemaakt. Zodra de lijm afkoelt, blijven de bladen bij elkaar. Het is een veelgebruikte manier om boeken zonder nietjes te maken.

Voorbeeld: Een catalogus met veel pagina's krijgt een gelijmde rug met hotmeltlijm.

Houdbaarheidsdruk

Houdbaarheidsdruk is het aanbrengen van gegevens zoals een houdbaarheidsdatum, productiedatum of partijnummer op een verpakking. Vaak gebeurt dit pas tijdens het vullen of verpakken, omdat de gegevens per productie verschillen.

Voorbeeld: Op een zakje koekjes wordt na het bedrukken van de verpakking de houdbaarheidsdatum toegevoegd.

Houthoudend papier

Houthoudend papier bevat een relatief groot aandeel houtbestanddelen, waaronder lignine. Daardoor kan het na verloop van tijd eerder verkleuren dan papier waarin die bestanddelen grotendeels zijn verwijderd. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor sommige kranten- en goedkopere papiersoorten.

Voorbeeld: Een oude krant vergeelt vaak sneller dan een boek dat op geschikt houtvrij papier is gedrukt.

Houtvrij papier

Houtvrij papier klinkt alsof er geen hout in zit, maar dat is niet zo. Het wordt meestal juist van houtvezels gemaakt. Bij de productie zijn bestanddelen die het papier sneller kunnen laten vergelen grotendeels verwijderd. Daardoor is het voor veel drukwerk geschikt. De term betekent niet dat er geen bomen voor worden gebruikt. Het gaat om papier waarin lignine en andere houtbestanddelen grotendeels zijn verwijderd. Daardoor is het vaak geschikter voor toepassingen waarbij minder vergeling gewenst is. De naam houtvrij betekent niet dat het papier zonder hout is gemaakt. Het verwijst traditioneel naar papier van chemisch ontsloten vezels met weinig lignine. Daardoor heeft het andere eigenschappen dan houthoudend papier.

Voorbeeld: Briefpapier en boeken worden vaak gedrukt op houtvrij papier.

HPL-paneel

Een HPL-paneel is een stevige plaat met een harde toplaag die onder hoge druk is gemaakt. HPL wordt onder meer gebruikt voor duurzame toepassingen en panelen. De geschiktheid voor bedrukking en buitengebruik hangt af van de specifieke uitvoering.

Voorbeeld: Voor bewegwijzering op een drukbezochte locatie kan een geschikt HPL-paneel worden gekozen.

Hue

Hue is het Engelse woord voor kleurtoon. Het beschrijft welke kleur je ziet, zoals rood, groen of blauw, zonder direct iets te zeggen over hoe licht of fel die kleur is. In beeldbewerkingssoftware kun je de kleurtoon apart aanpassen.

Voorbeeld: Je verschuift de kleurtoon van een afbeelding waardoor een blauwe tint meer richting groen gaat.

Hybride druk

Hybride druk combineert twee of meer druktechnieken in één productieproces. Zo kan bijvoorbeeld een vaste afbeelding met één techniek worden gedrukt en een wisselende naam met een andere. Daardoor benut je de sterke kanten van beide technieken.

Voorbeeld: Een verpakkingsserie krijgt een vaste achtergrond in offset en wisselende codes digitaal.

Hybride raster

Een hybride raster combineert eigenschappen van verschillende rastermethoden om foto's en fijne details goed af te drukken. Het is een technische manier waarop drukpuntjes worden verdeeld. Welke vorm geschikt is hangt af van papier, pers en drukproces.

Voorbeeld: Bij een gedetailleerde afbeelding kiest de drukker een raster dat zowel zachte verlopen als fijne lijnen goed weergeeft.

I

ICC-conversie

ICC-conversie is het omzetten van kleuren van de ene kleurruimte naar de andere met behulp van kleurprofielen. Dat is nodig omdat een beeldscherm en een drukmachine kleuren verschillend weergeven. Goed ingestelde conversie helpt onverwachte kleurverschillen te beperken. Bij een ICC-conversie worden kleurwaarden aangepast van het ene kleurprofiel naar het andere. Dat helpt om bijvoorbeeld een RGB-foto zo goed mogelijk naar een bepaalde drukconditie om te zetten. Je kunt daardoor sommige felle kleuren verliezen; controleer daarom het resultaat.

Voorbeeld: Een foto in RGB wordt met de juiste instellingen omgezet naar de kleurruimte van de drukpers.

ICC-profiel

Een ICC-profiel is een soort kleurhandleiding voor een apparaat of drukproces. Het beschrijft welke kleuren een beeldscherm, printer of drukpers kan weergeven. Kleurprogramma's gebruiken die informatie om kleuren zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Een profiel kun je vergelijken met een vertaaltabel voor kleuren. Het helpt software om rekening te houden met de eigenschappen van een scherm of drukproces. Zonder goed kleurbeheer kunnen dezelfde kleurgetallen er verschillend uitzien.

Voorbeeld: Een ontwerper gebruikt een geschikt drukprofiel om de verwachte gedrukte kleuren te beoordelen.

IDML-bestand

IDML is een uitwisselbaar bestandsformaat van Adobe InDesign. Daarmee kun je een opmaak soms openen in een andere versie van InDesign. Het bestand bevat de opmaakstructuur, maar je hebt vaak ook de gebruikte afbeeldingen en lettertypen nodig.

Voorbeeld: Een vormgever stuurt een IDML-bestand naar een collega die met een andere InDesign-versie werkt.

Illustrator artboard

Een artboard is het werkvlak in Adobe Illustrator waarop je een ontwerp maakt. Je kunt in één document meerdere artboards zetten, bijvoorbeeld voor verschillende ontwerpen of formaten. De afmetingen van het artboard zijn niet automatisch hetzelfde als een drukbestand mét afloop.

Voorbeeld: In één Illustrator-bestand staan drie artboards voor drie verschillende stickerontwerpen.

Impositie

Dit begrip hoort bij Inslag. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Imprimatur

Imprimatur is een formele goedkeuring om met drukken te beginnen. De klant of verantwoordelijke geeft aan dat de proef is gecontroleerd en akkoord is. Daarna kunnen wijzigingen extra werk of kosten veroorzaken.

Voorbeeld: Na controle van de definitieve drukproef geeft de opdrachtgever akkoord voor productie.

INDD-bestand

INDD is het normale werkbestandsformaat van Adobe InDesign. In zo'n bestand bewaar je bijvoorbeeld tekst, pagina-indeling en verwijzingen naar afbeeldingen. Voor aanlevering aan een drukker wordt vaak een geschikte druk-PDF gemaakt.

Voorbeeld: Een brochure wordt opgemaakt in InDesign en vervolgens als PDF geëxporteerd om te laten drukken.

Industrieel composteerbaar

Industrieel composteerbaar betekent dat een materiaal onder bepaalde gecontroleerde omstandigheden in een industriële composteerinstallatie kan worden afgebroken. Dat betekent niet automatisch dat het in de tuin of in de natuur verdwijnt. Controleer altijd voor welke verwerking en norm een claim geldt.

Voorbeeld: Een verpakking met zo'n aanduiding mag niet zonder meer bij het gft-afval; de lokale inzamelregels zijn bepalend.

Ingesloten afbeelding

Een ingesloten afbeelding zit echt in het ontwerpbestand opgeslagen in plaats van alleen als verwijzing naar een losse foto. Daardoor raakt het bestand de afbeelding minder snel kwijt. Het werkbestand kan hierdoor wel groter worden.

Voorbeeld: Een logo wordt in Illustrator ingesloten zodat het niet verdwijnt als de oorspronkelijke afbeelding wordt verplaatst.

Inhoudsopgave

Een inhoudsopgave laat zien welke hoofdstukken of onderwerpen in een boek of brochure staan en op welke pagina ze beginnen. Zo vindt de lezer snel de juiste informatie. In opmaaksoftware kun je die vaak automatisch laten maken.

Voorbeeld: Een handleiding van 80 pagina's krijgt voorin een overzicht met hoofdstukken en paginanummers.

Inkjetdruk

Bij inkjetdruk spuit een printer heel kleine druppeltjes inkt op papier of ander materiaal. Daarmee kun je zowel kleine prints als grote posters en panelen maken. De gebruikte inkt en printer bepalen welke materialen geschikt zijn. De inkt komt via spuitmondjes op het materiaal terecht; er hoeft geen drukplaat te worden gemaakt. Het resultaat hangt sterk af van de gebruikte printer, inkt en ondergrond.

Voorbeeld: Een grote fotoposter kan met een inkjetprinter worden geprint.

Inkt-waterbalans

Bij traditionele offsetdruk moeten de hoeveelheid inkt en de hoeveelheid vocht goed op elkaar zijn afgestemd. Te veel of te weinig vocht kan problemen geven met kleuren en drukkwaliteit. De drukker houdt deze balans tijdens productie in de gaten.

Voorbeeld: Als inkt en vocht niet goed in balans zijn, kunnen vlakken vlekkerig worden of details dichtlopen.

Inktbak

Een inktbak is een onderdeel van een drukmachine waarin de drukinkt wordt aangevoerd. Van daaruit wordt de inkt verdeeld over de rollen of andere onderdelen die haar op het drukbeeld aanbrengen. Het precieze systeem verschilt per machine.

Voorbeeld: De drukker vult een inktbak bij voordat een grote oplage wordt gestart.

Inktdekking

Inktdekking beschrijft hoeveel inkt er op een bepaald deel van het drukwerk terechtkomt. Bij CMYK kun je de percentages van de vier kleuren bij elkaar optellen; dat heet de totale inktdekking. Te veel inkt kan op sommige papiersoorten problemen veroorzaken. De hoeveelheid inkt kan invloed hebben op droging, doordrukken en kleur. Bij CMYK wordt vaak gekeken naar het totaal van de vier percentages op één plek; dat noemen we totale inktdekking. Inktdekking zegt hoeveel inkt op een plek wordt aangebracht. Bij CMYK worden percentages van vier kleuren gecombineerd. Een te hoge totale dekking kan, afhankelijk van papier en drukproces, problemen geven met drogen of verwerken.

Voorbeeld: Een donker vlak met een te hoge totale inktdekking kan op ongestreken papier lastig drogen.

Inktlaagdikte

Inktlaagdikte is de dikte van de inktlaag die op het materiaal achterblijft. Die laag heeft invloed op kleur, glans, dekking en droging. Niet iedere druktechniek brengt evenveel inkt aan.

Voorbeeld: Bij zeefdruk kan een dikkere inktlaag ontstaan dan bij sommige andere drukmethoden.

Inktreductie

Inktreductie betekent dat je de hoeveelheid inkt in een drukproces verlaagt zonder het beeld onnodig te verslechteren. Dat kan bijvoorbeeld door donkere kleuren anders op te bouwen. Het moet zorgvuldig gebeuren om kleurverschillen te voorkomen.

Voorbeeld: Een drukker past kleurinstellingen aan zodat een donker beeld minder totale CMYK-inkt nodig heeft.

Inlay

Een inlay is een binnenwerk of inzetstuk dat in een verpakking zit om een product op zijn plaats te houden. Het kan van karton, schuim of een ander materiaal zijn. De vorm wordt afgestemd op wat er in de doos gaat.

Voorbeeld: In een geschenkdoos houdt een kartonnen inlay een fles stevig op zijn plek.

Inline productie

Inline productie betekent dat meerdere productiestappen direct achter elkaar plaatsvinden in één doorlopende lijn. Zo hoeft het drukwerk niet steeds naar een aparte machine te worden gebracht. Dat kan tijd besparen bij grote aantallen.

Voorbeeld: Een machine drukt etiketten en snijdt ze daarna meteen op dezelfde productielijn.

Inslag

Inslag is de manier waarop pagina's op een drukvel worden gerangschikt. Ze staan niet altijd in de normale leesvolgorde, omdat het vel later wordt gevouwen en gesneden. Na die bewerkingen moeten alle pagina's juist uitkomen.

Voorbeeld: Een drukvel voor een gevouwen brochure bevat meerdere pagina's in een speciale volgorde.

Inslag op katernen

Dit begrip hoort bij Katernindeling. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Inslagschema

Een inslagschema is een plattegrond van de pagina's op een drukvel. Het geeft aan waar elke pagina moet staan en hoe het vel later wordt gevouwen of gesneden. Hiermee wordt voorkomen dat pagina's door elkaar raken. Een drukvel bevat vaak meerdere pagina’s naast elkaar. Een inslagschema bepaalt op welke plek en in welke richting ze moeten staan, zodat alles na vouwen en snijden in de juiste volgorde komt. Daarom lijken de pagina’s op een ongevouwen vel soms door elkaar te staan. Een inslagschema toont hoe de pagina’s van bijvoorbeeld een brochure op een groot drukvel worden geplaatst. Na het vouwen en snijden komen de pagina’s daardoor in de juiste leesvolgorde.

Voorbeeld: Voor een 16-pagina's tellende brochure bepaalt het inslagschema waar voor- en achterkanten komen.

Insteekflap

Een insteekflap is een extra stuk karton of papier aan een map of verpakking waarin je iets kunt vastzetten of schuiven. De flap maakt het product praktischer, zonder dat je losse onderdelen nodig hebt.

Voorbeeld: Een presentatiemap krijgt onderaan een insteekflap om offertes of losse documenten vast te houden.

Insteekklep

Een insteekklep is een klepje dat je in een sleuf of achter een andere rand schuift om een verpakking te sluiten. Je hebt dan niet altijd lijm nodig. De maat moet goed passen, anders blijft de verpakking niet dicht.

Voorbeeld: Een klein kartonnen doosje sluit met een klep die achter de voorkant wordt gestoken.

Instelkosten

Instelkosten zijn kosten die nodig zijn om een productie voor te bereiden, voordat het eerste exemplaar gemaakt wordt. Denk aan machines instellen of een drukvorm maken. Deze kosten kunnen bij een kleine oplage relatief zwaar meetellen.

Voorbeeld: Bij 100 kaarten zijn de voorbereidingskosten per kaart vaak hoger dan bij 5.000 kaarten.

Interieur verpakking

Het interieur van een verpakking is alles wat binnen in de doos zit om het product te beschermen of netjes te presenteren. Dat kan een kartonnen vakverdeling, een houder of een op maat gemaakte inlay zijn.

Voorbeeld: Een set glazen wordt in een doos beschermd met kartonnen tussenschotten.

Interlinie

Interlinie is de ruimte tussen twee regels tekst, gemeten van de ene tekstregel tot de volgende. Met iets meer ruimte leest een alinea vaak prettiger. Te weinig interlinie maakt tekst snel druk en moeilijk leesbaar. Interlinie is de ruimte tussen opeenvolgende tekstregels. Te weinig ruimte maakt een alinea moeilijk leesbaar; te veel ruimte laat regels los van elkaar lijken. Bij kleine letters in brochures is een rustige regelafstand extra belangrijk.

Voorbeeld: Bij een informatiefolder maak je de regelafstand iets groter zodat langere teksten rustiger ogen.

Interpolatie

Interpolatie betekent dat software nieuwe pixels berekent wanneer je een afbeelding vergroot. De foto krijgt dan meer pixels, maar niet automatisch echte nieuwe details. Een sterk vergrote kleine foto kan daarom toch onscherp blijven. Software kan extra beeldpixels berekenen wanneer je een afbeelding vergroot. Dat maakt een bestand groter, maar voegt niet automatisch echte details toe. Een sterk uitvergrote kleine foto kan daardoor nog steeds onscherp blijven.

Voorbeeld: Een klein logo wordt van 500 naar 2.000 pixels vergroot, maar de randen worden niet vanzelf haarscherp.

ISO 12647

ISO 12647 is een reeks internationale normen over de beheersing van kleur en drukprocessen. De normen helpen drukkerijen om kleuren zo voorspelbaar mogelijk te produceren. Het is geen garantie dat elke afdruk op elk papier identiek wordt. Deze normenreeks beschrijft eisen en werkwijzen voor de beheersing van verschillende drukprocessen. Het helpt partijen om resultaten vergelijkbaarder te maken. Een verwijzing naar ISO 12647 zegt alleen iets zinnigs als duidelijk is welk deel en welke drukconditie worden bedoeld.

Voorbeeld: Een drukker gebruikt passende procesinstellingen om kleurverschillen tussen drukopdrachten te beperken.

ISO 14001

ISO 14001 is een internationale norm voor een milieumanagementsysteem. Een organisatie gebruikt die om milieueffecten te beheren en verbeteringen te organiseren. Een certificaat zegt niet automatisch dat ieder afzonderlijk product milieuvriendelijk is.

Voorbeeld: Een drukkerij kan ISO 14001-gecertificeerd zijn zonder dat elk aangeboden papier gerecycled is.

ISO 3664

ISO 3664 is een norm voor de verlichting bij het bekijken van drukwerk en kleurproeven. Als je kleuren onder verschillend licht bekijkt, kunnen ze er anders uitzien. Daarom gebruiken professionele controleplekken vaste lichtomstandigheden.

Voorbeeld: Een kleurproef wordt onder een geschikte beoordelingslamp bekeken in plaats van in wisselend daglicht.

ISO 9001

ISO 9001 is een internationale norm voor kwaliteitsmanagement. Een bedrijf dat volgens deze norm werkt, heeft afspraken om processen en kwaliteit te bewaken en te verbeteren. Het zegt niet dat er nooit een fout wordt gemaakt.

Voorbeeld: Een productiebedrijf gebruikt vaste controleprocedures om herhaalbare kwaliteit te leveren.

Italic

Italic betekent cursieve letters: tekst die schuin is vormgegeven. Een echt cursief lettertype is meestal speciaal ontworpen en niet simpelweg rechtstaande tekst die scheef is gezet. Cursief wordt bijvoorbeeld gebruikt om iets te benadrukken.

Voorbeeld: In een brochure staat een korte toelichting cursief om deze te onderscheiden van de gewone tekst.

J

Japanse binding

Japanse binding is een manier om losse vellen langs de rug met draad aan elkaar vast te maken. De steken blijven vaak zichtbaar aan de buitenkant. Het geeft een boekje een ambachtelijke uitstraling, maar het boek valt meestal minder vlak open.

Voorbeeld: Een exclusief presentatieboekje krijgt een zichtbare draadbinding langs de zijkant.

JPEG

JPEG is een veelgebruikt bestandsformaat voor foto's. Om ruimte te besparen worden beeldgegevens samengeperst. Bij te sterke compressie kunnen details en scherpe randen minder mooi worden. Voor logo's met fijne lijnen is een vectorbestand vaak beter. Wanneer je een JPEG steeds opnieuw met sterke compressie opslaat, kunnen fijne details verloren gaan. Voor foto’s is het vaak prima, maar voor logo’s met heel strakke lijnen is een vectorbestand meestal beter.

Voorbeeld: Een foto voor een flyer wordt als JPEG aangeleverd, liefst in voldoende resolutie en kwaliteit.

JPEG-artefacten

JPEG-artefacten zijn zichtbare foutjes die kunnen ontstaan wanneer een foto te sterk is gecomprimeerd. Je ziet bijvoorbeeld blokjes of vreemde randjes rondom tekst en scherpe vormen. Die foutjes kunnen bij het drukken extra opvallen.

Voorbeeld: Rond kleine letters in een opgeslagen JPEG zie je wazige blokjes wanneer je sterk inzoomt.

JPG

Dit begrip hoort bij JPEG. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

K

Kalanderfolie

Kalanderfolie is kunststof folie die tijdens de productie tussen rollen wordt geperst tot een dunne baan. Ze wordt veel gebruikt voor stickers en belettering. Niet iedere kalanderfolie is even geschikt voor ingewikkelde vormen of langdurig buitengebruik. Deze folie wordt met rollen tot een bepaalde dikte gevormd. Ze is vaak geschikt voor vlakke of licht gebogen oppervlakken. Voor ingewikkelde rondingen of langdurige voertuigwraps wordt soms een andere foliesoort gekozen.

Voorbeeld: Een vlakke winkelruit kan worden voorzien van belettering op een geschikte kalanderfolie.

Kalkpapier

Kalkpapier is een papierachtige, licht doorzichtige soort die vroeger veel voor technische tekeningen werd gebruikt. Je kunt er lijnen doorheen zien. Tegenwoordig wordt het ook gebruikt voor creatieve toepassingen en omslagen.

Voorbeeld: Een uitnodiging krijgt een halfdoorzichtig vel kalkpapier als extra omslag.

Kanaalplaat

Kanaalplaat is een licht kunststof plaatmateriaal met holle kanaaltjes aan de binnenkant. Daardoor weegt het weinig en is het toch stevig genoeg voor veel tijdelijke toepassingen. Het wordt vaak gebruikt voor campagneborden en bewegwijzering. Door de holle kanaaltjes is de plaat lichter dan een massieve plaat van vergelijkbare dikte. Let bij montage op de richting van de kanalen en op de gewenste stevigheid.

Voorbeeld: Een tijdelijk verkiezingsbord wordt gemaakt van bedrukte kanaalplaat.

Kanaalpolypropyleen

Kanaalpolypropyleen is een kunststof met holle kanaaltjes tussen twee dunne buitenlagen. Het is licht en wordt onder meer gebruikt voor tijdelijke reclameborden. De richting van de kanalen kan invloed hebben op de stevigheid.

Voorbeeld: Een bord voor een tijdelijk evenement wordt van kanaalpolypropyleen gemaakt.

Kapa-plaat

Kapa-plaat is een licht sandwichpaneel met een schuimkern en een bekleding aan beide kanten. Het wordt gebruikt voor presentaties, displays en het opplakken van afbeeldingen. Het is niet vanzelfsprekend geschikt voor natte buitenomstandigheden.

Voorbeeld: Een architect bevestigt een geprinte presentatie op een licht Kapa-paneel.

Kapitaal

In de boekbinderij is kapitaal een decoratief bandje boven- of onderaan de boekrug. Het kan de afwerking van een hardcover netter maken. Het moet niet worden verward met kapitaal als ander woord voor een hoofdletter. Kapitalen zijn hoofdletters, zoals A, B en C. Een hele tekst in hoofdletters trekt aandacht, maar leest bij langere stukken vaak minder prettig dan gewone lopende tekst.

Voorbeeld: Een luxe gebonden boek heeft bij de bovenkant van de rug een smal gekleurd bandje.

Kapitaalband

Dit begrip hoort bij Kapitaal. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kapitaalhoogte

Kapitaalhoogte is de hoogte van een gewone hoofdletter in een lettertype, bijvoorbeeld de H. Die hoogte verschilt per lettertype, zelfs wanneer de ingestelde puntgrootte gelijk is. Dat heeft invloed op hoe groot tekst eruitziet.

Voorbeeld: Twee koppen van 24 punten kunnen verschillend groot lijken door het gekozen lettertype.

Kapitalen

Kapitalen is een ander woord voor hoofdletters. Een tekst die volledig in kapitalen is gezet, bestaat dus alleen uit hoofdletters. In lange stukken tekst leest dat vaak minder prettig.

Voorbeeld: Het woord WELKOM staat op een poster helemaal in kapitalen.

Karabijnhaak

Een karabijnhaak is een metalen of kunststof haak met een sluitklepje. In de reclamebranche wordt hij gebruikt om doeken, vlaggen of andere materialen snel ergens aan te bevestigen. De haak moet geschikt zijn voor het gewicht en de belasting.

Voorbeeld: Een spandoek wordt met haken aan een frame bevestigd.

Kartelrand

Een kartelrand is een rand met kleine tandjes of inkepingen in plaats van een rechte snijlijn. Zo'n rand kan decoratief zijn of helpen om iets beter vast te pakken. Soms ontstaat deze met een speciale stansvorm.

Voorbeeld: Een cadeaubon krijgt een sierlijke rand met kleine golfjes.

Kartonboek

Een kartonboek is een boek waarvan de pagina's uit dik, stevig karton bestaan. Daardoor kunnen de bladen veelvuldig worden vastgepakt en omgeslagen. Je ziet dit vaak bij boekjes voor jonge kinderen.

Voorbeeld: Een peuterboek heeft dikke kartonnen pagina's die niet meteen omvouwen.

Kartonnen insert

Een kartonnen insert is een los of vast inzetstuk van karton in een verpakking. Het zorgt dat producten op hun plek blijven of netjes worden gepresenteerd. De vorm kan op maat worden gestanst en gevouwen.

Voorbeeld: Een cosmeticadoos bevat een kartonnen houder waarin twee flesjes rechtop staan.

Katern

Een katern is een aantal pagina's dat uit één of meerdere gevouwen drukvellen bestaat. Katernen vormen vaak de bouwstenen van een boek. Ze worden later bijvoorbeeld aan elkaar genaaid of gelijmd. Denk aan een paar grote vellen die worden gevouwen tot een pakketje pagina’s. Verschillende katernen kunnen daarna samen een boek vormen. De drukker bepaalt de indeling op basis van de productie.

Voorbeeld: Een boek van 160 pagina's kan uit meerdere gevouwen katernen zijn opgebouwd.

Katernindeling

Katernindeling geeft aan hoe de pagina's van een boek over verschillende gevouwen delen worden verdeeld. Dat is belangrijk voor de juiste volgorde en de gekozen bindwijze. De drukker of boekbinder bepaalt welke indeling technisch past.

Voorbeeld: Voor een dik boek worden de pagina's verdeeld over katernen van een passend aantal bladen.

Katoen canvas

Katoen canvas is een stevig geweven doek van katoen. Het heeft een herkenbare stofstructuur en wordt onder andere gebruikt voor kunstprints en decoratie. De afdrukkwaliteit hangt af van de coating en de gekozen printtechniek.

Voorbeeld: Een kunstfoto wordt op katoenen canvas geprint en daarna opgespannen op een houten frame.

Keder

Een keder is een verdikte rand aan een doek die je in een sleuf van een profiel kunt schuiven. Zo blijft een doek strak in een frame zitten. De juiste dikte van de keder moet passen bij het frame.

Voorbeeld: Een groot reclamedoek krijgt rondom een keder om het in een aluminium profiel vast te zetten.

Kederband

Dit begrip hoort bij Keder. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kerning

Kerning is het aanpassen van de ruimte tussen twee specifieke letters. Sommige lettercombinaties lijken anders te ver uit elkaar te staan. Door de afstand een beetje te veranderen ziet de tekst er evenwichtiger uit. Bij sommige letterparen, zoals AV of To, oogt een standaard tussenruimte vreemd. Met kerning verander je alleen de afstand van dat paar. Dat is iets anders dan de letterspatiëring van een heel woord aanpassen.

Voorbeeld: Bij de letters AV wordt de tussenruimte iets verkleind zodat het logo mooier oogt.

Kettingformulier

Een kettingformulier is papier met aan de zijkanten perforaties of transportgaten, bedoeld voor bepaalde doorlopende printers. Meerdere formulieren zitten achter elkaar aan één baan papier. Het wordt veel gebruikt in administratieve of logistieke processen.

Voorbeeld: Een magazijn print vrachtgegevens op doorlopende kettingformulieren.

Kioskvlag

Een kioskvlag is een vlag die vaak aan een schuine of horizontale gevelstok hangt en als opvallende reclame dient. Door de vorm en bevestiging is de bedrukking vanaf straatniveau goed zichtbaar. De exacte uitvoering verschilt per model.

Voorbeeld: Een winkel hangt een kioskvlag bij de ingang om vanaf de straat op te vallen.

Kiss-cut

Dit begrip hoort bij Halfdoorsnijden. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kitting

Kitting betekent dat verschillende onderdelen samen als één pakket worden klaargemaakt. Bij drukwerk kan het gaan om het combineren van kaarten, brochures, stickers en andere materialen. Alles wordt vervolgens als één set verpakt.

Voorbeeld: Voor een beurs krijgt iedere deelnemer een pakket met een folder, badge en plattegrond.

Kleinkapitalen

Kleinkapitalen zijn letters die eruitzien als hoofdletters, maar ongeveer de hoogte hebben van gewone kleine letters. Ze worden gebruikt om tekst een rustige en verzorgde uitstraling te geven. Echte kleinkapitalen zijn anders dan simpel verkleinde hoofdletters.

Voorbeeld: In een luxe boek worden de namen van auteurs in kleinkapitalen weergegeven.

Klepdoos

Een klepdoos is een kartonnen doos die met één of meer omvouwbare kleppen sluit. De kleppen kunnen insteken, overlappen of met lijm worden vastgezet. Welke constructie je kiest hangt af van wat erin moet.

Voorbeeld: Een kleine geschenkverpakking sluit met een kartonnen klep die in de voorkant schuift.

Kleur op verpakking

De kleur van een verpakking bepaalt voor een groot deel hoe een product eruitziet. Eenzelfde ontwerp kan op wit karton anders overkomen dan op bruin kraftpapier. Ook de druktechniek en eventuele witte onderdruk spelen mee.

Voorbeeld: Een felgele opdruk kan op bruin karton donkerder lijken dan op wit papier.

Kleurafwijking

Dit begrip hoort bij Kleurverschil. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kleurbeheer

Kleurbeheer is het gebruik van afspraken, profielen en controles om kleuren van scherm tot drukwerk zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Een scherm geeft licht, terwijl papier licht weerkaatst; daardoor zien kleuren er nooit helemaal op dezelfde manier uit. Kleurbeheer probeert verschillen tussen camera, beeldscherm en drukpers voorspelbaar te maken. Omdat die apparaten kleuren op een andere manier weergeven, gebruiken ontwerpers kleurprofielen en controles. Het doel is niet dat elke kleur altijd exact identiek is, maar dat verrassingen worden beperkt.

Voorbeeld: Een ontwerper gebruikt een gekalibreerd scherm en het juiste kleurprofiel voor een betrouwbare drukproef.

Kleurengamma

Een kleurengamma is het totale bereik aan kleuren dat een apparaat of drukproces kan weergeven. Een beeldscherm kan sommige felle kleuren tonen die een drukpers op papier niet precies kan maken. Daarom kunnen kleuren bij het omzetten veranderen.

Voorbeeld: Een felgroene kleur op een scherm wordt in CMYK iets doffer weergegeven.

Kleurkalibratie

Kleurkalibratie betekent dat je een apparaat meet en bijstelt zodat het kleuren zo voorspelbaar mogelijk weergeeft. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij beeldschermen en printers. De juiste instellingen moeten regelmatig opnieuw worden gecontroleerd. Kalibreren is het bijstellen van een apparaat zodat het zo consistent mogelijk werkt. Bij een monitor kan dat bijvoorbeeld de helderheid en kleurweergave betreffen. Zonder goede afstelling is een scherm geen betrouwbare referentie voor drukwerk.

Voorbeeld: Een vormgever meet het beeldscherm met een kleurmeter voordat belangrijke foto's worden beoordeeld.

Kleurkanalen

Kleurkanalen zijn de afzonderlijke delen waaruit de kleurinformatie van een afbeelding bestaat. In RGB zijn dat rood, groen en blauw; in CMYK cyaan, magenta, geel en zwart. Samen vormen de kanalen het beeld.

Voorbeeld: Bij het bekijken van een CMYK-bestand zie je per kleurkanaal welke delen door die inkt worden opgebouwd.

Kleurmodus

De kleurmodus geeft aan hoe kleuren in een bestand zijn opgebouwd. De bekendste modi zijn RGB voor lichtkleuren en CMYK voor veel vormen van drukwerk. Welke modus geschikt is hangt af van de gewenste uitvoer. Een bestand kan bijvoorbeeld in RGB of CMYK staan. Dat betekent niet dat je elke afbeelding zonder controle zomaar moet omzetten: hoe de kleuren eruit komen, hangt ook af van het gebruikte profiel.

Voorbeeld: Een ontwerper controleert of het bestand in de juiste kleurmodus staat voor de gekozen druktechniek.

Kleurmonster

Een kleurmonster is een fysiek voorbeeld van een kleur op een bepaald materiaal. Daarmee kun je beter beoordelen hoe de kleur er in het echt uitziet dan alleen op een scherm. Licht en materiaal blijven wel invloed hebben.

Voorbeeld: Een klant bekijkt een gedrukt kleurmonster voordat de volledige oplage wordt besteld.

Kleurproef

Een kleurproef is een proefafdruk die bedoeld is om kleuren vooraf te beoordelen. Een professioneel gemaakte kleurproef kan helpen verwachtingen vast te leggen. Een gewone print uit de kantoorprinter is niet automatisch een betrouwbare kleurproef. Het doel is om verrassingen te beperken, niet om elk verschil tussen proef en definitieve oplage uit te sluiten. Vraag of de proef volgens dezelfde kleurafspraken is gemaakt als de uiteindelijke productie.

Voorbeeld: Voor een fotoboek laat de klant een kleurproef maken om de huidtinten te beoordelen.

Kleurprofiel

Dit begrip hoort bij ICC-profiel. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kleurruimte

Een kleurruimte is een systeem waarin kleuren met getallen worden beschreven. Bekende voorbeelden zijn RGB en CMYK. Niet iedere kleurruimte kan dezelfde kleuren weergeven; daarom kan een omzetting zichtbaar verschil geven. Je kunt een kleurruimte zien als een verzameling kleuren die een systeem kan beschrijven of weergeven. Niet alle schermen, printers en papiersoorten kunnen precies dezelfde kleuren tonen.

Voorbeeld: Een fel RGB-blauw kan bij het drukken in CMYK minder fel uitvallen.

Kleurscheidingen

Kleurscheidingen zijn de aparte kleuronderdelen die een drukpers nodig heeft om samen een afbeelding te maken. Bij vierkleurendruk gaat het meestal om cyaan, magenta, geel en zwart. Elke kleur wordt afzonderlijk aangebracht en vormt samen het totaalbeeld.

Voorbeeld: Een fullcolour poster wordt opgebouwd uit vier aparte kleurbeelden op de pers.

Kleurserver

Een kleurserver is software of een systeem dat kleurgegevens van bestanden automatisch verwerkt en omzet naar de instellingen van een printer of drukproces. Zo kunnen verschillende opdrachten volgens dezelfde kleurafspraken worden uitgevoerd.

Voorbeeld: Een printbedrijf verwerkt bestanden voor meerdere printers via één centraal kleurbeheersysteem.

Kleurstaal

Dit begrip hoort bij Kleurmonster. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kleurtemperatuur

Kleurtemperatuur beschrijft of licht warm-geel of juist koel-blauw lijkt. De waarde wordt meestal in kelvin uitgedrukt. De verlichting beïnvloedt hoe je gedrukte kleuren ziet.

Voorbeeld: Een witte kaart lijkt in warm winkellicht geler dan onder neutrale beoordelingsverlichting.

Kleurverloop

Een kleurverloop is een geleidelijke overgang van de ene kleur naar een andere of van licht naar donker. In een goed verloop zie je geen duidelijke strepen. Bij bepaalde bestanden of drukinstellingen kunnen toch zichtbare banen ontstaan.

Voorbeeld: Een flyer heeft een achtergrond die langzaam van donkerblauw naar lichtblauw overgaat.

Kleurverloopgereedschap

Dit begrip hoort bij Kleurverloop. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Kleurverschil

Een kleurverschil is het zichtbare verschil tussen twee kleuren of twee afdrukken. Het kan ontstaan door verschillen in licht, papier, printer of drukinstellingen. Niet ieder klein verschil is voor iedereen even duidelijk zichtbaar. Een kleur op papier kan anders overkomen dan op het beeldscherm. Ook het type papier en de verlichting beïnvloeden wat je ziet. Bij belangrijke huisstijlkleuren is een gecontroleerde proef of fysieke kleurenreferentie vaak betrouwbaarder dan alleen een schermvoorbeeld.

Voorbeeld: Twee folders van verschillende productiemomenten hebben net een andere tint rood.

Kleurzweem

Een kleurzweem ontstaat wanneer een foto ongewenst een bepaalde kleurtoon krijgt, bijvoorbeeld te blauw, te groen of te geel. Vaak komt dat door de belichting of verkeerde kleurcorrectie. Je kunt dit in fotobewerkingssoftware verminderen. Bij een kleurzweem krijgt een afbeelding onbedoeld een gekleurde waas, bijvoorbeeld te blauw of te geel. Je ziet dit vaak het snelst in witte, grijze of huidkleurige delen van een foto.

Voorbeeld: Een binnenfoto die onder warme lampen is gemaakt, krijgt een gelige kleurzweem.

Knipmasker

Een knipmasker laat in ontwerpsoftware alleen het deel van een afbeelding zien dat binnen een gekozen vorm valt. De rest blijft verborgen zonder dat je de foto meteen hoeft weg te gooien. Het is handig bij uitsneden en vormen.

Voorbeeld: Een foto wordt met een knipmasker zichtbaar gemaakt binnen een ronde vorm op een flyer.

Kolom

Een kolom is een verticale strook tekst of gegevens op een pagina. Door tekst in meerdere kolommen te verdelen, kun je lange stukken overzichtelijker maken. Vooral kranten, nieuwsbrieven en magazines gebruiken dit.

Voorbeeld: Een nieuwsbrief krijgt twee tekstkolommen zodat de regels niet te lang worden.

Kolombreedte

Kolombreedte is de beschikbare ruimte van links naar rechts binnen een tekstkolom. Bij een heel brede kolom moet je ogen ver over de pagina bewegen, wat het lezen lastiger kan maken. Een passende breedte verbetert de leesbaarheid.

Voorbeeld: Een brochure krijgt twee smalle kolommen in plaats van één heel brede tekststrook.

Kopse kant

De kopse kant is de smalle eindkant van een materiaal of een stapel papier. Bij hout is dit de kant waarop je de uiteinden van de vezels ziet. In de afwerking van boeken en platen kan de term naar de zijkant of uiteinden verwijzen.

Voorbeeld: Bij een kartonnen presentatiebord controleer je of de kopse kanten netjes zijn afgewerkt.

Koptekst

Een koptekst is tekst die bovenaan een pagina staat en op meerdere pagina's kan terugkomen. Denk aan een hoofdstuktitel of bedrijfsnaam. In opmaakprogramma's kan zo'n tekst automatisch worden herhaald.

Voorbeeld: Boven iedere pagina van een handleiding staat de naam van het hoofdstuk.

Koudfoliedruk

Bij koudfoliedruk wordt met behulp van lijm folie op bepaalde delen van drukwerk aangebracht, meestal zonder een hete stempel. Zo kun je metallic effecten maken op bijvoorbeeld verpakkingen. Het uiterlijk verschilt per folie en ondergrond. De folie wordt zonder het klassieke hete stempelproces op geselecteerde delen van het drukwerk aangebracht, vaak met een lijmtechniek. Het resultaat kan metallic effecten geven. De benodigde machines en geschikte materialen verschillen per productieproces.

Voorbeeld: Een chocoladewikkel krijgt een glimmend zilveren merknaam met koudfolie.

Kraftliner

Kraftliner is een sterke papiersoort die vaak wordt gebruikt als buitenlaag van golfkarton. Het wordt meestal gemaakt met sterke papiervezels. Daardoor helpt het dozen stevig te houden.

Voorbeeld: Een verzenddoos heeft een stevige buitenlaag van kraftliner.

Kraftpapier

Kraftpapier is doorgaans stevig papier, vaak met een natuurlijke bruine uitstraling. Het wordt gebruikt voor verpakkingen, draagtassen en etiketten. De bruine kleur kan invloed hebben op hoe een opdruk eruitziet. Kraftpapier is niet altijd bruin en is ook niet automatisch gerecycled. Het type vezels en de productie bepalen de eigenschappen. Het wordt vaak gekozen vanwege de natuurlijke uitstraling en stevigheid.

Voorbeeld: Een papieren draagtas van bruin kraftpapier krijgt een zwart logo.

Krasvaste folie

Krasvaste folie is een beschermende folie of laminaatlaag die helpt om krassen op drukwerk te beperken. Geen enkele folie maakt drukwerk volledig ongevoelig voor beschadiging. De werking hangt af van materiaal en gebruik.

Voorbeeld: Een menukaart krijgt een krasbestendige afwerking omdat gasten deze vaak vastpakken.

Krimpen

Krimpen betekent dat een materiaal iets kleiner wordt, bijvoorbeeld door warmte, vocht of spanning. In grafische productie kan dit invloed hebben op maatvoering en passing. Daarom wordt met eigenschappen van het materiaal rekening gehouden.

Voorbeeld: Een geprint doek kan tijdens verwerking iets van afmeting veranderen.

Krimpfolie

Krimpfolie is kunststof folie die bij verhitting strak om een product of een bundel trekt. Ze wordt gebruikt om producten bij elkaar te houden of te beschermen. Het is iets anders dan de folie die je op drukwerk lamineert.

Voorbeeld: Een stapel brochures wordt met krimpfolie als één pakket verpakt.

Kringlooppapier

Kringlooppapier is papier dat geheel of gedeeltelijk uit teruggewonnen papiervezels wordt gemaakt. De samenstelling en uitstraling verschillen per soort. Niet elk gerecycled papier is automatisch even wit of glad.

Voorbeeld: Een notitieblok wordt gedrukt op papier met een aandeel gerecyclede vezels.

Kruisvouw

Bij een kruisvouw wordt een vel meerdere keren gevouwen, waarbij een volgende vouw haaks op de vorige staat. Zo ontstaat een compact geheel met meerdere pagina's of vlakken. De vouwwijze bepaalt hoe het uiteindelijk opent.

Voorbeeld: Een grote kaart wordt eerst in de breedte en daarna dwars daarop gevouwen.

Kunstdrukpapier

Kunstdrukpapier is papier met een gestreken, gladde of matte oppervlakte die geschikt is om afbeeldingen scherp af te drukken. Het wordt vaak gebruikt voor folders, brochures en tijdschriften. De precieze uitstraling hangt af van glans, matte afwerking en gewicht.

Voorbeeld: Een brochure met veel productfoto's wordt op mat kunstdrukpapier gedrukt.

L

Laagmasker

Een laagmasker is een hulpmiddel in fotobewerkingssoftware waarmee je delen van een afbeelding verbergt zonder ze definitief weg te halen. Wit in het masker laat zien wat zichtbaar blijft en zwart verbergt onderdelen. Zo kun je later gemakkelijk correcties maken.

Voorbeeld: Bij een productfoto maak je de achtergrond onzichtbaar met een laagmasker, terwijl het product behouden blijft.

Laminaat

Laminaat is een dunne beschermende kunststoflaag die over bedrukt papier of karton wordt aangebracht. Daardoor kan het oppervlak beter bestand zijn tegen bijvoorbeeld vuil, lichte krassen en veelvuldig vastpakken. Je kunt kiezen uit verschillende uitstralingen, zoals mat of glanzend. Mat laminaat geeft vaak een rustige uitstraling, terwijl glans kleuren extra kan laten opvallen. Laminaat maakt drukwerk niet automatisch waterdicht of onverwoestbaar. Kijk daarom goed waarvoor je het product wilt gebruiken en welke afwerking daarbij past. Lamineren betekent dat een dunne kunststof laag over het drukwerk komt. Die kan mat, glanzend of extra zacht aanvoelen en beschermt het oppervlak bij normaal gebruik. Het betekent niet automatisch dat een product volledig waterdicht wordt.

Voorbeeld: Een menukaart die vaak wordt vastgepakt, kan met een geschikte laminaatafwerking beter worden beschermd.

Lamineren

Dit begrip hoort bij Laminaat. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Langlopend

Langlopend betekent bij papier dat de vezels in de lengterichting van het vel lopen. De vezelrichting is belangrijk voor vouwen, rillen en boekbinden. Papier vouwt doorgaans mooier met de vezelrichting mee dan er dwars tegenin.

Voorbeeld: Een boekomslag wordt zo gemaakt dat de vezels gunstig lopen voor de rugvouw.

Langlopend vezelpapier

Dit begrip hoort bij Langlopend. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Laserdruk

Laserdruk is een manier van printen waarbij een printer met elektrische lading en toner een afbeelding op papier maakt. De toner wordt daarna met warmte vastgezet. Je ziet deze techniek veel bij kantoorprinters en digitale productiemachines.

Voorbeeld: Een kleine oplage brieven wordt op een tonerprinter afgedrukt.

Lasersnijden

Lasersnijden gebruikt een sterke lichtbundel om materiaal langs een gekozen vorm door te snijden. Daarmee kun je fijne details en bijzondere contouren maken. Niet ieder materiaal kan veilig of mooi worden gelaserd.

Voorbeeld: Een uitnodiging krijgt met lasersnijden een fijn uitgesneden patroon.

Laserstansen

Laserstansen is het uitsnijden van vormen met een laser in plaats van met een traditioneel stansmes. Dat is vooral handig bij fijne vormen of kleine aantallen. De geschiktheid hangt af van het materiaal en de dikte.

Voorbeeld: Voor een proefoplage worden kleine vormen in karton met een laser uitgesneden.

Lasnaad

Een lasnaad is de verbinding tussen twee stukken kunststof of doek die met warmte of een andere lasmethode aan elkaar zijn vastgemaakt. Zo kun je bijvoorbeeld een groter spandoek maken of een rand versterken.

Voorbeeld: Twee banen spandoek worden aan elkaar gelast tot één groter reclamedoek.

Latexprint

Bij latexprint wordt geprint met inkten die door verhitting op het materiaal worden gedroogd of gefixeerd. De techniek wordt veel gebruikt voor posters, stickers, behang en andere grote prints. De precieze eigenschappen verschillen per inkt en ondergrond. De naam betekent niet dat de print uit rubber bestaat. Het is een benaming voor een bepaalde inkt- en printtechniek. De geschiktheid voor een toepassing hangt af van de combinatie met het gekozen materiaal.

Voorbeeld: Een wandafbeelding wordt op geschikt behangmateriaal geprint met een latexprinter.

Lay-flat binding

Lay-flat betekent dat een boek of album bijna helemaal vlak kan openliggen. Dat is handig wanneer een afbeelding over twee tegenoverliggende pagina's doorloopt. Hoe vlak het boek opent, hangt af van de bindconstructie. Bij deze bindwijze kunnen pagina’s extra vlak openliggen. Dat is prettig bij fotoalbums en boekjes waarin een foto over twee pagina’s loopt. De precieze mate waarin het boek vlak opent, hangt van de constructie af.

Voorbeeld: Een trouwalbum gebruikt lay-flat binding zodat een foto over twee pagina's goed zichtbaar blijft.

LCA

Dit begrip hoort bij Levenscyclusanalyse. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Leeslint

Een leeslint is een smal lint dat aan een boek wordt vastgemaakt en tussen de pagina's kan worden gelegd. Zo kun je makkelijk onthouden waar je gebleven bent zonder een losse bladwijzer te gebruiken.

Voorbeeld: Een luxe agenda krijgt een stoffen leeslint in de rug.

Lege pagina

Een lege pagina is een pagina zonder zichtbare inhoud. In een boek kan die bewust zijn toegevoegd om hoofdstukken op de juiste plek te laten beginnen of om het totale pagina-aantal passend te maken. Verwijder haar niet zomaar uit een drukbestand.

Voorbeeld: Een nieuw hoofdstuk begint rechts in het boek en daardoor blijft de voorafgaande linkerpagina blanco.

Lettercontouren

Lettercontouren zijn letters die zijn omgezet in vectorvormen. Daardoor hoeft de ontvanger niet hetzelfde lettertype geïnstalleerd te hebben om de vorm van de tekst te behouden. De tekst is daarna meestal niet meer normaal te bewerken. Na het omzetten bestaat een letter uit vormen in plaats van bewerkbare tekst. Daardoor verandert het letterbeeld niet door een ontbrekend font, maar kun je de tekst minder eenvoudig aanpassen.

Voorbeeld: Een logo met een bijzonder lettertype wordt voor aanlevering omgezet naar contouren.

Letterfamilie

Een letterfamilie bestaat uit varianten van hetzelfde lettertype, zoals normaal, vet, licht en cursief. Door varianten uit dezelfde familie te gebruiken blijft een ontwerp rustig en herkenbaar.

Voorbeeld: Voor een brochure gebruik je één letterfamilie met een vette kop en gewone lopende tekst.

Letterpress

Dit begrip hoort bij Hoogdruk. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Letterspatiëring

Letterspatiëring is de algemene ruimte tussen letters in een woord of tekst. Door de afstand iets groter of kleiner te maken verandert de uitstraling en leesbaarheid. Het is niet helemaal hetzelfde als kerning, dat specifiek twee letters betreft.

Voorbeeld: Een korte titel op een uitnodiging krijgt extra ruimte tussen de letters.

Lettertype

Een lettertype bepaalt hoe letters, cijfers en leestekens eruitzien. Er bestaan veel soorten, van strak en zakelijk tot sierlijk en speels. De keuze heeft veel invloed op de leesbaarheid van drukwerk. Een sierlijk lettertype kan mooi zijn voor een titel, maar lastig leesbaar bij kleine letters. Kies voor belangrijke informatie daarom vooral een lettertype dat ook gedrukt prettig te lezen is.

Voorbeeld: Voor een handleiding kies je een duidelijk lettertype dat ook in kleine tekst goed leesbaar is.

Levenscyclusanalyse

Een levenscyclusanalyse onderzoekt welke milieueffecten een product heeft tijdens zijn levensloop. Daarbij kan worden gekeken naar grondstoffen, productie, vervoer, gebruik en afvalfase. De resultaten zijn alleen goed vergelijkbaar als dezelfde uitgangspunten worden gebruikt. Hierbij wordt gekeken naar milieueffecten over verschillende stappen van een product: grondstoffen, maken, vervoeren, gebruiken en weggooien of recyclen. Om twee producten eerlijk te vergelijken moeten dezelfde uitgangspunten worden gebruikt.

Voorbeeld: Bij het kiezen tussen twee verpakkingsmaterialen worden de effecten over de hele levenscyclus vergeleken.

Levertijd

Levertijd is de periode tussen een bepaald startmoment en het moment waarop een bestelling wordt geleverd. Let goed op wanneer die periode begint: soms pas na goedkeuring van het drukbestand of de betaling. Productie- en transporttijd kunnen samen de levertijd bepalen.

Voorbeeld: Een verwachte levertijd van vijf werkdagen kan ingaan nadat het drukbestand is goedgekeurd.

Lichtbakdoek

Lichtbakdoek is een doek dat bedoeld is om van achteren verlicht te worden. Het laat licht door en verspreidt dit zodat de afbeelding zichtbaar blijft. Een gewoon spandoek geeft niet altijd hetzelfde resultaat. Bij deze toepassing schijnt het licht van achteren door het doek. Een normaal spandoek kan daarvoor ongeschikt zijn omdat het licht anders wordt doorgelaten of verspreid.

Voorbeeld: Een verlichte gevelreclame krijgt een speciaal bedrukt lichtbakdoek.

Lichtbakfolie

Lichtbakfolie is folie die geschikt is voor verlichte reclamevlakken. De folie is zo gemaakt dat licht erdoorheen kan vallen en de print zichtbaar wordt. De kleur kan er met en zonder verlichting verschillend uitzien.

Voorbeeld: Een logo op de voorkant van een lichtbak wordt met geschikte lichtdoorlatende folie gemaakt.

Lichtdoorlaatbaarheid

Lichtdoorlaatbaarheid geeft aan hoeveel licht door een materiaal kan gaan. Dat is belangrijk bij bijvoorbeeld raamfolie, textiel en lichtbakplaten. Een hogere lichtdoorlaatbaarheid betekent niet automatisch dat je er ook goed doorheen kunt kijken.

Voorbeeld: Voor een lichtbak wordt een plaat gekozen die voldoende licht doorlaat maar de lampen helpt verbergen.

Lichtechtheid

Lichtechtheid geeft aan hoe goed een kleur bestand is tegen verkleuren door licht. Vooral zonlicht kan na verloop van tijd invloed hebben op drukwerk. De werkelijke levensduur hangt ook af van materiaal, inkt en omstandigheden. Licht kan kleuren langzaam doen vervagen. Hoe snel dat gebeurt, hangt af van de inkt, het materiaal, de hoeveelheid zonlicht en andere omstandigheden. Een hoge lichtechtheid betekent dus niet dat een print in de volle zon nooit verandert.

Voorbeeld: Een poster achter een raam kan sneller verbleken dan dezelfde poster op een donkere binnenwand.

Ligatuur

Een ligatuur is een speciaal teken waarin twee of meer letters als één vorm zijn ontworpen. Dat zorgt er soms voor dat letters mooier op elkaar aansluiten. Een bekend voorbeeld is een combinatie van de letters f en i.

Voorbeeld: In een boeklettertype wordt de combinatie fi als één vloeiend teken weergegeven.

Liggend formaat

Dit begrip hoort bij Formaten en afmetingen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Lijmbinden

Bij lijmbinden worden pagina's aan de rug vastgemaakt met lijm, in plaats van met nietjes of een spiraal. Het resultaat kan een boek of brochure met een vlakke rug zijn. De stevigheid hangt af van de lijm, het papier en het proces. Een boek met een gelijmde rug ziet er anders uit dan een geniet boekje. Bij een gelijmde brochure kan een deel van de binnenmarge minder goed zichtbaar zijn vlak bij de rug.

Voorbeeld: Een productcatalogus met veel pagina's wordt aan de rug gelijmd.

Lijmflap

Een lijmflap is een extra strook papier of karton waarop lijm wordt aangebracht om delen aan elkaar te bevestigen. Bij doosjes zit deze flap vaak aan de zijkant van het stansmodel. De flap is niet bedoeld voor zichtbare informatie.

Voorbeeld: Een kartonnen doosje krijgt een smalle lijmflap waarmee de zijkanten worden gesloten.

Linnenpapier

Linnenpapier is papier met een zichtbare of voelbare structuur die aan linnen stof doet denken. Het kan drukwerk een luxe, klassieke uitstraling geven. De structuur kan ook invloed hebben op hoe kleine details worden afgedrukt.

Voorbeeld: Een officiële uitnodiging wordt gedrukt op papier met een fijne linnenstructuur.

Longlife vlaggendoek

Longlife vlaggendoek is een naam voor een type vlaggenstof dat bedoeld is om langdurig te worden gebruikt. De stof laat wind doorgaans door en kan geschikt zijn voor buitenvlaggen. De exacte eigenschappen verschillen per leverancier en uitvoering.

Voorbeeld: Een gevelvlag voor dagelijks buitengebruik wordt gemaakt van een geschikte Longlife-vlaggenstof.

Looprichting

Looprichting is bij papier de richting waarin de meeste vezels liggen. Dit bepaalt voor een deel hoe papier vouwt en hoe stevig het in verschillende richtingen aanvoelt. Vooral bij dik papier en boekomslagen is dit belangrijk.

Voorbeeld: Een kartonnen kaart wordt met de vezels mee gerild om barsten bij het vouwen te beperken.

Lopende kop

Dit begrip hoort bij Koptekst. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Lossless compressie

Lossless betekent comprimeren zonder informatie weg te gooien. Als je het bestand weer opent, zijn de oorspronkelijke gegevens behouden. Dit is prettig bij afbeeldingen waarin ieder detail belangrijk is, al kan de bestandsgrootte groter blijven.

Voorbeeld: Een afbeelding wordt in een verliesvrij formaat opgeslagen zodat fijne lijnen scherp blijven.

Lossy compressie

Lossy compressie maakt een bestand kleiner door gegevens weg te laten die minder opvallen. Bij te sterke compressie kan de kwaliteit zichtbaar achteruitgaan. JPEG is een bekend voorbeeld. Bij deze vorm van compressie worden beeldgegevens weggegooid om het bestand kleiner te maken. Een beetje verlies valt soms nauwelijks op. Als je hetzelfde beeld telkens opnieuw sterk comprimeert, kunnen blokjes en onscherpe randen zichtbaar worden.

Voorbeeld: Een foto die steeds opnieuw op lage JPEG-kwaliteit wordt opgeslagen, kan steeds meer blokjes tonen.

Lotnummer

Een lotnummer is een code waarmee producten uit dezelfde productiepartij kunnen worden herkend. Het helpt fabrikanten bij controles en het terugvinden van bepaalde partijen. Op verpakkingen kan het naast de houdbaarheidsdatum staan.

Voorbeeld: Op een doos met voedingsmiddelen staat een lotnummer om de productiepartij terug te vinden.

Low migration inkt

Low migration inkt is ontwikkeld om de overdracht van bepaalde inktbestanddelen naar de inhoud van een verpakking te beperken. Dat is belangrijk bij sommige verpakkingen voor voedsel of andere gevoelige producten. Of een verpakking voldoet, hangt af van de hele opbouw en het gebruik, niet alleen van de inkt.

Voorbeeld: Bij een voedselverpakking worden de inkt én de karton- en barrièrelagen op geschiktheid beoordeeld.

LPI

LPI staat voor lines per inch en beschrijft hoe fijn een traditioneel drukraster is. Hoe hoger het getal, hoe dichter rasterlijnen bij elkaar liggen. Het is iets anders dan de resolutie van een foto in PPI. LPI gaat over de fijnheid van een drukraster, niet over het aantal pixels in een foto. De geschikte rasterfijnheid hangt onder andere af van druktechniek en papier.

Voorbeeld: Voor fijn drukwerk op glad papier kan een fijner raster worden gebruikt dan bij een krant.

Luikvouw

Een luikvouw is een vouwwijze waarbij twee buitenste delen naar binnen klappen, alsof je twee deuren sluit. Vaak ontstaat zo een folder met een verrassend openklapeffect. De paneelbreedtes moeten goed worden berekend.

Voorbeeld: Een uitnodigingsfolder opent eerst met twee zijpanelen die naar het midden toe vouwen.

M

Machinegestreken papier

Machinegestreken papier krijgt tijdens de papierproductie een gladde coating die gelijkmatig wordt aangebracht en afgewerkt. Daardoor kunnen afbeeldingen en tekst scherp worden gedrukt. De precieze eigenschappen verschillen per soort papier.

Voorbeeld: Een folder met veel foto's wordt op glad gestreken papier gedrukt.

Machinevernis

Machinevernis is een vernislaag die op een drukpers of productiemachine over het drukwerk wordt aangebracht. Ze kan het oppervlak beschermen of meer glans geven. Het is niet hetzelfde als een dikke kunststof laminaatfolie.

Voorbeeld: Een grote oplage folders krijgt tijdens de productie een beschermende vernislaag.

Magazine

Een magazine is een tijdschrift met artikelen, foto's en vaak advertenties. Het kan geniet, gelijmd of op een andere manier gebonden zijn. De keuze hangt onder meer af van het aantal pagina's.

Voorbeeld: Een vereniging laat ieder kwartaal een magazine met nieuws en interviews drukken.

Magenta

Magenta is een sterke roze-rode kleur en één van de vier basiskleuren in CMYK-drukwerk. Samen met cyaan, geel en zwart helpt magenta om veel andere kleuren op papier te maken.

Voorbeeld: Voor een felroze vlak gebruikt de drukpers onder meer magenta-inkt.

Magneetdoos

Een magneetdoos is een luxe doos die met kleine ingebouwde magneten gesloten kan worden. De magneten zitten meestal verborgen in het karton. Zo klapt de verpakking netjes dicht zonder een zichtbaar sluitlipje.

Voorbeeld: Een relatiegeschenk wordt verpakt in een stevige doos met magnetische sluiting.

Magneetfolie

Magneetfolie is een flexibel materiaal dat aan bepaalde metalen oppervlakken blijft hangen. Het kan worden bedrukt en weer verwijderd. Niet ieder metaal is magnetisch, dus de ondergrond moet eerst worden gecontroleerd.

Voorbeeld: Een tijdelijke reclameplaat van magneetfolie wordt op een geschikte metalen deur bevestigd.

Magneetplaat

Een magneetplaat is een plaat met magnetische eigenschappen of een plaat die bedoeld is om magneten op te bevestigen. De precieze betekenis hangt af van het product. Daarom moet je controleren of de plaat zelf magnetisch is of alleen magneten aantrekt.

Voorbeeld: Een planningbord wordt gemaakt van staal waarop magnetische kaartjes blijven zitten.

Magneetvinyl

Dit begrip hoort bij Magneetfolie. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Mailing

Een mailing is een bericht of pakketje dat naar een groep ontvangers wordt gestuurd, meestal met een informatief of commercieel doel. Bij drukwerk kan het bijvoorbeeld gaan om een brief met een gepersonaliseerde kaart of flyer.

Voorbeeld: Een winkel stuurt trouwe klanten een gedrukte kortingskaart per post.

Marges

Marges zijn de lege ruimtes tussen de rand van een pagina en de tekst of andere belangrijke onderdelen. Ze zorgen voor rust en voorkomen dat informatie te dicht bij de snijrand staat. Een marge is niet hetzelfde als afloop.

Voorbeeld: Op een flyer blijft rondom de tekst voldoende ruimte vrij, ook als de achtergrond tot aan de rand doorloopt.

Marginale perforatie

Marginale perforatie is een rij gaatjes langs de zijkant van doorlopend papier. Een bepaalde printer kan deze gaatjes gebruiken om het papier door de machine te trekken. Na het printen wordt de geperforeerde rand vaak verwijderd.

Voorbeeld: Kettingformulieren hebben aan beide kanten transportgaten die later kunnen worden afgescheurd.

Massief karton

Massief karton is dik karton dat niet bestaat uit open golfjes of holle kanaaltjes. Het kan uit meerdere samengeperste papierlagen bestaan. Het wordt gebruikt voor stevige kaarten, verpakkingen en boekomslagen.

Voorbeeld: Een luxe doos krijgt stevige wanden van massief karton.

Masterpagina

Een masterpagina is een sjabloonpagina in opmaaksoftware waarop onderdelen staan die steeds terugkomen. Denk aan paginanummers, logo's of vaste koppen. Je hoeft die dan niet op iedere pagina opnieuw te plaatsen.

Voorbeeld: In een brochure zorgt de masterpagina ervoor dat alle pagina's dezelfde voettekst hebben.

Mastvlag

Een mastvlag is een vlag die aan een vlaggenmast wordt bevestigd. De juiste vorm, afmeting en bevestiging hangen af van de mast en de situatie. Windbelasting en materiaalkeuze zijn bij buitengebruik belangrijk.

Voorbeeld: Voor een bedrijfspand wordt een bedrukte vlag aan een hoge mast gehangen.

Mastzijde

De mastzijde is de kant van een vlag die aan de vlaggenmast of stok wordt bevestigd. Aan die kant komen bijvoorbeeld een band, lussen of andere bevestigingen. Het ontwerp moet rekening houden met de juiste oriëntatie.

Voorbeeld: Bij een gevelvlag wordt het logo zo geplaatst dat het vanaf de straat goed leesbaar is wanneer de mastzijde vastzit.

Mat gestreken papier

Mat gestreken papier heeft een gladde coating zonder sterke glans. Foto's en tekst kunnen er scherp op worden afgedrukt, terwijl de oppervlakte rustiger oogt dan glanzend papier. Bij sommige soorten kan wrijven zichtbaar zijn.

Voorbeeld: Een zakelijke brochure krijgt mat gestreken papier om schittering tijdens het lezen te beperken.

Mat laminaat

Mat laminaat is een dunne folie die drukwerk een matte uitstraling geeft. Het oppervlak glanst minder en kan prettiger aanvoelen. Afhankelijk van de uitvoering helpt het ook tegen beschadiging, maar het kan nog steeds krassen krijgen. Een matte afwerking vermindert vaak schittering, maar maakt drukwerk niet vanzelf krasvrij. Op donkere vlakken kunnen gebruikssporen, afhankelijk van het type laminaat, juist zichtbaar zijn.

Voorbeeld: Een luxe visitekaartje krijgt mat laminaat voor een rustige uitstraling.

Materiaalhergebruik

Materiaalhergebruik betekent dat een materiaal opnieuw wordt gebruikt in plaats van direct te worden weggegooid. Dat kan hetzelfde product zijn of een nieuwe toepassing. Hoe goed hergebruik lukt, hangt af van de kwaliteit en bevestiging van het materiaal.

Voorbeeld: Een stevig reclameframe wordt opnieuw gebruikt met een nieuw geprint doek.

Materiaalkeuze

Materiaalkeuze is het bepalen welk papier, karton, doek, folie of plaat het beste bij een product past. Je kijkt bijvoorbeeld naar uitstraling, stevigheid, binnen- of buitengebruik en kosten. Het mooiste materiaal is niet altijd het praktischste.

Voorbeeld: Voor een tijdelijk buitenbord kies je ander materiaal dan voor een luxe boekomslag.

Materiaalpaspoort

Een materiaalpaspoort beschrijft welke materialen in een product zitten en soms hoe je ze kunt hergebruiken of verwerken. De inhoud verschilt per systeem en sector. Het helpt om inzicht te krijgen in de samenstelling van een product.

Voorbeeld: Bij een beursstand kan een materiaaloverzicht helpen om onderdelen later opnieuw te gebruiken.

Matlak

Matlak is een laklaag die het oppervlak minder laat glanzen. Daarmee krijgt drukwerk een rustige uitstraling en kan het contrast met glanzende details juist groter worden. De exacte bescherming verschilt per lak.

Voorbeeld: Een verpakking krijgt matlak op de achtergrond en een glanzend logo als accent.

MediaBox

De MediaBox is een technische instelling in een PDF-bestand die de totale paginagrootte aangeeft. Andere PDF-vakken kunnen apart aangeven waar het eindformaat of de afloop ligt. De MediaBox is dus niet altijd de maat waarop het drukwerk wordt gesneden. Een PDF kan verschillende paginavakken bevatten. De MediaBox beschrijft het volledige paginagebied; de TrimBox geeft het bedoelde eindformaat aan. Die zijn dus niet hetzelfde. Voor drukwerk controleer je of de vakken bij de aanleverinstructies passen.

Voorbeeld: Een druk-PDF heeft een grote MediaBox, terwijl de TrimBox het kleinere uiteindelijke kaartformaat aangeeft.

Meerprijs

Een meerprijs is een extra bedrag boven op een basisprijs, bijvoorbeeld voor een luxere papiersoort of een bijzondere afwerking. Bekijk altijd waarvoor de meerprijs geldt en of er nog andere opties bijkomen.

Voorbeeld: Voor glanslaminaat op een omslag kan een meerprijs gelden ten opzichte van de basisuitvoering.

Megapixel

Een megapixel is één miljoen beeldpunten. De term wordt vaak gebruikt om de hoeveelheid pixels van een foto of camera aan te geven. Meer megapixels kunnen helpen bij grotere afdrukken, maar zeggen niet alles over de scherpte.

Voorbeeld: Een foto van 12 megapixel kan prima zijn voor drukwerk, afhankelijk van het gewenste formaat en de kwaliteit.

Mengmodus

Een mengmodus is een instelling in ontwerpsoftware die bepaalt hoe een laag samenwerkt met de kleuren of afbeeldingen eronder. Daardoor kunnen kleuren lichter, donkerder of anders worden. Sommige mengmodi kunnen in druk-PDF's onverwachte effecten geven.

Voorbeeld: Een schaduwlaag wordt met een mengmodus over een gekleurde achtergrond geplaatst.

Mescompensatie

Mescompensatie is een correctie in een snij- of plotmachine om rekening te houden met de vorm en stand van het mes. Zo kan het apparaat bochten en hoeken nauwkeuriger uitsnijden. De instelling hangt af van het materiaal en de machine.

Voorbeeld: Bij het uitsnijden van kleine stickerletters wordt het mes zo ingesteld dat de hoekjes netjes blijven.

Mesh doek

Mesh doek is een fijn geperforeerd reclamedoek met kleine openingen. Daardoor kan wind er deels doorheen waaien. Het wordt vaak gebruikt voor grote buitentoepassingen, maar de print ziet er van dichtbij anders uit dan op gesloten doek. Door kleine gaatjes kan wind gedeeltelijk door het doek heen. Daarom wordt mesh vaak gekozen voor grote buitenoppervlakken, bijvoorbeeld op steigers. De bedrukking oogt op korte afstand anders dan op een dicht spandoek.

Voorbeeld: Een bouwhek of steiger krijgt een bedrukt mesh doek om de windbelasting te beperken.

Mesh-textiel

Mesh-textiel is geweven of gebreide stof met een open structuur. Het kan licht doorlaten en lucht doorlaten. Hoe het precies wordt gebruikt hangt af van de dichtheid en de soort vezels.

Voorbeeld: Een sportbanner wordt gemaakt van licht mesh-textiel zodat lucht er makkelijker doorheen kan.

Metallic inkt

Metallic inkt bevat speciale pigmenten die licht weerkaatsen en daardoor een metaalachtige glans geven. Het effect is anders dan bij gewone gele of grijze inkt. Het resultaat hangt af van papier, druktechniek en de gebruikte inkt. In metallic inkt zitten deeltjes die licht op een andere manier weerkaatsen dan gewone inkt. Het effect hangt af van de ondergrond en de druktechniek; het is niet hetzelfde als spiegelende folie.

Voorbeeld: Een jubileumkaart krijgt een glimmende zilverkleurige opdruk met metallic inkt.

Metallic papier

Metallic papier heeft een glanzende, metaalachtige uitstraling. De kleur en glans van de ondergrond beïnvloeden hoe een bedrukking eruitziet. Soms is witte onderdruk nodig om kleuren duidelijk te houden.

Voorbeeld: Een uitnodiging wordt gedrukt op parelmoerachtig metallic papier.

Metamerie

Metamerie betekent dat twee kleuren onder het ene licht gelijk lijken, maar onder ander licht toch verschillen. Dat komt doordat de kleuren op een andere manier zijn opgebouwd. Bij het beoordelen van drukwerk is goede verlichting daarom belangrijk. Twee kleuren kunnen onder het ene licht vrijwel gelijk lijken en onder ander licht juist verschillen. Dit komt door verschillen in hoe de materialen licht terugkaatsen. Daarom vergelijk je belangrijke drukwerkkleuren bij afgesproken verlichting.

Voorbeeld: Twee blauwe verpakkingen lijken onder daglicht gelijk, maar verschillen onder winkelverlichting.

Microgolf

Microgolf is een type zeer fijn golfkarton met kleine golfjes tussen de buitenlagen. Daardoor kan een doos relatief dun zijn en toch stevigheid hebben. Het wordt vaak gebruikt voor kleinere verpakkingen.

Voorbeeld: Een compacte verzendverpakking krijgt een dunne microgolfkartonconstructie.

Microperforatie

Microperforatie is een rij zeer kleine gaatjes of sneetjes waardoor je een deel van papier of karton netjes kunt afscheuren. De perforatie valt minder op dan een grove scheurrand. De afscheurbaarheid hangt af van het materiaal.

Voorbeeld: Een toegangskaart krijgt een kleine afscheurstrook met microperforatie.

Microperforatie rand

Dit begrip hoort bij Microperforatie. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Migratie (verpakking)

Bij verpakkingen betekent migratie dat bepaalde stoffen uit bijvoorbeeld inkt, lijm of materiaal kunnen overgaan naar het verpakte product. Dit is vooral belangrijk bij voedselverpakkingen. Geschiktheid moet voor de hele verpakking en de bedoelde toepassing worden beoordeeld.

Voorbeeld: Bij een verpakking voor koekjes controleert een specialist of stoffen niet ongewenst bij het voedsel kunnen komen.

Milieukeurmerk

Een milieukeurmerk is een label dat iets zegt over bepaalde milieu-eisen waaraan een product of organisatie voldoet. Niet ieder keurmerk beoordeelt hetzelfde. Kijk daarom altijd welke eisen, controles en productonderdelen precies onder het keurmerk vallen.

Voorbeeld: Bij het vergelijken van papiersoorten controleer je wat een vermeld keurmerk werkelijk garandeert.

Minerale olie

Minerale olie is een verzamelnaam voor stoffen die uit aardolie kunnen komen en in verschillende producten voorkomen. Bepaalde bestanddelen kunnen relevant zijn bij inkt, gerecycled karton en voedselverpakkingen. Niet iedere minerale olie heeft dezelfde eigenschappen.

Voorbeeld: Voor een voedselverpakking wordt onderzocht of bestanddelen uit drukinkt of karton kunnen overgaan naar de inhoud.

Minimale oplage

De minimale oplage is het kleinste aantal exemplaren dat je van een product kunt bestellen. Dit aantal hangt af van het materiaal, de druktechniek en de leverancier. Bij sommige producten is één exemplaar mogelijk, bij andere niet.

Voorbeeld: Een speciale verpakking kan pas vanaf een bepaalde hoeveelheid worden geproduceerd.

MOAH

MOAH is een afkorting voor een groep aromatische koolwaterstoffen uit minerale olie. Deze stoffen worden onder meer besproken bij onderzoek naar mogelijke overdracht uit verpakkingsmaterialen. Het onderwerp vraagt om zorgvuldige beoordeling door deskundigen.

Voorbeeld: Bij het testen van een voedselverpakking kunnen bepaalde MOAH-bestanddelen worden onderzocht.

Moire

Moiré is een ongewenst patroon van golven of strepen dat kan ontstaan wanneer twee regelmatige patronen elkaar overlappen. Je ziet dit soms bij drukrasters, fijne stofstructuren of het scannen van bestaand drukwerk. Moiré is een ongewenst golf- of ruitpatroon dat kan ontstaan wanneer fijne regelmatige patronen elkaar kruisen. Je kunt het bijvoorbeeld zien bij het opnieuw scannen of fotograferen van eerder gerasterd drukwerk.

Voorbeeld: Een foto van een fijn geruit overhemd laat op het scherm een vreemde golfstructuur zien.

Moirépatroon

Dit begrip hoort bij Moire. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Monitorkalibratie

Monitorcalibratie, beter geschreven als monitorkalibratie, is het meten en instellen van een beeldscherm zodat kleuren en helderheid voorspelbaarder worden. Dat helpt bij het beoordelen van foto's en proefdrukken. Het scherm blijft wel anders dan papier.

Voorbeeld: Een vormgever gebruikt een kleurmeter om het scherm op de juiste helderheid en witbalans in te stellen.

Monomateriaal

Een monomateriaalproduct bestaat grotendeels uit één soort materiaal. Dat kan het sorteren of recyclen gemakkelijker maken, maar dat hangt ook af van lijm, inkt en lokale verwerking. Het woord alleen garandeert dus geen recyclebaarheid.

Voorbeeld: Een verpakking van één kunststofsoort kan eenvoudiger te scheiden zijn dan een verpakking van meerdere verlijmde lagen.

Monomeer folie

Monomeer folie is een type vinylfolie dat meestal wordt gebruikt voor vlakke oppervlakken en kortere toepassingen. De folie kan bij temperatuurverschillen eerder krimpen dan sommige andere foliesoorten. Voor sterke rondingen of langdurig buitengebruik is vaak een ander type geschikter.

Voorbeeld: Een tijdelijke vlakke reclameplaat wordt beplakt met geschikte monomeerfolie.

Monospace

Monospace is een type lettertype waarbij iedere letter ongeveer evenveel horizontale ruimte krijgt. Een i neemt dan bijvoorbeeld evenveel plaats in als een m. Dat wordt vaak gebruikt voor code, tabellen of een typemachine-uitstraling.

Voorbeeld: Een ontwerp gebruikt een monospace-lettertype om een ouderwetse typemachine na te bootsen.

Monotone

Monotone betekent in beeldbewerking dat een afbeelding met één kleurtoon wordt opgebouwd, vaak in verschillende lichtere en donkere tinten. Het is iets anders dan fullcolour drukken. De precieze instelling hangt af van de software.

Voorbeeld: Een portret wordt in verschillende tinten blauw weergegeven in plaats van in natuurlijke kleuren.

Montagegaten

Montagegaten zijn gaten in een bord of paneel waarmee je het kunt ophangen of vastschroeven. De plaats, diameter en afstand tot de rand moeten passen bij de bevestiging. Bij het ontwerpen moet je zorgen dat tekst niet te dicht bij de gaten staat.

Voorbeeld: Een aluminium reclamebord krijgt vier gaten in de hoeken om het aan een muur te bevestigen.

MOSH

MOSH is de afkorting voor verzadigde koolwaterstoffen uit minerale olie. Deze stoffen kunnen relevant zijn bij het beoordelen van materialen die met voedsel in aanraking komen. De betekenis voor een specifieke verpakking hangt af van samenstelling en blootstelling.

Voorbeeld: Bij een onderzoek naar verpakkingskarton kan worden gemeten of MOSH aanwezig is.

N

Nabewerking

Nabewerking is alles wat er na het drukken nog met het drukwerk gebeurt om er een afgewerkt product van te maken. Denk aan snijden, vouwen, lamineren, nieten of binden. Een groot deel van de uitstraling ontstaat juist in deze laatste stappen.

Voorbeeld: Een flyer wordt gedrukt en daarna op maat gesneden; een brochure wordt bovendien gevouwen en geniet.

Native resolutie

Native resolutie is de oorspronkelijke hoeveelheid beeldpunten van een scherm, afbeelding of apparaat zonder kunstmatig vergroten. Bij foto's is dat belangrijk, omdat vergroten geen echte details toevoegt. Voor drukwerk moet de resolutie bij het gekozen formaat voldoende zijn.

Voorbeeld: Een foto van 1.000 bij 1.000 pixels wordt groter gemaakt, maar krijgt daardoor geen extra echte beeldinformatie.

Natuurpapier

Natuurpapier is papier zonder de gladde coating van gestreken papier. Het voelt vaak wat ruwer en natuurlijker aan en neemt inkt anders op. Daardoor kunnen kleuren minder fel lijken dan op glad gestreken papier. Dit papier heeft meestal geen gladde, gestreken coating. Het voelt daardoor vaak wat natuurlijker of ruwer aan en kan inkt anders opnemen dan gestreken papier.

Voorbeeld: Een briefpapier met een rustige, matte uitstraling wordt op natuurpapier gedrukt.

NCR-papier

NCR-papier is speciaal papier waarmee je zonder carbonpapier een kopie maakt op onderliggende vellen. Door druk op het bovenste vel ontstaat op de andere vellen ook tekst. Het wordt veel gebruikt voor doordruksets. NCR-papier maakt een kopie op het vel eronder door druk van een pen of printer. Het werkt zonder los carbonpapier. De volgorde van de verschillende papierlagen is belangrijk.

Voorbeeld: Een monteur vult een formulier in en krijgt meteen een kopie voor de klant.

Nearline afwerking

Nearline afwerking betekent dat een afwerkingsmachine dicht bij de drukmachine staat en snel opdrachten kan overnemen, maar niet volledig in dezelfde doorlopende productielijn zit. Zo kunnen opdrachten flexibel worden verwerkt.

Voorbeeld: Een digitaal geprinte stapel brochures gaat direct naar een nabijstaande niet- en vouwmachine.

Negatieve ruimte

Negatieve ruimte is de lege ruimte rondom of tussen onderdelen van een ontwerp. Die ruimte is niet verspild: ze helpt juist om tekst en afbeeldingen duidelijker te laten uitkomen. In logo's kan de lege ruimte zelfs een vorm vormen.

Voorbeeld: Op een rustige visitekaart staat het logo centraal met veel witruimte eromheen.

Nestelen doosmodellen

Dit begrip hoort bij Nesting. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Nesting

Nesting is het efficiënt rangschikken van verschillende vormen op één plaat of vel om zo weinig mogelijk materiaal te verspillen. Dit wordt veel gebruikt bij snijden, frezen en stansen. De software houdt rekening met marges en tussenruimte.

Voorbeeld: Uit één grote Dibond-plaat worden verschillende kleine borden gefreesd met zo weinig mogelijk restmateriaal.

Nettoformaat

Dit begrip hoort bij Formaten en afmetingen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Neutraal grijs

Neutraal grijs is grijs zonder zichtbare rode, groene, blauwe of gele kleurzweem. Dat lijkt eenvoudig, maar grijs kan tijdens het drukken toch iets warmer of koeler worden. Goede kleurcontrole is daarom belangrijk.

Voorbeeld: Een zwart-witfoto moet een rustige grijstoon houden zonder groene of paarse zweem.

Nietjes in rug

Dit begrip hoort bij Rugnieten. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Nulserie

Een nulserie is een kleine proefproductie die wordt gemaakt voordat een grotere oplage start. Daarmee kun je controleren of het ontwerp, materiaal en de productie goed samenwerken. De nulserie kan helpen om kostbare fouten in de eindoplage te voorkomen.

Voorbeeld: Voor 10.000 verpakkingen worden eerst enkele complete doosjes gemaakt en beoordeeld.

O

Offerte

Een offerte is een voorstel waarin staat wat drukwerk gaat kosten en welke uitvoering daarvoor is afgesproken. Controleer altijd formaat, aantal, materiaal, bedrukking en eventuele afwerking.

Voorbeeld: Je vraagt een prijs aan voor 500 flyers op 170 grams papier en vergelijkt de specificaties met je bestelling.

Offline afwerking

Offline afwerking betekent dat een bewerking pas gebeurt nadat het drukwerk van de drukpers komt, op een aparte machine. Denk aan snijden, vouwen of lamineren.

Voorbeeld: Een gedrukt vel gaat eerst naar de snijmachine en daarna naar de vouwmachine.

Offsetdruk

Offsetdruk is een druktechniek die veel wordt gebruikt voor boeken, folders en grotere aantallen drukwerk. De afbeelding wordt niet rechtstreeks van een drukplaat op het papier gedrukt. Eerst komt de inkt op een rubberdoek terecht en daarna op het papier. Dat zorgt voor een gelijkmatige overdracht van de afbeelding. Bij de voorbereiding zijn drukplaten nodig, waardoor offsetdruk vooral interessant kan zijn bij grotere oplages. Welke techniek het voordeligst of meest geschikt is, hangt af van het product, de oplage en de gewenste uitvoering. Het beeld gaat bij offsetdruk niet rechtstreeks van de drukplaat op het papier, maar eerst via een rubberdoek. De techniek wordt vaak gebruikt voor grotere oplagen en een constante drukkwaliteit. Bij kleine oplagen kan digitaal drukken praktischer zijn.

Voorbeeld: Voor duizenden folders kan een drukker offsetdruk kiezen, omdat de voorbereiding over veel exemplaren wordt verdeeld.

Offsetlak

Offsetlak is een dunne beschermende of verfraaiende laklaag die tijdens het offsetdrukken op het papier kan worden aangebracht. De laag kan bijvoorbeeld glans geven of schuren helpen verminderen.

Voorbeeld: Een brochureomslag krijgt een laklaag om het drukwerk iets beter tegen gebruik te beschermen.

Offsetpapier

Offsetpapier is meestal ongestreken papier met een vrij natuurlijk, beschrijfbaar oppervlak. Het wordt vaak gebruikt voor briefpapier, formulieren en boeken.

Voorbeeld: Op een brief met offsetpapier kun je doorgaans gemakkelijk met een pen schrijven.

Ogen zetten

Ogen zetten is het aanbrengen van metalen of kunststof ringen in gaten van bijvoorbeeld een spandoek. De ringen helpen voorkomen dat het materiaal rondom het ophanggat uitscheurt.

Voorbeeld: Een spandoek krijgt om de 30 centimeter een oog voor de spanelastieken.

Omslag

De omslag is de buitenkant van een boek, brochure of catalogus. Die beschermt de binnenpagina's en bepaalt voor een groot deel de eerste indruk.

Voorbeeld: Een catalogus krijgt een steviger, gelamineerde omslag dan de pagina's binnenin.

Omslag apart

Dit begrip hoort bij Omslag. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Omslagflap

Een omslagflap is een extra stuk papier of karton dat vanaf de omslag naar binnen wordt gevouwen. Je kunt er bijvoorbeeld een samenvatting of informatie over de auteur op zetten.

Voorbeeld: Een boekomslag heeft aan beide kanten een flap met aanvullende tekst.

Omvang

De omvang van een boek of brochure is het aantal pagina's dat het bevat. Voor de productie maakt dit verschil bij papierverbruik, rugdikte en soms de bindmethode.

Voorbeeld: Een brochure van 32 pagina's heeft een andere omvang dan een boek van 240 pagina's.

Omzomen

Omzomen betekent dat de rand van een doek wordt omgevouwen en vastgenaaid of gelast. Zo wordt de rand sterker en rafelt deze minder snel.

Voorbeeld: De zijkanten van een groot spandoek worden omgezoomd voordat de ogen worden geplaatst.

On-demand printen

Dit begrip hoort bij Print-on-demand. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Onderkast

Onderkast is de typografische naam voor kleine letters. Het tegenovergestelde is bovenkast, oftewel hoofdletters.

Voorbeeld: In 'drukwerkonline' staan de letters in onderkast.

One-way vision

Dit begrip hoort bij Perforatiefolie. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Ongestreken papier

Ongestreken papier heeft geen gladde strijklaag op het oppervlak. Daardoor voelt het vaak natuurlijker aan en trekt inkt anders in dan bij gestreken papier. Omdat het oppervlak geen strijklaag heeft, trekken inkten vaak anders in het papier. Dat kan voor een zachtere uitstraling zorgen. Het papier is niet per definitie beter beschrijfbaar met elke pen of stift.

Voorbeeld: Voor een notitieblok kies je ongestreken papier omdat het prettig beschrijfbaar is.

Onscherp masker

Onscherp masker is een digitale bewerking die randen in een afbeelding duidelijker laat lijken. De naam klinkt vreemd: de techniek wordt juist gebruikt om de indruk van scherpte te vergroten.

Voorbeeld: Een foto krijgt een lichte verscherping voordat deze in een brochure wordt geplaatst.

Ontinkten

Ontinkten is het verwijderen van drukinkt uit gebruikt papier tijdens recycling. Zo kunnen papiervezels opnieuw worden gebruikt voor bepaalde soorten papier.

Voorbeeld: Oud bedrukt papier wordt verwerkt tot pulp waaruit een groot deel van de inkt wordt verwijderd.

Ontwerpcontrole

Een ontwerpcontrole is een controle of de vormgeving klopt voordat het bestand naar productie gaat. Je kijkt bijvoorbeeld naar teksten, logo's, verhoudingen en zichtbare fouten.

Voorbeeld: Voor het bestellen controleer je of het telefoonnummer op het visitekaartje juist is.

Opaal acrylaat

Opaal acrylaat is melkachtig, lichtdoorlatend kunststof plaatmateriaal. Het verspreidt licht gelijkmatiger dan volledig helder acrylaat en wordt vaak in lichtbakken gebruikt. Dit is melkachtig kunststof dat licht doorlaat en verspreidt. Daardoor kan het worden gebruikt voor verlichte panelen. Hoeveel licht erdoor komt, verschilt per type en dikte.

Voorbeeld: Een verlicht reclamepaneel gebruikt een opale plaat om losse lichtpunten minder zichtbaar te maken.

Opaciteit

Opaciteit vertelt hoe weinig licht er door een materiaal heen gaat. Bij papier betekent een hoge opaciteit dat de bedrukking op de achterkant minder snel doorschijnt. Een papier met hoge opaciteit laat de bedrukking op de achterkant minder doorschemeren. Dat is bijvoorbeeld belangrijk bij boeken en dubbelzijdige flyers. Opaciteit zegt hoe weinig licht door een materiaal heen gaat. Papier met een hoge opaciteit laat bedrukking van de achterkant minder doorschijnen. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij dubbelzijdige boeken of brochures.

Voorbeeld: Voor een dubbelzijdige brochure kies je papier met voldoende opaciteit.

Opaciteit (panelen)

Dit begrip hoort bij Opaciteit. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Opdikkend vermogen

Opdikkend vermogen beschrijft hoe dik een stapel papier wordt bij een bepaald gewicht. Twee papiersoorten van 100 grams kunnen toch anders aanvoelen en een andere stapelhoogte hebben. Sommige papiersoorten lijken dik of volumineus terwijl ze niet uitzonderlijk zwaar zijn. Dat noemen we een hoog opdikkend vermogen. Het kan bijvoorbeeld een boek meer rugdikte geven zonder dat het gewicht even sterk toeneemt.

Voorbeeld: Een boek met opdikkend papier heeft een dikkere rug dan een boek met evenveel pagina's op compact papier.

Open rug binding

Bij een open-rugbinding blijft de rugconstructie zichtbaar en wordt deze niet volledig afgedekt door een omslag. Het is vaak een bewuste vormgevingskeuze.

Voorbeeld: Een designboek laat de genaaide katernen aan de rug zien.

Openslaande pagina

Een openslaande pagina is een pagina of flap die je kunt uitvouwen zodat er meer ruimte ontstaat voor een afbeelding of schema.

Voorbeeld: Een brochure heeft een extra brede uitklappagina met een plattegrond.

Openslagbaarheid

Openslagbaarheid zegt hoe gemakkelijk een boek of brochure plat open blijft liggen. Dat hangt onder meer af van papier, dikte en bindwijze.

Voorbeeld: Een kookboek is prettiger in gebruik wanneer de pagina's open blijven liggen.

OpenType

OpenType is een digitaal lettertypeformaat dat op verschillende computers kan worden gebruikt. Het kan extra tekens en typografische mogelijkheden bevatten.

Voorbeeld: Een ontwerper gebruikt een OpenType-lettertype met bijzondere cijfers en ligaturen.

OpenType-features

OpenType-features zijn extra mogelijkheden van bepaalde lettertypen, zoals sierletters, alternatieve cijfers en automatische lettercombinaties. Niet elk lettertype ondersteunt dezelfde opties.

Voorbeeld: In een boek worden speciale cijfertekens gebruikt die mooi aansluiten op de lopende tekst.

Ophanggat

Een ophanggat is een gat in drukwerk of verpakkingsmateriaal waarmee je iets kunt ophangen aan bijvoorbeeld een haak. De plaats en grootte moeten bij de ophanging passen.

Voorbeeld: Een kartonnen productkaart krijgt bovenaan een eurogat voor een winkelhaak.

Oplage

De oplage is het aantal exemplaren dat van hetzelfde drukwerk wordt geproduceerd. De prijs per stuk verandert vaak wanneer je meer bestelt. Een oplage van 500 betekent dat je 500 exemplaren van het drukwerk laat maken. Verwar oplage niet met het aantal pagina’s of het aantal verschillende ontwerpen.

Voorbeeld: Je bestelt een oplage van 1.000 flyers.

Opmaakbestand

Een opmaakbestand is het werkbestand waarin tekst, afbeeldingen en andere onderdelen van een ontwerp staan. Het is niet altijd direct geschikt om te drukken; vaak maak je er eerst een drukklare PDF van.

Voorbeeld: Je ontwerpt een folder in InDesign en exporteert daarna een PDF.

Opmaakcontrole

Bij een opmaakcontrole bekijk je of alle onderdelen netjes staan: titels, marges, afbeeldingen en tekst. Dat is iets anders dan alleen controleren of een PDF technisch te drukken is.

Voorbeeld: Je ontdekt vóór het bestellen dat een logo te dicht tegen de rand staat.

Opstartkosten

Opstartkosten zijn kosten die nodig zijn om een productie voor te bereiden voordat het eerste exemplaar wordt gemaakt. Bij kleine oplages drukken deze kosten vaak zwaarder op de prijs per stuk.

Voorbeeld: Bij een speciaal gestanst doosje moet eerst de machine worden ingesteld.

Oracal

ORACAL is een merknaam voor verschillende zelfklevende folies. Het juiste type folie hangt af van ondergrond, gebruiksduur en binnen- of buitentoepassing.

Voorbeeld: Voor een raamsticker controleer je welke ORACAL-folie geschikt is voor glas en de gewenste levensduur.

Orderbegeleider

Een orderbegeleider volgt een drukwerkopdracht tijdens de productie en houdt in de gaten of de afspraken worden uitgevoerd. De precieze taak verschilt per bedrijf.

Voorbeeld: Een orderbegeleider ziet erop toe dat de brochure op tijd naar de afwerking gaat.

Ordernummer

Een ordernummer is een unieke code waarmee een bestelling wordt herkend. Daarmee kunnen klant en drukker dezelfde opdracht terugvinden.

Voorbeeld: Bij een vraag over je flyers vermeld je het ordernummer uit de bevestiging.

Oriëntatie

De oriëntatie geeft aan of een ontwerp staand of liggend wordt gebruikt. Dat zegt iets over de richting van het formaat, niet over het precieze aantal millimeters.

Voorbeeld: Een A4-flyer kan staand of liggend worden opgemaakt.

Otabind

Otabind is een bindwijze waarbij de omslag niet helemaal vastzit aan de gelijmde rug van het binnenwerk. Daardoor kan het boek gemakkelijker openvallen.

Voorbeeld: Een dik boek met softcover wordt zo gebonden dat je het prettiger open kunt leggen.

Outdoor duurzaamheid

Outdoor duurzaamheid gaat over hoe goed een materiaal en de bedrukking bestand zijn tegen zon, regen, wind en temperatuurverschillen. De werkelijke levensduur hangt af van de toepassing.

Voorbeeld: Een bord dat jarenlang buiten hangt vraagt een andere materiaalkeuze dan een bord voor een weekend.

Outline tekst

Dit begrip hoort bij Lettercontouren. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Overdrukinstelling

Overdruk is een instelling in een drukbestand die bepaalt hoe een kleur wordt gedrukt over kleuren die er al onder liggen. Normaal wordt onder een vorm vaak ruimte vrijgehouden; bij overdruk kan de onderliggende kleur blijven staan. Dat kan heel nuttig zijn, bijvoorbeeld voor kleine zwarte teksten. Maar een verkeerde overdrukinstelling kan ook zorgen dat een kleur anders uitvalt of dat een onderdeel nauwelijks zichtbaar wordt. Daarom is het belangrijk om overdruk in een PDF goed te controleren, bijvoorbeeld met de uitvoervoorvertoning. Een object met overdruk laat de onderliggende kleur staan in plaats van die uit te sparen. Dat kan bewust worden gebruikt, maar levert ook fouten op wanneer bijvoorbeeld witte tekst op overdruk staat: die kan verdwijnen. Controleer daarom het overdrukvoorbeeld.

Voorbeeld: Een klein zwart tekstje mag bewust over een gekleurde achtergrond gedrukt worden; een witte tekst mag niet zomaar op overdruk staan.

Overdrukvoorbeeld

Een overdrukvoorbeeld is een schermweergave die laat zien hoe overdrukinstellingen in een drukbestand ongeveer uitpakken. Zo kun je fouten opsporen die in de gewone weergave niet zichtbaar zijn.

Voorbeeld: In Acrobat controleer je of een witte tekst niet per ongeluk wegvalt.

Overdrukzwart

Overdrukzwart betekent dat zwarte elementen boven op onderliggende kleuren worden gedrukt zonder deze uit te sparen. Dat kan kleine witte randjes door pasverschil voorkomen, maar is niet in elke situatie gewenst.

Voorbeeld: Kleine zwarte tekst wordt soms over een gekleurde achtergrond gedrukt.

Overprint preview

Dit begrip hoort bij Overdrukvoorbeeld. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

P

Package (opmaak)

Een package is een verzameling van een opmaakbestand met de gebruikte afbeeldingen, lettertypen en andere benodigde bestanden. Zo kan iemand anders het ontwerp makkelijker openen.

Voorbeeld: Je verzamelt een InDesign-document met alle gekoppelde foto's in één map.

Packaging preflight

Dit begrip hoort bij Preflight. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Pagina

Een pagina is één zijde van een blad in een boek of brochure. Een los vel heeft meestal twee pagina's: een voorzijde en een achterzijde.

Voorbeeld: Een gevouwen vel in een brochure kan samen vier pagina's vormen.

Paginanummer

Een paginanummer is het cijfer waarmee je een pagina in een document terugvindt. Het kan boven of onder aan de pagina staan.

Voorbeeld: De inhoudsopgave verwijst naar pagina 12.

Paginanummering

Dit begrip hoort bij Paginanummer. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Paginaspread

Een paginaspread is een weergave van twee pagina's die naast elkaar liggen wanneer je een boek openslaat. Dit helpt om beelden en tekst over de middenvouw heen te ontwerpen.

Voorbeeld: Een foto loopt door van de linkerpagina naar de rechterpagina.

Paginavolgorde

De paginavolgorde is de volgorde waarin een lezer de pagina's ziet. Bij drukken worden de pagina's soms anders op de drukvellen gezet; dat regelt de inslag.

Voorbeeld: Je levert de pagina's van je brochure netjes aan van 1 tot en met 24.

Paginering

Paginering gaat over het nummeren en indelen van pagina's in een document. Bij brochures speelt ook mee dat het aantal pagina's bij bepaalde bindwijzen aan vaste veelvouden moet voldoen.

Voorbeeld: Een geniete brochure heeft vaak een pagina-aantal dat deelbaar is door vier.

Pakket maken

Dit begrip hoort bij Package (opmaak). Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Pantone

Pantone is een bekend systeem om kleuren met een afgesproken kleurnummer aan te duiden. Ontwerpers en drukkers gebruiken zo’n nummer om duidelijk te maken welke kleur ze bedoelen. Dat is handig wanneer bijvoorbeeld een bedrijfslogo telkens zo gelijk mogelijk moet worden gedrukt. Een Pantone-kleur is niet automatisch hetzelfde als de kleur die je op een computerscherm ziet. Het uiteindelijke resultaat hangt onder andere af van de gebruikte inkt, de papiersoort en de druktechniek. Voor een betrouwbare kleurbeoordeling zijn fysieke kleurreferenties en proefdrukken belangrijk. Pantone is een bekend systeem voor het benoemen en vergelijken van kleuren. Een Pantone-kleur is niet automatisch precies hetzelfde als een CMYK-benadering op iedere papiersoort. Voor een belangrijke huisstijlkleur is de juiste fysieke referentie nodig.

Voorbeeld: Een bedrijf gebruikt een vaste merkkleur en bespreekt met de drukker welke kleurnorm voor dat drukwerk haalbaar is.

Pantone-bibliotheek

Dit begrip hoort bij Pantone. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Papierbenutting

Papierbenutting vertelt hoeveel van een drukvel daadwerkelijk wordt gebruikt en hoeveel er als snijafval overblijft. Slim indelen kan materiaal besparen.

Voorbeeld: Op één groot drukvel passen meerdere visitekaartjes naast elkaar.

Papierdikte

Papierdikte is hoe dik één vel papier is, meestal gemeten in micrometers. Het gewicht in gram per vierkante meter zegt niet altijd precies hoe dik het vel voelt. Papierdikte wordt in een lengtemaat gemeten, bijvoorbeeld micrometer. Grammage is juist het gewicht per vierkante meter. Twee papiersoorten met hetzelfde grammage kunnen daarom verschillend dik aanvoelen.

Voorbeeld: Twee papiersoorten van 300 grams kunnen toch een verschillende dikte hebben.

Papierformaat

Dit begrip hoort bij Formaten en afmetingen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Papiergewicht

Dit begrip hoort bij Grammage. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Papierglans

Papierglans beschrijft hoeveel licht het papieroppervlak weerspiegelt. Glanzend papier laat kleuren vaak levendig ogen; mat papier geeft minder spiegeling.

Voorbeeld: Voor een fotobrochure kies je glanzend papier, voor een rustige uitstraling mat.

Papierkrul

Papierkrul betekent dat een vel papier krom trekt. Vocht, temperatuur, papiervezelrichting en bewerking kunnen daarbij een rol spelen. Papier kan kromtrekken door verschillen in vocht en temperatuur of doordat het sterk is bedrukt. Dat kan lastig zijn bij invoeren, vouwen en stapelen. De papierkwaliteit, het drukproces en de opslagomstandigheden spelen allemaal mee.

Voorbeeld: Na een grote hoeveelheid inkt trekt een dun vel aan de hoeken wat omhoog.

Papiermonster

Een papiermonster is een echt stukje papier waarop je kleur, structuur en dikte kunt beoordelen. Dat geeft een beter beeld dan alleen een omschrijving op een scherm.

Voorbeeld: Je houdt twee papiermonsters naast elkaar om te kiezen voor een uitnodiging.

Papierrecycling

Papierrecycling is het inzamelen en verwerken van gebruikt papier tot grondstof voor nieuw papier of karton. Niet iedere papiersoort is op dezelfde manier te recyclen.

Voorbeeld: Oude folders worden ingezameld en gebruikt om nieuwe papiervezelproducten te maken.

Papierwaaier

Een papierwaaier is een bundel kleine papiermonsters waarmee je verschillende soorten, kleuren en diktes kunt vergelijken.

Voorbeeld: Een ontwerper gebruikt een waaier om het juiste papier voor een luxe kaart te kiezen.

Papierwitheid

Papierwitheid vertelt hoe wit een papier wordt ervaren of gemeten. Een warmwitte papiersoort oogt anders dan helderwit papier, ook bij dezelfde bedrukking.

Voorbeeld: Een crème kaart krijgt een zachtere uitstraling dan een felwitte kaart.

Parallelvouw

Bij een parallelvouw worden de vouwen van een folder in dezelfde richting gemaakt. Er bestaan verschillende uitvoeringen met meerdere panelen.

Voorbeeld: Een folder wordt twee keer in dezelfde richting gevouwen tot een smal formaat.

Parelmoerpapier

Parelmoerpapier heeft een licht glanzend, vaak sprankelend oppervlak. Het wordt gebruikt wanneer het drukwerk een feestelijke of luxe uitstraling moet krijgen.

Voorbeeld: Een trouwkaart wordt op parelmoerpapier gedrukt voor een subtiele glans.

Paskruizen

Paskruizen zijn kleine merktekens die helpen controleren of verschillende drukkleuren precies op elkaar staan. Bij goed register vallen de tekens samen.

Voorbeeld: Een drukker controleert of geel en magenta goed aansluiten.

Pathfinder

Pathfinder is een functie in ontwerpsoftware waarmee je vormen kunt samenvoegen, uitsnijden of van elkaar aftrekken. Zo maak je complexere illustraties met eenvoudige basisvormen.

Voorbeeld: Je maakt een logo door twee overlappende cirkels samen te voegen.

PCR-materiaal

PCR staat voor post-consumer recycled: materiaal dat is gemaakt met grondstof uit producten die al door gebruikers zijn weggegooid. Het precieze gerecyclede aandeel verschilt per product.

Voorbeeld: Een verpakking bevat deels kunststof uit ingezameld consumentenafval.

PDF

Een PDF is een bestandsformaat waarin tekst, afbeeldingen en opmaak bij elkaar blijven. Daarom wordt het veel gebruikt om drukbestanden aan te leveren, mits de juiste exportinstellingen zijn gebruikt. Een PDF bewaart de paginaopmaak meestal beter dan een bewerkbaar tekstdocument. Toch is niet iedere PDF automatisch geschikt voor drukwerk: ook afloop, lettertypes en afbeeldingen moeten kloppen.

Voorbeeld: Je levert een flyer aan als drukklare PDF in plaats van als schermafbeelding.

PDF-boxen

PDF-boxen zijn onzichtbare kaders in een PDF die bijvoorbeeld het paginagebied, het eindformaat en de afloop aangeven. Een drukker gebruikt ze om een bestand correct te verwerken.

Voorbeeld: De TrimBox geeft het uiteindelijke snijformaat aan en de BleedBox de afloop.

PDF-controle

Dit begrip hoort bij Preflight. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

PDF-export

PDF-export betekent dat je vanuit een ontwerpbestand een PDF maakt. De gekozen instellingen bepalen onder meer de kwaliteit, afloop, lettertypen en kleurverwerking. Bij het exporteren zet je je ontwerp om naar een PDF. Kies daarbij het juiste eindformaat, de vereiste afloop en instellingen voor afbeeldingen, fonts en kleuren. Bekijk de gemaakte PDF altijd opnieuw: exporteren is niet hetzelfde als controleren.

Voorbeeld: Je exporteert vanuit Canva of InDesign een PDF voor drukwerk.

PDF-exportpreset

Dit begrip hoort bij PDF-voorinstelling. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

PDF-lagen

PDF-lagen zijn aparte groepen onderdelen die in sommige PDF's zichtbaar of verborgen kunnen worden gemaakt. Niet ieder drukproces ondersteunt ze op dezelfde manier.

Voorbeeld: Een verpakkingsbestand heeft de stanslijn op een aparte laag.

PDF-preflight

Dit begrip hoort bij Preflight. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

PDF-transparantie

PDF-transparantie ontstaat wanneer een element gedeeltelijk doorzichtig is of met een ander element mengt. Bij verkeerde verwerking kunnen onverwachte kleurverschillen of lijnen ontstaan.

Voorbeeld: Een schaduw achter een logo wordt in de drukwerk-PDF gecontroleerd.

PDF-voorinstelling

Een PDF-voorinstelling is een vooraf opgeslagen combinatie van instellingen voor het maken van een PDF. Het is een andere benaming voor exportpreset.

Voorbeeld: Een designer kiest één vaste instelling voor alle brochures.

PDF/A

PDF/A is een PDF-variant die bedoeld is voor langdurige digitale archivering. Het doel is betrouwbare weergave op lange termijn, niet specifiek de productie van drukwerk.

Voorbeeld: Een organisatie bewaart oude jaarverslagen als PDF/A.

PDF/VT

PDF/VT is een PDF-standaard voor variabel en gepersonaliseerd drukwerk. Zo kunnen pagina's met wisselende namen of beelden efficiënt worden verwerkt.

Voorbeeld: Elke direct-mailkaart krijgt een andere naam en persoonlijke aanbieding.

PDF/X

PDF/X is een familie van PDF-standaarden voor betrouwbaar uitwisselen van drukbestanden. Welke variant geschikt is hangt af van de afspraken met de drukker. PDF/X is een familie van afspraken voor het uitwisselen van drukbestanden. Welke variant geschikt is, hangt af van de drukker en het productieproces.

Voorbeeld: Een drukker vraagt om een PDF/X-bestand voor de productie van een folder.

PDF/X-1a

PDF/X-1a is een oudere, strikt ingestelde PDF/X-variant voor drukwerk. Transparantie moet zijn afgevlakt en de kleurinformatie voldoet aan specifieke eisen. Dit is een PDF-standaard voor drukwerk met beperkingen die bedoeld zijn om verwerking voorspelbaar te maken. Zo wordt transparantie in de oudere standaard afgevlakt. Welke PDF/X-versie nodig is, hangt van de drukker en het productieproces af.

Voorbeeld: Een drukker met een oudere workflow vraagt om PDF/X-1a.

PDF/X-3

PDF/X-3 is een PDF/X-variant die ook kleurbeheerde gegevens kan bevatten. De standaard is niet voor iedere moderne workflow de beste keuze. Deze PDF/X-versie laat bepaalde kleurbeheerde gegevens toe, maar gebruikt net als PDF/X-1a een oudere aanpak voor transparantie. Kies niet zomaar de hoogste of laagste versie; volg de aangeleverde instructies van de drukker.

Voorbeeld: Een ontwerp wordt volgens de afgesproken PDF/X-3-specificatie aangeleverd.

PDF/X-4

PDF/X-4 is een moderne PDF/X-variant die transparantie en kleurbeheer kan behouden. De ontvangende drukker moet deze workflow wel ondersteunen. PDF/X-4 kan onder andere transparantie behouden. Daardoor hoeft een ontwerp niet altijd vooraf plat te worden gemaakt. Het bestand moet nog steeds voldoen aan de aanlevereisen van de drukker.

Voorbeeld: Je levert een brochure met zachte schaduwen aan als PDF/X-4.

Peessysteem

Een peessysteem houdt textieldoek in een frame met behulp van een dunne siliconenrand. Het doek wordt strak in de gleuf van het frame gedrukt.

Voorbeeld: Een beurswand heeft een verwisselbaar doek met een pees rondom.

PEFC

PEFC is een certificeringssysteem dat gericht is op verantwoord bosbeheer en de herkomst van hout- en papierproducten. Een claim op drukwerk vraagt om de juiste keten en documentatie. PEFC is een certificeringssysteem dat onder meer betrekking heeft op bosbeheer en de herkomstketen van hout- en papierproducten. Een keurmerkclaim op drukwerk vereist de juiste onderbouwing en ketencertificering. De naam mag niet als algemene groene garantie worden gebruikt.

Voorbeeld: Een opdrachtgever vraagt naar papier met een aantoonbare PEFC-herkomstclaim.

PEFC-papier

Dit begrip hoort bij PEFC. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Perceptuele omzetting

Perceptuele omzetting is een manier om kleuren tussen verschillende kleurmogelijkheden om te rekenen waarbij het totale kleurbeeld zo natuurlijk mogelijk blijft. Heel felle kleuren kunnen iets veranderen.

Voorbeeld: Een foto wordt van beeldschermkleuren omgezet naar het bereik van de drukpers.

Perfecting-pers

Een perfecting-pers kan tijdens één doorgang beide zijden van een vel bedrukken. Dat kan de productie efficiënter maken.

Voorbeeld: Een grote oplage dubbelzijdige folders wordt in één persgang aan beide kanten gedrukt.

Perforatiebon

Dit begrip hoort bij Perforeren. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Perforatiefolie

Perforatiefolie is folie met kleine gaatjes, bijvoorbeeld voor ramen. Door de perforatie kan licht of zicht deels doorgelaten worden.

Voorbeeld: Een achterruit krijgt geperforeerde reclamefolie.

Perforatiestrook

Dit begrip hoort bij Perforeren. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Perforeren

Perforeren betekent een rij kleine gaatjes of inkepingen maken zodat papier of karton makkelijker langs die lijn scheurt. Een perforatielijn bestaat uit kleine sneden of gaatjes, zodat je een deel gemakkelijk kunt afscheuren. Een rillijn is iets anders: die helpt bij het netjes vouwen.

Voorbeeld: Een bonnetje in een boekje kan langs een perforatielijn worden losgescheurd.

Pergamijn

Pergamijn is een gladde, doorschijnende papiersoort die door een speciale behandeling dicht en stevig aanvoelt. Het wordt onder andere gebruikt als bescherm- of verpakkingspapier.

Voorbeeld: Een kwetsbare afbeelding wordt met een vel pergamijn beschermd.

Perscontrole

Bij perscontrole wordt tijdens het drukken gekeken of kleur, scherpte en plaatsing goed blijven. Waar nodig stelt de drukker de machine bij.

Voorbeeld: De drukker vergelijkt een gedrukt vel met de goedgekeurde kleurproef.

Perscontrolevel

Een perscontrolevel is een drukvel dat gebruikt wordt om de kwaliteit van de productie te controleren. Het laat zien hoe de afdruk op dat moment uit de machine komt.

Voorbeeld: Bij het opstarten bekijkt de drukker een eerste vel op kleur en register.

Personaliseren

Personaliseren betekent dat exemplaren van hetzelfde drukwerk onderling verschillen, bijvoorbeeld door namen, adressen of unieke codes. De basisvormgeving kan gelijk blijven. Je houdt hetzelfde basisontwerp, maar verandert bijvoorbeeld per exemplaar een naam, code of afbeelding. Hiervoor moet het gegevensbestand goed aansluiten op het ontwerp.

Voorbeeld: Iedere uitnodiging krijgt de naam van de eigen ontvanger.

Persproef

Een persproef is een afdruk op de daadwerkelijke drukpers waarmee kleur en uitvoering kunnen worden beoordeeld. Dit is iets anders dan alleen een digitale schermcontrole.

Voorbeeld: Voor een belangrijke catalogus wordt een proef op de pers gemaakt.

PET-doek

PET-doek is textiel dat is gemaakt van polyester, een kunststofvezel. De eigenschappen verschillen per weefsel en toepassing.

Voorbeeld: Een vlag wordt gedrukt op een licht polyester doek.

PET-inlay

Een PET-inlay is een binnenvorm van PET-kunststof die producten in een verpakking op hun plaats houdt. De vorm kan op het product worden afgestemd.

Voorbeeld: Een luxe doos heeft een gevormde inzet waarin een fles stevig blijft liggen.

PET-plaat

Een PET-plaat is een kunststof plaat van polyethyleentereftalaat. Afhankelijk van de uitvoering kan deze helder, gekleurd of geschikt voor vormgeving zijn.

Voorbeeld: Een display krijgt een transparant kunststof onderdeel van PET.

PETG

PETG is een kunststof die verwant is aan PET en vaak goed te vormen is. De exacte eigenschappen hangen van de soort en dikte af.

Voorbeeld: Een heldere beschermkap wordt gemaakt van een vormbare PETG-plaat.

Pigmentfolie

Pigmentfolie is folie waarmee een gekleurde of dekkende afwerking op een oppervlak kan worden aangebracht. Dit gebeurt vaak met warmte en druk.

Voorbeeld: Een titel op een omslag wordt met een witte pigmentfolie aangebracht.

Pixel

Een pixel is een heel klein beeldpunt waaruit een digitale foto is opgebouwd. Samen vormen duizenden of miljoenen pixels het hele beeld. Een pixel is één klein beeldpuntje. Een foto bestaat uit heel veel van die puntjes. Als er te weinig pixels zijn voor het gewenste afdrukformaat, kan de foto onscherp worden.

Voorbeeld: Wanneer je ver inzoomt op een foto zie je de afzonderlijke blokjes.

Pixelafmeting

De pixelafmeting vertelt uit hoeveel pixels een afbeelding in de breedte en hoogte bestaat. Dat is belangrijk bij het bepalen hoe groot je de afbeelding scherp kunt afdrukken. Dit is het aantal beeldpuntjes in de breedte en hoogte van een afbeelding. Een foto van 3000 bij 2000 pixels bevat zes miljoen pixels. Of dat genoeg is voor je drukwerk hangt af van hoe groot je de foto afdrukt.

Voorbeeld: Een foto van 3000 × 2000 pixels heeft meer beeldinformatie dan eentje van 600 × 400.

Pixelgrootte

Dit begrip hoort bij Pixelafmeting. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Pixellatie

Pixellatie is het zichtbaar worden van afzonderlijke pixels, waardoor een afbeelding hoekig of blokkerig oogt. Dat gebeurt vaak bij te ver vergroten.

Voorbeeld: Een klein logo uit een screenshot wordt onscherp op een groot spandoek.

Pixels per inch

Dit begrip hoort bij PPI. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Plaknaad

Een plaknaad is de plek waar twee stukken papier, karton of ander materiaal aan elkaar worden gelijmd. Bij verpakkingen moet die naad stevig genoeg zijn.

Voorbeeld: De zijkant van een kartonnen doos wordt met een plaknaad gesloten.

Plakstrip

Een plakstrip is een strook met lijm waarmee iets eenvoudig vastgezet of gesloten kan worden. Soms zit er een beschermlaag overheen die je eerst verwijdert.

Voorbeeld: Een verzendenvelop heeft een zelfklevende plakstrip.

Plakstrook

Een plakstrook is het extra deel van een verpakkingsontwerp dat gebruikt wordt om twee delen aan elkaar vast te lijmen. Daar moet in de opmaak rekening mee worden gehouden.

Voorbeeld: Bij een doosje loopt de bedrukking niet onbedoeld door in de lijmstrook.

Plano vel

Een plano vel is een vlak, nog niet gevouwen vel papier of karton. Pas bij de afwerking kan het worden gevouwen of gesneden.

Voorbeeld: Een folder komt eerst als groot plano drukvel van de pers.

Plantaardige inkt

Plantaardige inkt bevat bepaalde grondstoffen die uit planten afkomstig zijn. Dat betekent niet automatisch dat de complete inkt biologisch afbreekbaar of milieuvriendelijk is.

Voorbeeld: Bij een duurzaamheidsvraag controleer je welke bestanddelen de drukinkt werkelijk bevat.

Platliggend binden

Platliggend binden is een bindwijze waarbij een boek of brochure gemakkelijk open kan blijven liggen. Dat is handig voor afbeeldingen die over twee pagina's doorlopen.

Voorbeeld: Een receptenboek blijft open op tafel liggen terwijl je kookt.

Plexiglas

Plexiglas is een bekende benaming voor acrylaat, een heldere kunststof die op glas lijkt maar minder zwaar is. Het wordt gebruikt voor displays, panelen en beschermplaten. Plexiglas is een gangbare naam voor acrylglas. Het is lichter dan gewoon glas, maar kan wel krassen. De juiste toepassing hangt af van plaatdikte en montage.

Voorbeeld: Een foto wordt achter een transparante acrylaatplaat gepresenteerd.

Plotsnijden

Plotsnijden is het met een computergestuurde snijmachine uitsnijden van een vorm uit folie, papier of dun plaatmateriaal. Een mes volgt de lijnen uit het ontwerp.

Voorbeeld: Een sticker wordt precies langs de buitencontour uitgesneden.

PMS-kleur

Dit begrip hoort bij Pantone. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

PNG

PNG is een digitaal afbeeldingsbestand dat scherpe randen en transparante achtergronden kan bewaren. Voor drukwerk moet je nog steeds de resolutie en kleurinstellingen controleren. PNG is handig voor afbeeldingen met transparantie, zoals een vrijstaand logo. Het blijft een pixelbestand; een kleine PNG wordt niet automatisch scherp wanneer je hem sterk vergroot.

Voorbeeld: Een logo met een doorzichtige achtergrond wordt als PNG aangeleverd.

Point of sale

Dit begrip hoort bij POS-materiaal. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Polycarbonaat

Polycarbonaat is een sterke, slagvaste kunststof die in platen verkrijgbaar is. Het wordt gebruikt waar extra bestendigheid tegen stoten belangrijk is.

Voorbeeld: Een beschermplaat bij een machine wordt van polycarbonaat gemaakt.

Polyester doek

Polyester doek is textiel van kunststofvezels dat veel gebruikt wordt voor vlaggen, banners en textielframes. De stof en weving bepalen hoe het materiaal valt en hoeveel licht het doorlaat.

Voorbeeld: Een beurswand krijgt een strak opgespannen polyester doek.

Polymeer folie

Polymeer folie is een type kunststof folie dat vaak geschikt is voor toepassingen waarbij vormvastheid en duurzaamheid belangrijk zijn. De eigenschappen hangen sterk af van het specifieke product.

Voorbeeld: Voor een langdurige buitensticker kies je een geschikte polymeerfolie.

Polypropyleen plaat

Een polypropyleen plaat is een lichte kunststof plaat die goed tegen vocht kan. De stijfheid en geschiktheid voor bedrukking hangen af van de uitvoering.

Voorbeeld: Een tijdelijk informatiebord wordt gemaakt van een kunststof plaat.

Ponsen

Ponsen is het met een stempel en tegenvorm maken van gaten of uitsparingen in materiaal. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor ophanggaten en speciale vormen.

Voorbeeld: In een kaart worden twee ronde gaten geponst voor een koordje.

Porositeit

Porositeit geeft aan hoeveel kleine openingen of ruimtes een materiaal heeft. Bij papier kan dit invloed hebben op hoe lucht en vloeistoffen door het oppervlak bewegen.

Voorbeeld: Een sterk absorberend papier neemt inkt anders op dan een dicht oppervlak.

Port betaald

Port betaald is een aanduiding bij postzendingen waarbij de verzendkosten volgens afspraken met de postvervoerder worden afgehandeld. De toegestane opmaak hangt af van de postregels.

Voorbeeld: Een grote mailing krijgt een vooraf afgesproken frankeeraanduiding.

POS-materiaal

POS-materiaal is promotiemateriaal dat bij een verkooppunt wordt ingezet. POS is de afkorting van point of sale.

Voorbeeld: Een toonbankdisplay en een prijskaartje zijn voorbeelden van POS-materiaal.

Post-consumer recycled

Dit begrip hoort bij PCR-materiaal. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Postaal sorteren

Postaal sorteren is het in een bepaalde volgorde leggen of bundelen van poststukken volgens de eisen van de vervoerder. Dat kan de verwerking vergemakkelijken.

Voorbeeld: Een grote mailing wordt vooraf op postcodegebied gesorteerd.

Postcode sortering

Postcode sortering betekent dat adressen of poststukken op basis van postcodes op volgorde worden gezet. De gewenste sorteerwijze verschilt per postvervoerder.

Voorbeeld: Duizenden brieven worden in de juiste postcodereeks aangeleverd.

Postdoos

Een postdoos is een kartonnen verpakking die bedoeld is om producten of documenten te verzenden. Vorm en stevigheid worden afgestemd op de inhoud.

Voorbeeld: Een webshop verzendt een klein cadeau in een bedrukte postdoos.

Postpress

Dit begrip hoort bij Nabewerking. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

PostScript

PostScript is een taal waarmee tekst en afbeeldingen op een pagina voor afdrukapparatuur worden beschreven. Het speelt vooral een rol in oudere en bepaalde professionele printworkflows.

Voorbeeld: Een printerworkflow zet ontwerpgegevens om naar een printbaar beeld.

PPI

PPI staat voor pixels per inch en vertelt hoeveel pixels een afbeelding per inch heeft op het gekozen afdrukformaat. Het is een maat voor beeldresolutie, niet voor de printer zelf.

Voorbeeld: Een foto met te weinig PPI wordt bij vergroten zichtbaar onscherp.

Pre-consumer recycled

Pre-consumer recycled betekent gerecycled materiaal uit reststromen die tijdens productie ontstaan, voordat het product bij de eindgebruiker is geweest. Niet iedere soort productieafval telt volgens elke norm mee.

Voorbeeld: Snijresten uit een fabriek worden opnieuw als grondstof gebruikt.

Preeg op omslag

Dit begrip hoort bij Pregen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Preegdruk

Dit begrip hoort bij Pregen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Preflight

Preflight is de technische eindcontrole van een drukbestand vóór productie. Het systeem kan fouten ontdekken in bijvoorbeeld afloop, kleurgebruik, lettertypen of resolutie. Preflight is een technische controle van een drukbestand. Hiermee kun je bijvoorbeeld ontbrekende lettertypes of verkeerde paginaformaten opsporen. De controle leest niet of je inhoud inhoudelijk klopt. Preflight is een technische controle van een drukbestand vóór productie. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar paginaformaat, ontbrekende lettertypen, resolutie en kleurinstellingen. Zo kunnen veel fouten worden ontdekt voordat er wordt gedrukt.

Voorbeeld: Je controleert een PDF op ontbrekende afloop voordat je bestelt.

Preflight-profiel

Een preflight-profiel is een opgeslagen verzameling regels voor de technische controle van bestanden. Verschillende soorten drukwerk kunnen andere regels nodig hebben. Een preflight-profiel is een set technische controlepunten voor een bestand. Bij een flyer kijk je bijvoorbeeld naar afloop en afbeeldingskwaliteit; bij een spandoek gelden soms andere marges. Een profiel moet dus bij het product passen.

Voorbeeld: Een profiel voor flyers controleert een andere afloop dan een profiel voor grootformaat spandoeken.

Pregen

Pregen betekent een reliëf in papier of karton maken door het materiaal onder druk in een vorm te persen. Dat voel je wanneer je met je vinger over het papier gaat.

Voorbeeld: Een kaart krijgt een voelbare rand rondom het logo.

Prepress

Prepress omvat alle voorbereidingen die plaatsvinden voordat een bestand op de drukpers of printer komt. Denk aan bestandscontrole, kleurinstellingen en het maken van drukvormen. Prepress is alles wat gebeurt voordat de pers of printer echt gaat produceren. Denk aan bestanden controleren, kleuren voorbereiden en de pagina’s juist indelen. Fouten die hier worden ontdekt, zijn meestal gemakkelijker te herstellen dan na het drukken.

Voorbeeld: De drukker controleert je PDF en maakt die productieklaar.

Press

Dit begrip hoort bij Drukpers. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Preview mode

Preview mode is een voorbeeldweergave in software waarin je het ontwerp bekijkt zonder sommige hulplijnen of bewerkingskaders. Dit helpt bij de visuele controle.

Voorbeeld: Je zet de voorvertoning aan om te kijken of de folder netjes oogt.

Print-on-demand

Print-on-demand betekent dat exemplaren pas worden geprint zodra er een bestelling is. Het maakt kleine, wisselende oplages mogelijk.

Voorbeeld: Een boek wordt pas gedrukt wanneer iemand één exemplaar bestelt.

Proceskleur

Een proceskleur is een kleur die wordt opgebouwd uit de standaard drukkleuren, meestal cyaan, magenta, geel en zwart. Daarmee kunnen veel verschillende kleuren worden gemaakt. Bij proceskleuren worden veel tinten gemaakt door kleine puntjes cyaan, magenta, geel en zwart te combineren. Dat is anders dan een speciale steunkleur met een eigen inkt. Niet iedere opvallende of metallic kleur kan exact met alleen CMYK worden gemaakt.

Voorbeeld: Een groene achtergrond ontstaat uit een combinatie van proceskleuren.

Productdrager

Een productdrager is het onderdeel waarop een product wordt bevestigd of gepresenteerd, bijvoorbeeld een kaart, houder of inlay. De precieze betekenis verschilt per verpakking.

Voorbeeld: Een klein sieraad wordt op een bedrukte kartonnen kaart bevestigd.

Productiemonster

Een productiemonster is een voorbeeld dat wordt gemaakt om materiaal, maatvoering of afwerking te beoordelen. Het is niet altijd hetzelfde als een volledig definitief productie-exemplaar.

Voorbeeld: Voor een grote bestelling bekijk je eerst één gemaakt doosje.

Productietijd

Productietijd is de periode die nodig is om een bestelling te maken. Verzending en bezorging vallen daar niet automatisch onder.

Voorbeeld: Een order heeft vijf werkdagen productietijd en daarna nog transport.

Proefdruk

Een proefdruk is een voorbeeldafdruk waarmee je het ontwerp of de kleuren beoordeelt voordat de definitieve oplage wordt gemaakt. Niet iedere proef gebruikt exact dezelfde druktechniek. Een proefdruk laat zien hoe een ontwerp er ongeveer uit kan komen. Niet elke proefdruk is kleurbindend; vraag vooraf waarop je de proef precies mag beoordelen.

Voorbeeld: Je bekijkt eerst een proef van de menukaart voordat je 500 stuks laat maken.

Proefexemplaar

Een proefexemplaar is één voorbeeld van het beoogde eindproduct. Daarmee kun je controleren hoe formaat, papier, kleur en afwerking samenkomen.

Voorbeeld: Je voelt en bekijkt een voorbeeldboek voordat de rest van de oplage start.

Promotiemateriaal

Promotiemateriaal is drukwerk of een product dat aandacht vraagt voor een bedrijf, merk, evenement of aanbieding. Het kan heel verschillende vormen hebben.

Voorbeeld: Flyers, posters en beursbanners worden gebruikt om een evenement bekend te maken.

Proof colors

Dit begrip hoort bij Softproof. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

PSD-bestand

Een PSD-bestand is het werkbestand van Adobe Photoshop. Het kan lagen, tekst en bewerkingen bewaren, maar is niet automatisch een drukklare PDF.

Voorbeeld: Een ontwerper stuurt eerst zijn PSD aan een collega voor aanpassingen.

Puntgrootte

Puntgrootte is een maat voor de grootte van letters. Die wordt meestal uitgedrukt in typografische punten, afgekort pt.

Voorbeeld: Een lopende tekst krijgt 10 pt en een titel 24 pt.

Puntkarton

Puntkarton is karton waarvan de dikte vaak in punten wordt aangeduid. Controleer altijd welk maatsysteem de leverancier gebruikt, want punt is niet overal hetzelfde.

Voorbeeld: Een verpakkingskarton wordt geselecteerd op dikte en stevigheid.

PUR-binden

PUR-binden is een lijmbindwijze met een sterke polyurethaanlijm. Die kan geschikt zijn voor bepaalde papiersoorten en boeken die veel worden geopend.

Voorbeeld: Een dikke catalogus krijgt een gelijmde rug met PUR-lijm.

PVC-vrij

PVC-vrij betekent dat een product geen polyvinylchloride (PVC) als bedoeld materiaalbestanddeel bevat. Het zegt niet automatisch dat het product volledig duurzaam of recyclebaar is.

Voorbeeld: Je kiest een doek zonder PVC, maar bekijkt ook de overige materialen.

PVC-vrij doek

PVC-vrij doek is printdoek dat zonder PVC is gemaakt. De eigenschappen en mogelijkheden voor recycling verschillen per doeksoort.

Voorbeeld: Voor een evenement kiest een klant een alternatief voor traditioneel PVC-spandoek.

Q

QR-code

Een QR-code is een vierkante code die je met de camera van een telefoon kunt scannen. De code verwijst bijvoorbeeld naar een website of digitale informatie. Met de camera van een telefoon kun je een QR-code scannen om bijvoorbeeld een website te openen. Test de code altijd op de uiteindelijke afdrukgrootte.

Voorbeeld: Op een flyer scan je de QR-code om direct een inschrijfformulier te openen.

QuarkXPress

QuarkXPress is professionele software voor het opmaken van publicaties met tekst en afbeeldingen. Het wordt onder meer gebruikt voor boeken, tijdschriften en brochures.

Voorbeeld: Een vormgever maakt de pagina's van een catalogus op in QuarkXPress.

R

Raamfolie

Raamfolie is zelfklevend materiaal dat op glas wordt aangebracht. Het kan dienen als reclame, privacybescherming of decoratie; niet iedere folie is geschikt voor elke glassoort.

Voorbeeld: Een winkelruit krijgt een logo op folie zonder dat het glas vervangen hoeft te worden.

Raamsticker binnenzijde

Dit begrip hoort bij Spiegelbeeldprint. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rakel

Een rakel is een hulpmiddel waarmee je inkt verdeelt of folie strak aanbrengt. De vorm verschilt per toepassing, bijvoorbeeld zeefdruk of stickerverwerking.

Voorbeeld: Met een zachte rakel duw je lucht onder een raamsticker vandaan.

Raster Image Processor

Dit begrip hoort bij RIP. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rasterafbeelding

Een rasterafbeelding bestaat uit kleine beeldpunten, pixels. Foto's zijn meestal rasterafbeeldingen en kunnen bij sterk vergroten onscherp worden. Een rasterafbeelding bestaat uit pixels, zoals een gewone foto. Als je hem sterk vergroot, worden die pixels uiteindelijk zichtbaar en kan het beeld onscherp lijken. Een vectorlogo werkt anders: lijnen en vormen kunnen meestal scherp worden vergroot.

Voorbeeld: Een JPEG-foto wordt blokkerig wanneer je die veel te groot op een spandoek zet.

Rasterbestand

Dit begrip hoort bij Rasterafbeelding. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rasterhoek

Rasterhoek is de richting waarin het raster van een drukkleur is geplaatst. Verschillende hoeken helpen voorkomen dat de rasters elkaar storend beïnvloeden.

Voorbeeld: Bij vierkleurendruk krijgen de kleurrasters verschillende richtingen.

Rasterlineatuur

Rasterlineatuur geeft aan hoe fijn het raster is waarmee tonen worden opgebouwd, vaak gemeten in lijnen per inch (LPI). De geschikte waarde hangt van papier en drukproces af. De rasterlineatuur zegt hoe dicht de rasterpuntjes bij elkaar staan bij bepaalde druktechnieken. Een fijner raster kan meer detail geven, maar moet passen bij het papier en het drukproces. Het is dus niet simpelweg zo dat hoger altijd beter is.

Voorbeeld: Op krantenpapier wordt vaak een grover raster gebruikt dan bij luxe tijdschriften.

Rasterpunt

Een rasterpunt is een klein gedrukt puntje waarmee lichte en donkere tonen worden nagebootst. Veel rasterpunten samen maken een foto zichtbaar op papier. Een rasterpunt is een klein puntje waarmee een drukmachine lichte en donkere kleurvlakken kan nabootsen. Van een afstand zie je die losse puntjes meestal niet, maar vormen ze samen een beeld.

Voorbeeld: Een grijze foto bestaat in druk uit heel veel kleine puntjes.

Rasterwals

Een rasterwals is een rol met kleine putjes die een afgemeten hoeveelheid inkt of coating overdraagt, bijvoorbeeld bij flexodruk. De putjes bepalen mee hoeveel materiaal wordt afgegeven.

Voorbeeld: Een flexopers gebruikt een rasterwals om een gelijkmatige hoeveelheid inkt aan te brengen.

RAW-bestand

Een RAW-bestand bevat veel ruwe beeldgegevens die rechtstreeks uit een digitale camera komen. Het biedt ruimte voor nabewerking, maar moet meestal nog worden omgezet voor gebruik in drukwerk.

Voorbeeld: Een fotograaf bewerkt een RAW-foto en exporteert daarna een geschikte afbeelding voor de brochure.

Re-board

Re-board is een merknaam voor licht en stevig kartonachtig plaatmateriaal met een bijzondere kernstructuur. Het wordt onder meer voor displays en tijdelijke presentaties gebruikt.

Voorbeeld: Een beursstand krijgt grote, lichte presentatiewanden van Re-board.

REACH

REACH is een Europese verordening over chemische stoffen. Bij drukwerk en materialen kan die van belang zijn, maar een algemene vermelding 'REACH' bewijst niet dat elk gebruik automatisch veilig is. REACH is Europese wetgeving over chemische stoffen en de risico’s daarvan. Bij drukwerk kan dat relevant zijn voor bijvoorbeeld inkten, coatings en kunststoffen. Het is geen keurmerk dat automatisch betekent dat een product volledig onschadelijk of duurzaam is.

Voorbeeld: Voor een speciale verpakking vraag je de leverancier naar de toepasselijke materiaalverklaringen.

Rechts uitlijnen

Rechts uitlijnen betekent dat de tekst aan de rechterkant netjes één rechte lijn vormt, terwijl de linkerkant verspringt. Het wordt vaak gebruikt voor korte regels of cijfers.

Voorbeeld: Een prijslijst heeft bedragen die allemaal rechts uitgelijnd staan.

Recto

Recto is de rechterpagina van een opengeslagen boek, doorgaans een oneven genummerde pagina. De linkerpagina heet verso.

Voorbeeld: In een boek begint een hoofdstuk vaak op een rectopagina.

Recyclebaar

Recyclebaar betekent dat een materiaal in principe opnieuw verwerkt kan worden tot grondstof. Of dat in de praktijk gebeurt, hangt af van samenstelling, inzameling en lokale verwerking. Recyclebaar betekent dat een materiaal in principe opnieuw kan worden verwerkt, maar dat zegt nog niet of het op jouw locatie daadwerkelijk wordt ingezameld of gerecycled. Lijm, coatings en combinatie van materialen kunnen daarbij verschil maken.

Voorbeeld: Een verpakking van één papiersoort is vaak eenvoudiger te verwerken dan een verlijmde combinatie van materialen.

Recyclingcode

Een recyclingcode is een symbool of nummer dat iets kan zeggen over het gebruikte materiaal. Het is geen garantie dat het materiaal overal daadwerkelijk wordt gerecycled.

Voorbeeld: Op een kunststof verpakking staat een materiaalnummer dat helpt bij identificatie.

Reflecterende folie

Reflecterende folie kaatst invallend licht terug richting de lichtbron. Daardoor kan een opdruk bij verlichting beter zichtbaar zijn, bijvoorbeeld in het donker.

Voorbeeld: Een verkeersbord wordt beter zichtbaar wanneer autokoplampen erop schijnen.

Reflectieklasse

Dit begrip hoort bij Reflecterende folie. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Regelafstand

Regelafstand is de ruimte tussen opeenvolgende regels tekst. Te weinig afstand maakt lange teksten lastig leesbaar; te veel afstand kan de samenhang verminderen.

Voorbeeld: Bij een brochure wordt de regelafstand iets vergroot om het lezen prettiger te maken.

Registeren

Registeren betekent bij drukwerk dat meerdere drukgangen of kleuren nauwkeurig op dezelfde plek terechtkomen. Een verschuiving kan gekleurde randjes veroorzaken.

Voorbeeld: Rond een zwart logo verschijnt een kleurig randje wanneer de kleuren niet goed registeren.

Registertab

Een registertab is een uitstekend tabje aan een blad, zodat je gemakkelijk naar een hoofdstuk of onderdeel kunt bladeren.

Voorbeeld: Een ordner krijgt tabbladen met de letters A tot en met Z.

Registertekens

Registertekens zijn merktekens buiten het uiteindelijke drukbeeld waarmee de positie van verschillende drukkleuren wordt gecontroleerd. Ze worden meestal weggesneden.

Voorbeeld: De drukker kijkt naar de registertekens om te zien of de kleuren goed op elkaar staan.

Registratiezwart

Dit begrip hoort bij Registertekens. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Regular

Regular is de normale, niet extra vette of cursieve variant van een lettertype. Het is vaak de standaard voor lopende tekst.

Voorbeeld: Een brochure gebruikt Regular voor de tekst en Bold voor de koppen.

Rekstof

Rekstof is textiel dat kan uitrekken zonder meteen te scheuren. Het wordt gebruikt voor hoezen en presentaties die strak om een vorm moeten passen.

Voorbeeld: Een statafelhoes wordt om het frame gespannen dankzij de rek in de stof.

Relatief colorimetrisch

Relatief colorimetrisch is een methode voor het omzetten van kleuren tussen apparaten. Kleuren die passen blijven zoveel mogelijk gelijk; buiten het bereik liggende kleuren worden aangepast.

Voorbeeld: Bij een CMYK-omzetting kan een zeer felle schermkleur minder fel worden.

Reliëfdruk

Reliëfdruk is een afwerking waarbij een zichtbaar en voelbaar hoogteverschil ontstaat in papier of karton. Soms gebeurt dit zonder inkt, soms met een combinatie van technieken.

Voorbeeld: Een luxe visitekaartje heeft een voelbaar verhoogd logo.

Reliëffolie

Reliëffolie is een folieafwerking die gecombineerd wordt met een voelbaar hoogteverschil. De bedrukking krijgt daardoor zowel glans of kleur als structuur.

Voorbeeld: Een goudkleurige titel op een boekomslag ligt iets hoger dan het oppervlak.

Rendering intent

Rendering intent is de gekozen manier waarop kleurbeheer kleuren omzet wanneer het bronbestand en het uitvoerapparaat niet hetzelfde kleurbereik hebben.

Voorbeeld: Een ontwerper kiest een omzettingsmethode bij de stap van RGB-foto naar CMYK-drukwerk.

Resamplen

Resamplen betekent het aantal pixels van een afbeelding veranderen. Extra pixels toevoegen maakt een foto niet automatisch scherper, omdat er geen echte details bijkomen.

Voorbeeld: Een foto van 800 pixels breed wordt vergroot naar 3000 pixels, maar oogt nog steeds zacht.

Resolutie

Resolutie zegt hoeveel detail een afbeelding kan bevatten bij een bepaalde grootte. Voor drukwerk kijk je vooral naar het aantal pixels in verhouding tot het afdrukformaat. Een afbeelding met te weinig pixels voor zijn afdrukformaat ziet er vaak onscherp of blokkerig uit. Meer pixels zijn nuttig, maar de kwaliteit van het oorspronkelijke beeld blijft belangrijk. Controleer altijd de resolutie op de gewenste afmeting.

Voorbeeld: Een foto die scherp is op A6 kan onscherp worden wanneer je er een A2-poster van maakt.

Retail signage

Retail signage is reclame- en informatiebebording in een winkelomgeving. Het helpt klanten producten, acties en afdelingen te vinden.

Voorbeeld: Een kledingwinkel gebruikt hangborden en prijsdisplays voor de uitverkoop.

Retoucheren

Retoucheren betekent een foto digitaal bijwerken, bijvoorbeeld stofjes verwijderen, kleuren aanpassen of storende details wegwerken. Het originele beeld blijft daarbij het uitgangspunt.

Voorbeeld: Een fotograaf verwijdert een vlekje van een productfoto voor een catalogus.

Retroreflectie

Retroreflectie is het terugkaatsen van licht in ongeveer de richting waar het vandaan kwam. Daardoor zijn bepaalde folies goed zichtbaar in koplamplicht.

Voorbeeld: Een verkeersbord licht op wanneer er 's avonds een auto op schijnt.

RGB

RGB is een kleurmodel met rood, groen en blauw licht. Beeldschermen gebruiken het veel; bij drukwerk worden kleuren vaak anders opgebouwd, waardoor kleuren kunnen veranderen. RGB gebruikt rood, groen en blauw licht om kleuren te tonen op een scherm. Drukinkt werkt anders, waardoor sommige felle schermkleuren op papier minder fel kunnen lijken.

Voorbeeld: Een felblauwe kleur op je monitor kan minder fel uit de printer komen.

Riem papier

Een riem papier is een verpakte hoeveelheid losse vellen papier. In veel toepassingen gaat het om 500 vel, maar controleer de inhoud per verpakking.

Voorbeeld: Een kantoor bestelt een riem A4-kopieerpapier.

Ries papier

Dit begrip hoort bij Riem papier. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rijk zwart

Rijk zwart is een diepere zwarttint die wordt gemaakt met zwart plus een hoeveelheid andere CMYK-kleuren. De juiste samenstelling hangt van de druktechniek af. Voor grote zwarte vlakken worden soms kleine hoeveelheden andere CMYK-inkten aan zwart toegevoegd. Daardoor kan het vlak voller ogen. Voor kleine zwarte tekst is alleen zwarte inkt vaak beter, om onscherpte door verschuiving van kleuren te voorkomen.

Voorbeeld: Een grote zwarte achtergrond krijgt een andere kleuropbouw dan kleine zwarte tekst.

Rillen

Rillen is het maken van een vouwgroef in papier of karton, zodat je het netter kunt vouwen zonder de buitenlaag snel te laten breken. Bij rillen wordt een vouwlijn in papier of karton gemaakt. Dat helpt om dikker materiaal netter te vouwen en kan scheuren in de bedrukking verminderen. Bij rillen wordt vooraf een smalle vouwlijn in papier of karton gedrukt. Daardoor kun je een dik vel netter vouwen en neemt de kans op scheurtjes in de bedrukking af.

Voorbeeld: Een stevige uitnodiging krijgt een ril voordat hij wordt dubbelgevouwen.

Rillijn

Een rillijn geeft aan waar papier of karton moet worden gerild en gevouwen. In een drukbestand moet die lijn op de juiste technische laag staan. Een rillijn geeft aan waar stevig papier of karton moet worden gevouwen. Door eerst een groef of vouwvoorbereiding te maken, breekt het materiaal minder snel op de vouw. De lijn moet op de juiste plek staan en hoort normaal niet zichtbaar mee te printen.

Voorbeeld: Op een dubbelgevouwen kaart geeft de rillijn precies het midden aan.

Rillijn verpakking

Dit begrip hoort bij Rillijn. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rilmes

Een rilmes is een onderdeel van een stansvorm dat een vouwgroef maakt in karton. Het snijdt niet volledig door het materiaal.

Voorbeeld: Bij het stansen van een verpakking worden de vouwlijnen met rilgereedschap gemaakt.

Ringband

Een ringband is een map of bindwijze waarbij losse bladen met ringen bij elkaar worden gehouden. De pagina's kunnen vaak eenvoudig worden vervangen.

Voorbeeld: Een cursusmap krijgt geperforeerde pagina's in een ringband.

Ringen

Ringen betekent in drukwerk vaak het bevestigen of verwerken met metalen of kunststof ringen. De precieze toepassing bepaalt welk gereedschap wordt gebruikt.

Voorbeeld: Een kalender wordt met ringen of een spiraal bij elkaar gehouden.

RIP

RIP is de afkorting van Raster Image Processor. De software of processor vertaalt het ontwerp naar printinformatie die het uitvoerapparaat begrijpt.

Voorbeeld: Een printbedrijf verwerkt het PDF-bestand via de RIP voordat het spandoek wordt geprint.

RIP-software

Dit begrip hoort bij RIP. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Risografie

Risografie is een stencilachtige druktechniek met karakteristieke kleuren en soms zichtbare kleine afwijkingen tussen drukgangen. Dat effect wordt vaak juist gewaardeerd. Deze drukmethode maakt afdrukken met een stencilachtig proces en meestal één kleurlaag per gang. Daardoor kunnen kleine verschuivingen en een karakteristieke uitstraling ontstaan. Het is populair voor bijvoorbeeld creatieve zines en affiches.

Voorbeeld: Een kunstzine krijgt een levendige, licht onregelmatige tweekleurendruk.

Ritrama

Ritrama is een merknaam die bij zelfklevende folies wordt gebruikt. Welke folie geschikt is hangt af van de specifieke uitvoering en ondergrond.

Voorbeeld: Voor een stickeropdracht kiest de producent een passend folietype uit het assortiment.

RoHS

RoHS is Europese regelgeving die het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur beperkt. De relevantie voor een drukwerkproduct moet per toepassing worden beoordeeld.

Voorbeeld: Bij een verlicht reclamesysteem wordt gekeken welke eisen voor de elektronische onderdelen gelden.

Rolvouw

Bij een rolvouw worden de panelen van een folder als het ware om elkaar heen naar binnen gevouwen. De binnenste panelen zijn vaak iets smaller om goed te sluiten.

Voorbeeld: Een folder met zes pagina's wordt in drie delen naar binnen gevouwen.

Ronde hoeken

Dit begrip hoort bij Hoekafronding. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rondom bedrukken

Rondom bedrukken betekent dat een ontwerp doorloopt over meerdere zijden of rondom een voorwerp. Bij de opmaak moet rekening worden gehouden met naden en overgangen.

Voorbeeld: Een bedrukte wikkel loopt rondom een kartonnen doosje.

Rotatiedruk

Rotatiedruk is een drukproces waarbij papier of ander materiaal door draaiende cilinders wordt bedrukt. Het is geschikt voor verschillende industriële producties.

Voorbeeld: Een grote hoeveelheid kranten wordt op een rotatiepers gedrukt.

Rotatieoffset

Dit begrip hoort bij Rotatiedruk. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Rubberdoek

Een rubberdoek is de bekleding van een cilinder in offsetdruk die de inkt van de drukplaat overneemt en vervolgens op papier zet. Daarom heet deze techniek indirect drukken.

Voorbeeld: De afbeelding gaat eerst van de plaat naar het rubberdoek en dan naar het papier.

Rugbreedte

De rugbreedte is de breedte van de zichtbare rug van een boek of brochure. Die wordt bepaald door onder meer het aantal pagina's en de dikte van het papier.

Voorbeeld: Voor de omslag van een dik boek moet je de juiste rugbreedte berekenen.

Rugdikte

Dit begrip hoort bij Rugbreedte. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Ruglijm

Ruglijm is de lijm waarmee losse of gevouwen pagina's aan de rug van een boek worden vastgezet. De juiste soort hangt af van papier en bindwijze.

Voorbeeld: Een paperback krijgt een gelijmde rug zodat de pagina's bij elkaar blijven.

Rugnieten

Rugnieten betekent dat een brochure met metalen nietjes door de vouw in de rug wordt vastgezet. Het is een veelgebruikte bindwijze voor dunne brochures.

Voorbeeld: Een brochure van 20 pagina's wordt met twee nietjes in de rug gebonden.

Rugopdruk

Rugopdruk is tekst of een afbeelding die op de rug van een boek of map wordt gedrukt. Bij een dunne rug is daar vaak weinig ruimte voor.

Voorbeeld: Op de rug van een jaarverslag staat de titel en het jaartal.

Ruisreductie

Ruisreductie vermindert storende korreltjes of kleurruis in een digitale foto. Te sterke ruisreductie kan ook fijne details laten verdwijnen.

Voorbeeld: Een foto die bij weinig licht is gemaakt wordt voorzichtig opgeschoond.

Ruwheid

Ruwheid beschrijft hoe glad of stroef een oppervlak aanvoelt. Bij papier heeft dat invloed op de uitstraling en soms op de manier waarop inkt wordt opgenomen.

Voorbeeld: Een ruwe kaart heeft een andere uitstraling dan glad gestreken papier.

S

Samba doek

Samba-doek is een benaming voor een bepaald type printtextiel dat vaak voor presentaties en frames wordt gebruikt. Samenstelling en lichtdoorlatendheid verschillen per leverancier.

Voorbeeld: Voor een textielframe wordt nagegaan of het gekozen doek geschikt is voor verlichting van achteren.

Samenstellen

Samenstellen betekent dat losse onderdelen van een drukwerkproduct in de juiste volgorde bij elkaar worden gebracht. Dat kan handmatig of machinaal gebeuren.

Voorbeeld: De gevouwen katernen van een boek worden eerst verzameld voordat ze worden gebonden.

Sans-serif

Dit begrip hoort bij Schreefloos. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Schaal 1:1

Schaal 1:1 betekent dat je een ontwerp op ware grootte maakt. Eén centimeter in het bestand is dan ook één centimeter in het eindproduct. Een ontwerp op schaal 1:1 heeft op papier dezelfde afmetingen als het uiteindelijke product. Werk je op schaal 1:10, dan is het bestand tien keer kleiner. Dat is vooral belangrijk bij grote spandoeken en panelen: controleer de schaal vóór productie.

Voorbeeld: Een sticker van 100 × 100 mm wordt in het ontwerp ook 100 × 100 mm groot gemaakt.

Schaalverhouding

Dit begrip hoort bij Schaal 1:1. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Scheidingslijn

Een scheidingslijn is een lijn die onderdelen in een ontwerp visueel van elkaar scheidt. Bij technische bestanden moet duidelijk zijn of de lijn zichtbaar geprint of alleen als hulpmiddel gebruikt wordt.

Voorbeeld: Een menukaart heeft dunne lijnen tussen voorgerechten en hoofdgerechten.

Scherptediepte

Scherptediepte is het deel van een foto dat scherp lijkt, van voor naar achter. Met weinig scherptediepte is bijvoorbeeld de achtergrond onscherp.

Voorbeeld: Bij een productfoto is het product scherp en de achtergrond zacht vervaagd.

Scheurstrook

Een scheurstrook is een speciaal deel van een verpakking dat je eenvoudig kunt lostrekken om die te openen. Vaak is daarvoor een perforatie aangebracht.

Voorbeeld: Een verzenddoos heeft een strook die je zonder mes kunt openscheuren.

Schoondruk

Schoondruk is een oudere term voor de eerste bedrukte zijde van een vel, tegenover de weerdruk op de andere zijde. De term komt vooral in offsetomgevingen voor.

Voorbeeld: Eerst wordt de voorzijde gedrukt, daarna volgt de weerdruk.

Schoonsnede

Dit begrip hoort bij Schoonsnijden. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Schoonsnijden

Schoonsnijden is het op het juiste eindformaat snijden van drukwerk. Daarbij worden onder andere de extra afloopstroken weggehaald.

Voorbeeld: Een A5-flyer wordt van bruto formaat naar 148 × 210 mm gesneden.

Schreefletter

Een schreefletter heeft kleine dwarsstreepjes of voetjes aan de uiteinden van de letters. Dit wordt ook een serifletter genoemd.

Voorbeeld: Times New Roman is een bekend lettertype met schreven.

Schreefloos

Schreefloos betekent dat een lettertype geen schreven heeft, dus geen kleine voetjes aan de letteruiteinden. In het Engels heet dat sans-serif.

Voorbeeld: Voor een moderne flyer gebruik je een strak schreefloos lettertype.

Schutblad

Een schutblad is een blad voorin of achterin een boek dat het boekblok met de omslag kan verbinden of beschermen. Het kan ook een decoratieve functie hebben.

Voorbeeld: Een hardcover heeft gekleurde schutbladen tussen de kaft en de eerste pagina.

Scope 1

Scope 1 zijn directe broeikasgasuitstootbronnen van een organisatie, bijvoorbeeld door eigen brandstofverbruik. Het is een onderdeel van uitstootrapportage en geen zelfstandige productclaim.

Voorbeeld: Een drukkerij telt het gasverbruik van haar eigen ketel mee bij scope 1.

Scope 2

Scope 2 is de indirecte uitstoot die samenhangt met ingekochte energie, zoals elektriciteit of warmte. Hoe die uitstoot wordt berekend hangt van de rapportagemethode af.

Voorbeeld: Een bedrijf rapporteert de uitstoot die hoort bij gebruikte elektriciteit.

Scope 3

Scope 3 omvat andere indirecte uitstoot in de waardeketen, zoals ingekochte materialen, transport en verwerking van producten. Het berekenen hiervan vraagt gegevens van meerdere partijen.

Voorbeeld: Bij papierproductie en transport ontstaan emissies buiten de eigen drukkerij.

Scribus

Scribus is opmaaksoftware waarmee je bijvoorbeeld flyers, boeken en brochures kunt ontwerpen. Het is een alternatief voor commerciële opmaakprogramma's.

Voorbeeld: Je maakt een folder in Scribus en exporteert die als PDF.

Sealen

Sealen betekent een verpakking of materiaal met warmte, druk of een andere techniek afsluiten. De juiste methode hangt af van het materiaal.

Voorbeeld: Een zakje wordt bovenaan dichtgeseald om de inhoud te beschermen.

SEG-frame

Een SEG-frame is een textielframe waarin een bedrukt doek met een siliconenrand wordt vastgeklemd. SEG staat voor silicone edge graphics.

Voorbeeld: Een winkel wisselt de bedrukte stof in het frame voor een nieuwe actie.

Selectieve lak

Selectieve lak is een laklaag die niet over het hele drukwerk, maar alleen op bepaalde onderdelen wordt aangebracht. Zo kunnen bijvoorbeeld een logo of titel extra opvallen.

Voorbeeld: Een mat visitekaartje krijgt een glanzende lak op alleen het logo.

Separaties

Separaties zijn de afzonderlijke kleurkanalen waaruit een drukbeeld wordt opgebouwd. Bij CMYK-druk zijn dat meestal cyaan, magenta, geel en zwart.

Voorbeeld: De drukker bekijkt afzonderlijk het zwarte en het magenta kleurkanaal.

Separations preview

Dit begrip hoort bij Separaties. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Serialisatie

Serialisatie betekent dat ieder product of exemplaar een eigen, unieke code of nummer krijgt. Zo kunnen producten worden gevolgd of gecontroleerd.

Voorbeeld: Elke toegangspas krijgt een uniek serienummer.

Serif

Dit begrip hoort bij Schreefletter. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Shape builder

Shape builder is een functie in vectorsoftware waarmee overlappende vormen worden samengevoegd of uitgesneden. Je maakt zo gemakkelijk nieuwe vormen.

Voorbeeld: Twee cirkels worden gecombineerd tot een nieuw logo-onderdeel.

Silicone edge graphics

Dit begrip hoort bij SEG-frame. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Siliconenpees

Dit begrip hoort bij Peessysteem. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Singersteek

Een Singersteek is een bindwijze waarbij een boekje met een zichtbare stiknaad langs de rug of vouw wordt genaaid. Het geeft een ambachtelijke uitstraling.

Voorbeeld: Een klein kunstboekje krijgt een gekleurde stikdraad in de rug.

Skinverpakking

Bij een skinverpakking wordt een dunne folie strak om een product gevormd op een ondergrond. Het product blijft daardoor zichtbaar en op zijn plaats.

Voorbeeld: Een set gereedschap wordt onder een strakke transparante folie op karton bevestigd.

Sleeve verpakking

Een sleeve is een bedrukte huls van papier of karton die om een product of doos schuift. Zo kun je de verpakking extra informatie of uitstraling geven.

Voorbeeld: Een neutraal doosje krijgt een kleurrijke kartonnen sleeve.

Slim object

Een slim object is een onderdeel in grafische software dat je kunt schalen of bewerken zonder het originele bronbestand telkens definitief te veranderen. In Photoshop heet dit een smart object.

Voorbeeld: Je vergroot en verkleint een logo meerdere keren zonder de oorspronkelijke afbeelding direct te overschrijven.

Slipcase

Een slipcase is een stevige beschermhoes waarin je één of meer boeken schuift. Meestal blijven de ruggen zichtbaar of is een zijde open.

Voorbeeld: Een luxe kunstboek wordt geleverd in een met linnen beklede slipcase.

Smart object

Dit begrip hoort bij Slim object. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Snijlijn

Een snijlijn geeft aan waar materiaal moet worden afgesneden. Bij gewoon drukwerk ligt die op het eindformaat; bij contourvormen kan hij een speciale vorm volgen. Een snijlijn geeft aan waar de machine het materiaal moet snijden. Die lijn is een technische aanwijzing en moet niet zomaar in de zichtbare bedrukking terechtkomen. Bij producten met een bijzondere vorm kan de lijn ook rond of grillig zijn.

Voorbeeld: Een ronde sticker heeft een ronde snijlijn rondom het ontwerp.

Snijmarge

Snijmarge is de veilige ruimte tussen belangrijke tekst of logo's en de rand waar wordt gesneden. Zo voorkom je dat belangrijke informatie te dicht langs de rand komt. De snijmarge is de veilige afstand tussen belangrijke tekst en de snijrand. Die ruimte zit aan de binnenkant van het eindformaat; afloop ligt juist erbuiten. De snijmarge is de veilige afstand tussen belangrijke tekst of logo’s en de uiteindelijke snijrand. Daarmee voorkom je dat informatie te dicht op de rand komt of deels wordt afgesneden.

Voorbeeld: Je houdt een telefoonnummer enkele millimeters binnen de rand van een visitekaartje.

Snijplotter

Een snijplotter is een machine die met een mes vormen uit bijvoorbeeld zelfklevende folie snijdt. Hij volgt daarvoor digitale lijnen uit het ontwerp.

Voorbeeld: Een bedrijfsnaam wordt uit gekleurde plakfolie gesneden.

Snijsjabloon

Dit begrip hoort bij Stanslijn. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Snijtekens

Snijtekens zijn kleine streepjes buiten het eindformaat die aangeven waar het drukwerk moet worden gesneden. Ze zijn niet hetzelfde als de afloop zelf. Snijtekens laten zien waar de uiteindelijke rand van het drukwerk moet komen. Ze vervangen de afloop niet en zijn niet bij iedere aanlevermethode gewenst.

Voorbeeld: Op een drukvel staan streepjes bij de vier hoeken van de flyer.

Snijtekens in PDF

Dit begrip hoort bij Snijtekens. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Snijtolerantie

Snijtolerantie is de kleine afwijking die bij machinaal snijden kan ontstaan. Daarom moeten achtergrondkleuren doorlopen in de afloop en belangrijke teksten binnen de veilige marge blijven. Een machine kan heel kleine afwijkingen hebben bij het snijden. Daarom lopen achtergronden door in de afloop en blijven teksten binnen een veilige afstand van de rand. Een digitaal ontwerp tot op de honderdste millimeter is geen garantie voor dezelfde fysieke uitkomst.

Voorbeeld: Een kaartje kan een fractie anders worden afgesneden dan het digitale ontwerp.

Snijverlies

Snijverlies is materiaal dat overblijft of wordt weggegooid na het uitsnijden van de gewenste producten. Een slimme indeling kan dat verlies beperken.

Voorbeeld: Bij ronde stickers blijft meer restfolie over dan bij strak aansluitende rechthoeken.

Snijvolgorde

Snijvolgorde is de volgorde waarin een machine verschillende sneden uitvoert. Die kan belangrijk zijn voor nauwkeurigheid en veilige verwerking.

Voorbeeld: Bij het uitsnijden van kleine vormen worden sommige binnencontouren eerst gesneden.

Softcover

Een softcover is een boek met een buigzame omslag van stevig papier of dun karton. Het is meestal lichter dan een hardcover met harde kaft.

Voorbeeld: Een roman in paperback heeft een softcover.

Softproof

Een softproof is een kleurvoorbeeld op een gekalibreerd beeldscherm dat de uiteindelijke druk probeert na te bootsen. Het blijft een schermbenadering en geen fysieke proefdruk. Een softproof laat op een beeldscherm zien hoe drukwerkkleuren ongeveer kunnen uitvallen bij een bepaalde drukinstelling. Het beeld is alleen betrouwbaar als de monitor en kleurinstellingen goed zijn ingesteld. Het vervangt niet altijd een fysieke proefdruk.

Voorbeeld: Een ontwerper controleert op het scherm hoe een foto er in CMYK ongeveer uit kan zien.

Softtouch lak

Softtouch lak is een afwerklaag die het oppervlak een zachte, enigszins fluweelachtige aanraking geeft. De bescherming en uitstraling verschillen per uitvoering.

Voorbeeld: Een luxe verpakking voelt zacht aan wanneer je er met je hand over gaat.

Softtouch laminaat

Softtouch laminaat is een dunne kunststof afwerkfolie met een zacht aanvoelend oppervlak. Het wordt bijvoorbeeld op boekomslagen en kaarten gebruikt.

Voorbeeld: Een mat visitekaartje krijgt een zachte, bijna fluweelachtige afwerking.

Solventprint

Solventprint is een printtechniek waarbij inkt met oplosmiddelen op het materiaal wordt aangebracht. Het wordt onder andere voor bepaalde folies en buitenreclame gebruikt.

Voorbeeld: Een buitensticker wordt met geschikte solventinkt bedrukt.

Spandex

Spandex is een elastische vezel die textiel rekbaar maakt. Het wordt ook elastaan genoemd en kan in rekbare displaystoffen zitten.

Voorbeeld: Een strakke hoes om een statafel rekt dankzij elastische vezels.

Spandoek PVC

Een PVC-spandoek is een sterk, flexibel doek met een PVC-laag of PVC-samenstelling, vaak gebruikt voor buitenreclame. De precieze eigenschappen hangen van de soort af.

Voorbeeld: Een reclameboodschap hangt maandenlang op een bouwhek.

Spatiëring

Spatiëring is de ruimte tussen letters of woorden. Door die ruimte aan te passen kun je de leesbaarheid of uitstraling van tekst veranderen.

Voorbeeld: Bij een grote titel worden de letters iets verder uit elkaar gezet.

Spectrofotometer

Een spectrofotometer is een meetinstrument dat kleur meet aan de hand van licht. Daarmee kan een drukker kleuren objectiever vergelijken dan alleen op het oog. Dit meetapparaat onderzoekt hoeveel licht van verschillende kleuren door een oppervlak wordt teruggekaatst. Daarmee kunnen drukwerk- en kleurverschillen nauwkeuriger worden gecontroleerd dan alleen met het blote oog.

Voorbeeld: Een kleurvlak wordt gemeten om te zien hoe dicht het bij de afgesproken referentiekleur ligt.

Spiegelbeeld bedrukking

Bij spiegelbeeldbedrukking wordt een ontwerp omgekeerd geprint zodat het na omdraaien of door het materiaal heen goed leesbaar is. Dit is niet voor ieder materiaal nodig.

Voorbeeld: Een raamsticker die binnen wordt geplakt en buiten leesbaar moet zijn, kan spiegelbeeldig worden gedrukt.

Spiegelbeeldprint

Een spiegelbeeldprint is een afdruk waarbij links en rechts zijn omgedraaid. Dit wordt gebruikt wanneer het beeld vanaf de andere zijde moet worden bekeken.

Voorbeeld: Een logo wordt gespiegeld gedrukt op transparante folie voor binnenmontage.

Spiraalbinden

Spiraalbinden is een bindwijze waarbij geponste bladen met een spiraal of draad worden samengehouden. De pagina's kunnen vaak ver worden omgeslagen.

Voorbeeld: Een cursusboek krijgt een spiraal zodat het gemakkelijk open blijft liggen.

Spoedproductie

Spoedproductie is een productie met een kortere doorlooptijd dan gebruikelijk, als dat voor de gekozen uitvoering mogelijk is. Het is geen garantie voor een vaste bezorgdag.

Voorbeeld: Een evenement heeft drukwerk nodig en vraagt of een kortere productietijd beschikbaar is.

Spot UV

Dit begrip hoort bij Spot-UV-lak. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Spot-UV-lak

Spot-UV-lak is een glanzende lak die op enkele onderdelen van het ontwerp wordt aangebracht en met UV-licht wordt uitgehard. Dit kan een sterk contrast met mat materiaal geven.

Voorbeeld: Een zwarte verpakking heeft een glanzende titel op een matte achtergrond.

Spotkleur

Dit begrip hoort bij Steunkleur. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Staalbibliotheek

Een staalbibliotheek is een verzameling opgeslagen kleur- of materiaalstalen in ontwerpsoftware. Zo kun je dezelfde keuzes op meerdere plekken gebruiken.

Voorbeeld: Alle titels in een brochure krijgen dezelfde opgeslagen huisstijlkleur.

Staand formaat

Dit begrip hoort bij Formaten en afmetingen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Staartlengte

Staartlengte is een typografische term voor de lengte van het deel van sommige kleine letters dat onder de basislijn uitsteekt. De betekenis vraagt context bij letterontwerp.

Voorbeeld: Bij de letters g en p steekt een deel onder de gewone tekstlijn uit.

Staffelprijs

Een staffelprijs is een prijs die verandert wanneer je een andere hoeveelheid bestelt. Vaak daalt de prijs per stuk bij grotere aantallen.

Voorbeeld: Bij 1.000 flyers betaal je doorgaans minder per flyer dan bij 100 flyers.

Stansen

Stansen is met een speciaal gevormd mes een vorm uit papier of karton drukken. Daarmee maak je bijvoorbeeld verpakkingen of kaarten met bijzondere contouren. Met een stansvorm kan drukwerk in een bijzondere vorm worden uitgesneden. Zo maak je bijvoorbeeld een verpakking met kleppen of een kaart met ronde hoeken.

Voorbeeld: Een doosje wordt uit één groot vel karton gestanst.

Stanslijn

Een stanslijn geeft in het ontwerp aan waar het stansmes het materiaal moet uitsnijden. Het is een technische lijn die meestal niet zichtbaar meegeprint mag worden. De stanslijn is een technische lijn die laat zien waar een vorm wordt uitgesneden. Bij een vouwdoos staan daarnaast vaak aparte rillijnen. Maak die niet zichtbaar in de uiteindelijke bedrukking en volg de werktekening van de leverancier.

Voorbeeld: Een verpakkingstekening toont de buitenvorm die later wordt uitgesneden.

Stansmarge

Stansmarge is extra ruimte of veiligheidsafstand rondom een stansvorm, afhankelijk van de productiewijze. De juiste waarde moet uit het aanleversjabloon komen.

Voorbeeld: Een logo wordt niet te dicht tegen een speciale uitsnijvorm geplaatst.

Stansmes

Een stansmes is een scherp, gevormd gereedschap waarmee papier, karton of ander materiaal wordt uitgesneden. Het kan in een stansvorm zijn opgenomen.

Voorbeeld: Met één stansmes worden honderden identieke verpakkingsvormen gemaakt.

Stansvorm

Een stansvorm is het complete gereedschap of technische patroon waarmee materiaal wordt gesneden en eventueel gerild. Die vorm bepaalt hoe een verpakking uiteindelijk uit het vel komt. Een stansvorm is een gereedschap waarmee papier of karton in een speciale vorm kan worden gesneden of gerild. Bijvoorbeeld voor een doosje met kleppen of een kaart met afgeronde hoeken.

Voorbeeld: Voor een eigen doosmodel wordt een stansvorm gemaakt.

Stapelen

Stapelen betekent drukwerk netjes in een stapel leggen tijdens of na de productie. Bij sommige materialen moet rekening worden gehouden met droging of beschadiging.

Voorbeeld: Verse prints worden pas gestapeld wanneer ze voldoende zijn gedroogd.

Stapelsnijder

Een stapelsnijder is een machine die in één keer een hele stapel papier recht kan afsnijden. Daardoor krijgen veel exemplaren hetzelfde formaat.

Voorbeeld: Een pakket van 500 flyers wordt in één beweging op maat gesneden.

Statisch hechtende folie

Statisch hechtende folie blijft zonder gewone lijmlaag aan bepaalde gladde oppervlakken zitten door elektrostatische of andere hechtende eigenschappen. Geschiktheid verschilt per product.

Voorbeeld: Een tijdelijke actie wordt met herpositioneerbare folie op een winkelraam gezet.

Stazak

Een stazak is een flexibele verpakking met een bodem die uitvouwt, zodat het zakje rechtop kan staan. Hij wordt veel gebruikt voor voedingsmiddelen en kleine producten.

Voorbeeld: Een zak koffie staat rechtop in het winkelschap.

Stazak met zipper

Een stazak met zipper heeft een hersluitbare sluitstrip bovenaan. Zo kun je de verpakking na opening opnieuw dichtdrukken.

Voorbeeld: Een zakje met snacks kan na gebruik weer worden gesloten.

Steeksluiting

Een steeksluiting is een sluiting waarbij een flap of lipje in een gleuf wordt gestoken. Daarmee blijft een doosje gesloten zonder dat er altijd lijm nodig is.

Voorbeeld: Een cadeauverpakking sluit met een kartonnen lipje.

Steenpapier

Steenpapier is een papierachtig materiaal dat grotendeels uit mineraal vulmiddel en een bindmiddel kan bestaan. Het voelt anders aan dan traditioneel vezelpapier; milieuclaims vragen afzonderlijke controle.

Voorbeeld: Een waterbestendig notitieboekje gebruikt een papierachtig mineraal materiaal.

Steunkleur

Een steunkleur is een aparte drukkleur die speciaal wordt gebruikt naast of in plaats van de gewone CMYK-kleuren. Zo kun je specifieke kleurwensen beter beheersen. Een steunkleur wordt als aparte inkt gedrukt in plaats van opgebouwd uit vier CMYK-kleuren. Dit kan handig zijn wanneer een specifieke kleur belangrijk is.

Voorbeeld: Een merk laat een vaste huisstijlkleur drukken met een aparte inkt.

Steunkleurkanaal

Een steunkleurkanaal is een apart kleurkanaal in een ontwerpbestand voor een speciale drukkleur of technische bewerking. Het kan ook worden gebruikt om bijvoorbeeld witdruk aan te geven. Een apart kleurkanaal kan aangeven waar bijvoorbeeld een speciale inkt, witte inkt of lak moet worden aangebracht. De naam en instellingen moeten overeenkomen met de productieafspraken. Anders kan de speciale laag ontbreken of op de verkeerde plek komen.

Voorbeeld: Een bestand voor transparante stickers heeft een extra kanaal voor de witte inkt.

Stickerpapier

Stickerpapier is papier met een kleeflaag aan de achterkant, meestal beschermd door een schutvel. Het is verkrijgbaar in verschillende soorten voor uiteenlopende toepassingen.

Voorbeeld: Een adreslabel wordt op stickerpapier geprint.

Stochastisch raster

Bij een stochastisch raster worden toonwaarden opgebouwd met kleine punten waarvan vooral de onderlinge verdeling varieert. Het kan fijne details anders weergeven dan een traditioneel raster.

Voorbeeld: Een drukker gebruikt een fijn willekeurig verdeeld puntenpatroon om zachte overgangen te drukken.

Stofomslag

Dit begrip hoort bij Omslag. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Stokhoogte

Stokhoogte is de hoogte van de delen van sommige kleine letters die boven de gewone letterhoogte uitsteken. De verhouding verschilt per lettertype.

Voorbeeld: Bij de letters b en h steekt een stok boven veel andere kleine letters uit.

Stormdoek

Stormdoek is een doeksoort die lucht beter doorlaat en daarom vaak wordt gebruikt op winderige locaties. De exacte windbelasting hangt van het product en de montage af.

Voorbeeld: Voor een groot hekwerk op een open terrein wordt een luchtdoorlatend doek overwogen.

Stramien

Een stramien is een denkbeeldig raster van hulplijnen waarmee je tekst en afbeeldingen netjes op een pagina verdeelt. Zo blijft een ontwerp overzichtelijk.

Voorbeeld: Een brochure heeft op iedere pagina dezelfde kolombreedtes en marges.

Stramienpagina

Een stramienpagina is een voorbeeld- of basispagina in opmaaksoftware waarop vaste onderdelen staan. Die worden automatisch op meerdere pagina's toegepast.

Voorbeeld: Alle pagina's in een catalogus krijgen via de stramienpagina hetzelfde paginanummergebied.

Stretch textiel

Stretch textiel is rekbare stof die strak om frames of vormen gespannen kan worden. De rek en bedrukbaarheid verschillen per doeksoort.

Voorbeeld: Een beursbalie wordt bekleed met een rekbare bedrukte hoes.

Structuurlaminaat

Structuurlaminaat is een beschermfolie met een voelbaar patroon of oppervlaktestructuur. Het kan drukwerk bijvoorbeeld een linnen- of leerachtige uitstraling geven.

Voorbeeld: Een menukaart krijgt een laminaat met fijne structuur.

Sublimatiedruk

Sublimatiedruk is een techniek waarbij kleurstof onder warmte in een geschikt materiaal terechtkomt, vaak polyester. De opdruk zit daardoor niet als een dikke laag bovenop de stof. Bij deze techniek wordt een kleurstof door warmte overgebracht in een geschikte polyesterachtige ondergrond of coating. De print komt daardoor niet op dezelfde manier als een dikke laag bovenop het materiaal te liggen. Geschiktheid hangt van de ondergrond af.

Voorbeeld: Een kleurrijke beursdoek wordt bedrukt met sublimatietechniek.

Sulfaatkarton

Sulfaatkarton is een kartonsoort die is gemaakt van chemisch ontsloten houtvezels en vaak een stevige, goed bedrukbare kwaliteit heeft. De exacte opbouw verschilt per variant.

Voorbeeld: Een luxe productverpakking wordt gemaakt van stevig wit karton.

SVG

SVG is een vectorbestandsformaat voor afbeeldingen zoals logo's en iconen. Omdat de vormen wiskundig worden beschreven, kun je ze meestal scherp vergroten. SVG is een vectorformaat. Lijnen en vormen kunnen doorgaans zonder kwaliteitsverlies worden vergroot. Niet elke SVG is vanzelf geschikt voor iedere drukworkflow.

Voorbeeld: Een eenvoudig logo blijft strak wanneer je het van visitekaartformaat naar posterformaat vergroot.

SVHC

SVHC staat voor 'Substance of Very High Concern': een stof die volgens Europese regels bijzondere aandacht vraagt vanwege mogelijk ernstige eigenschappen. De wettelijke gevolgen hangen van stof en product af.

Voorbeeld: Bij een materiaalverklaring wordt nagegaan of relevante stoffen uit de kandidatenlijst aanwezig zijn.

Swatch

Dit begrip hoort bij Kleurmonster. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Synthetisch papier

Synthetisch papier is een kunststofachtig materiaal dat op papier lijkt maar andere eigenschappen heeft, zoals betere vochtbestendigheid bij sommige soorten. De precieze toepassing bepaalt de keuze.

Voorbeeld: Een instructiekaart voor een vochtige ruimte wordt op synthetisch papier gedrukt.

T

TAC

Dit begrip hoort bij Totale inktdekking. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Tafelvlag

Een tafelvlag is een kleine vlag die op een tafelstandaard wordt geplaatst. Hij wordt vaak gebruikt bij bijeenkomsten, ontvangsten of als decoratie.

Voorbeeld: Op een vergadertafel staat een kleine vlag met het bedrijfslogo.

Tampondruk

Tampondruk is een druktechniek waarbij een flexibel kussentje inkt oppakt en op een voorwerp overbrengt. Daardoor kunnen ook ronde of onregelmatige producten bedrukt worden.

Voorbeeld: Een bedrijfslogo wordt op een pen of een klein kunststof onderdeel gezet.

Tear notch

Een tear notch is een klein inkepinkje aan de rand van een verpakking waarmee je makkelijker een zakje open kunt scheuren.

Voorbeeld: Bovenaan een zakje snacks zit een kleine insnijding om het open te trekken.

Tear strip

Dit begrip hoort bij Scheurstrook. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Tekenstijl

Een tekenstijl is een opgeslagen vormgeving voor tekst of tekens, bijvoorbeeld een combinatie van vet, kleur en lettertype. Zo blijft de opmaak op veel plaatsen gelijk.

Voorbeeld: Alle belangrijke woorden in een handleiding krijgen dezelfde tekenstijl.

Tekstkader

Een tekstkader is het vak in opmaaksoftware waarin tekst staat. Je kunt het kader verplaatsen of vergroten zonder de hele pagina opnieuw op te maken.

Voorbeeld: Je schuift de tekst van een flyer iets op door het tekstkader te verplaatsen.

Tekstomloop

Tekstomloop betekent dat de tekst om een afbeelding of vorm heen loopt in plaats van eroverheen. Daarmee maak je een pagina overzichtelijker.

Voorbeeld: In een tijdschrift loopt de tekst netjes rondom een productfoto.

Templatebestand

Een templatebestand is een vooraf gemaakt voorbeeldbestand met de juiste maten, hulplijnen of opmaak. Daarmee kun je een nieuw ontwerp sneller en correcter maken.

Voorbeeld: Je downloadt een sjabloon voor een verpakking met de stans- en vouwlijnen erin.

Testliner

Testliner is kartonpapier dat vaak wordt gebruikt als buitenlaag van golfkarton en gerecyclede vezels kan bevatten. De kwaliteit en sterkte verschillen per uitvoering.

Voorbeeld: Een verzenddoos heeft een bruine buitenlaag van testliner.

Textieldoek

Textieldoek is een bedrukbare stof die gebruikt wordt voor onder meer banners, frames en beurswanden. Er bestaan verschillende weefsels met eigen eigenschappen.

Voorbeeld: Een beurswand krijgt een licht, opvouwbaar doek.

Textielframe

Een textielframe is een frame waarin een bedrukte stof strak wordt gespannen, vaak met een siliconenpees. Het doek kan meestal worden vervangen.

Voorbeeld: Een kantoor wisselt de foto in een groot wandframe zonder een nieuw frame te kopen.

Textuurpapier

Textuurpapier is papier met een voelbare structuur, bijvoorbeeld ribbels of een linnenachtig patroon. De structuur beïnvloedt de uitstraling en soms de scherpte van de afdruk.

Voorbeeld: Een uitnodiging krijgt een luxe uitstraling door geribbeld papier.

Thermisch drukken

Thermisch drukken is een verzamelnaam voor technieken waarbij warmte gebruikt wordt om een beeld over te brengen of zichtbaar te maken. De precieze techniek verschilt per apparaat.

Voorbeeld: Een kassabon ontstaat door warmte op speciaal thermisch papier.

Thermisch papier

Thermisch papier heeft een speciale laag die bij plaatselijke verhitting donker kleurt. Daarom is er bij veel bonprinters geen gewone inkt nodig. Dit papier verkleurt door warmte van een geschikte printerkop. Je kent het bijvoorbeeld van kassabonnen. De opdruk kan na verloop van tijd vervagen door licht, warmte of contact met bepaalde stoffen. Het is dus niet voor iedere langdurige archieftoepassing geschikt.

Voorbeeld: Een kassabon komt uit een printer zonder inktcartridge.

Thermische transfer

Bij thermische transfer wordt met warmte kleur van een lint of folie op een materiaal overgebracht. Het wordt vaak gebruikt voor labels en barcodes.

Voorbeeld: Een magazijnprinter maakt houdbare barcodelabels met een inktlint.

Thermografie

Thermografie is een drukafwerking waarbij speciaal poeder op natte inkt wordt aangebracht en daarna wordt verhit tot een voelbaar verhoogde laag. Het is niet hetzelfde als blindpregen.

Voorbeeld: Een uitnodiging krijgt iets verhoogde, glanzende letters.

Thuiscomposteerbaar

Thuiscomposteerbaar betekent dat een materiaal onder bepaalde omstandigheden in een thuiscompostsysteem kan afbreken. Zo'n claim vereist passende onderbouwing en geldt niet automatisch voor iedere verwerking.

Voorbeeld: Bij een composteerbare verpakking controleer je onder welke omstandigheden deze echt mag worden gecomposteerd.

TIFF

TIFF is een afbeeldingsformaat dat hoge beeldkwaliteit kan bewaren en vaak wordt gebruikt voor professionele foto's of scans. Bestanden kunnen daardoor relatief groot zijn. TIFF wordt vaak gebruikt voor hoogwaardige afbeeldingen. Het bestand kan groot zijn en kan verschillende kleurmodi bevatten. Controleer ook hierbij resolutie en kleurinstellingen.

Voorbeeld: Een fotograaf levert een afbeelding voor drukwerk aan als TIFF.

Tint

Tint is de lichtere variant van een kleur, bijvoorbeeld door minder inkt te gebruiken of een kleur met wit te mengen. In drukwerk wordt dit vaak als een percentage weergegeven.

Voorbeeld: Een lichtroze achtergrond is een tint van een sterke magentakleur.

Tolerantie

Een tolerantie is een kleine toegestane afwijking van een afgesproken maat of eigenschap tijdens productie. Volledig exact werken is in de praktijk niet altijd mogelijk. Bij productie is een heel kleine afwijking van maat of positie soms onvermijdelijk. Zo kan een snijrand fracties verschuiven. Daarom gebruiken ontwerpers afloop en veilige marges. Welke afwijking acceptabel is, hangt af van de afgesproken specificaties.

Voorbeeld: Een gesneden kaartje kan een heel klein beetje afwijken van het opgegeven formaat.

Totale inktdekking

Totale inktdekking is de som van de percentages cyaan, magenta, geel en zwart op één plek. Een te hoge waarde kan problemen geven met drogen en vlekken. In CMYK kan een donker vlak uit meerdere inkten tegelijk bestaan. Tel je de percentages op, dan krijg je de totale inktdekking. Te veel inkt kan op bepaalde papiersoorten slecht drogen of andere problemen geven. De toegestane waarde verschilt per productieproces.

Voorbeeld: Een donker vlak met veel CMYK-inkt wordt aangepast aan de maximale inktdekking van het papier.

Tracking

Dit begrip hoort bij Spatiëring. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Transferdruk

Transferdruk betekent dat een afbeelding eerst op een tussendrager wordt gemaakt en daarna op het product wordt overgebracht. Dat kan met verschillende technieken gebeuren.

Voorbeeld: Een logo wordt eerst op transfermateriaal gedrukt en daarna op een shirt geperst.

Translucente folie

Translucente folie laat licht door maar is niet volledig helder. Het wordt vaak gebruikt bij verlichte reclame, waar het licht mooi verspreid moet worden.

Voorbeeld: Een lichtbak krijgt een gekleurde, lichtdoorlatende folie op de voorplaat.

Translucentie

Translucentie betekent dat een materiaal licht doorlaat zonder dat je er altijd scherp doorheen kunt kijken. Het is het verschil tussen doorzichtig en melkachtig lichtdoorlatend.

Voorbeeld: Door een opaal paneel zie je geen scherpe vormen, maar wel het licht van de lampen.

Transparant papier

Transparant papier is een papiersoort waar je gedeeltelijk doorheen kunt kijken. Het wordt gebruikt voor bijzondere kaarten, tussenbladen of schetsen.

Voorbeeld: Een uitnodiging heeft een halfdoorzichtig voorblad over de afbeelding.

Transparante achtergrond

Een transparante achtergrond is een leeg gedeelte in een digitaal bestand waar geen zichtbare achtergrondkleur staat. In geschikte bestandsformaten kan de ondergrond erdoorheen blijven zien.

Voorbeeld: Een PNG-logo zonder wit vlak kan op een gekleurde achtergrond worden gezet.

Transparante folie

Transparante folie is doorzichtige zelfklevende folie waarop een ontwerp kan worden aangebracht. Soms is een extra witte inktlaag nodig om kleuren op glas goed zichtbaar te maken.

Voorbeeld: Een winkelruit krijgt een logo op heldere folie terwijl het glas zichtbaar blijft.

Transparante inkt

Transparante inkt laat licht gedeeltelijk door en de onderliggende kleur kan invloed hebben op het eindresultaat. De dekking is anders dan bij volledig dekkende inkt.

Voorbeeld: Een gele transparante inkt over blauw kan optisch groen lijken.

Transparantie afvlakken

Transparantie afvlakken betekent dat doorzichtige effecten worden omgezet naar eenvoudiger beelden of vormen, vaak voor oudere printworkflows. Dat kan bij verkeerde instellingen zichtbare lijnen geven.

Voorbeeld: Een zachte schaduw wordt gecontroleerd nadat die voor een oude PDF-standaard is afgevlakt.

Transparantie-effect

Dit begrip hoort bij PDF-transparantie. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Transportgaten

Transportgaten zijn gaten langs de rand van papier die een printer of machine helpen het materiaal nauwkeurig door te voeren. Ze komen bijvoorbeeld voor bij kettingformulieren.

Voorbeeld: Een oud matrixformulier heeft aan beide kanten een strook met gaatjes.

Trapping (kleur)

Trapping is een kleine overlap tussen aangrenzende drukkleuren waarmee je witte kieren door een minimaal registerverschil voorkomt. Dit gebeurt vaak automatisch in de drukvoorbereiding. Trapping voorkomt kleine witte kiertjes wanneer twee druk kleuren net niet perfect op elkaar aansluiten. Daarvoor laat men kleurvlakken heel iets overlappen. Hoeveel overlap nodig is, hangt af van druktechniek en ontwerp.

Voorbeeld: Twee gekleurde vlakken krijgen een zeer kleine overlap zodat geen wit randje zichtbaar wordt.

Trespa

Trespa is een merknaam voor onder meer compacte plaatmaterialen met een harde toplaag. De geschiktheid voor buitengebruik en bedrukking hangt van het specifieke product af.

Voorbeeld: Voor een duurzaam informatiebord wordt een geschikte compacte plaat onderzocht.

TrimBox

De TrimBox is een onzichtbaar kader in een PDF dat het uiteindelijke snijformaat aangeeft. Het is dus niet hetzelfde als het grotere formaat inclusief afloop. De TrimBox is een kader in een PDF dat het beoogde eindformaat aangeeft. De BleedBox kan groter zijn omdat daarin ook de afloop zit.

Voorbeeld: Een A5-flyer heeft een TrimBox van 148 × 210 mm.

Triplexkarton

Triplexkarton is karton dat uit meerdere op elkaar aangebrachte lagen bestaat. De lagen kunnen verschillende eigenschappen hebben om sterkte en uitstraling te combineren.

Voorbeeld: Een stevige verpakking bestaat uit een samenstelling van verschillende kartonlagen.

Tritone

Tritone is een beeldbewerking waarbij een grijsbeeld met drie gekozen inkttinten wordt weergegeven. Daarmee kun je een bijzondere kleursfeer aan een foto geven.

Voorbeeld: Een zwart-witportret krijgt een subtiele warme uitstraling met drie inkten.

TrueType

TrueType is een lettertypeformaat dat door veel computers en programma's wordt ondersteund. Een correcte PDF-export voorkomt dat de ontvanger het lettertype zelf nodig heeft.

Voorbeeld: Je gebruikt een TrueType-lettertype in een ontwerp en sluit het bij de PDF-export goed in.

Tunnelzoom

Een tunnelzoom is een omgevouwen en vastgezette rand van doek waar je een buis, stok of staaf doorheen kunt steken. Dit wordt ook wel een tunnel genoemd.

Voorbeeld: Een spandoek krijgt bovenaan een tunnel voor een ophangbuis.

Tunnelzoom vlag

Dit begrip hoort bij Tunnelzoom. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Tussenkop

Een tussenkop is een korte titel binnen een langere tekst die een nieuw onderwerp aankondigt. Het helpt lezers snel te zien waar een alinea over gaat.

Voorbeeld: Een brochuretekst wordt verdeeld met kopjes zoals 'Materiaal' en 'Aanleveren'.

Tweekleurendruk

Tweekleurendruk gebruikt twee afzonderlijke drukkleuren in plaats van de gebruikelijke vier CMYK-kleuren. Daarmee kun je een beperkt maar bewust gekozen kleurenbeeld maken.

Voorbeeld: Een folder wordt gedrukt in zwart en één opvallende steunkleur.

Typodruk

Dit begrip hoort bij Hoogdruk. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Typografie

Typografie gaat over het kiezen en vormgeven van letters en tekst zodat informatie prettig leesbaar en passend bij de uitstraling is. Het omvat onder meer lettertype, grootte, regelafstand en uitlijning. Typografie gaat over hoe tekst eruitziet en wordt ingedeeld. Denk aan lettertype, grootte, regelafstand en ruimte tussen letters. Goede typografie maakt informatie gemakkelijker leesbaar.

Voorbeeld: Een menukaart krijgt duidelijke koppen en voldoende ruimte tussen de regels.

Typografische punt

Een typografische punt, afgekort pt, is een maat die vooral wordt gebruikt voor lettergroottes en regelafstanden. In digitale opmaak komt één punt doorgaans overeen met 1/72 inch.

Voorbeeld: Een gewone tekst wordt gezet op 11 pt en een titel op 28 pt.

Tyvek

Tyvek is een merknaam voor een sterk, licht en papierachtig materiaal van polyethyleenvezels. Het wordt gebruikt voor onder meer etiketten, hoezen en andere toepassingen waar scheurvastheid belangrijk is.

Voorbeeld: Een label moet stevig blijven wanneer het nat wordt of veel wordt aangeraakt.

U

UCR

UCR is een manier om donkere kleuren in een drukbestand op te bouwen. Waar cyaan, magenta en geel samen een donker vlak maken, wordt een deel van die inkt vervangen door zwarte inkt. Dat kan helpen om de hoeveelheid inkt beter te beheersen. De afkorting staat voor Under Color Removal.

Voorbeeld: Een donkergrijze achtergrond kan in de drukvoorbereiding zo worden ingesteld dat er minder gekleurde inkt onder het zwart nodig is.

Uitklappagina

Een uitklappagina is een extra breed of lang blad dat je uit een boek of brochure kunt openvouwen. Zo past er meer informatie op één plek, zonder dat de hele publicatie groter hoeft te worden. De vouw en de manier waarop het blad wordt ingebonden vragen extra aandacht.

Voorbeeld: In een toeristische brochure vouw je een grote plattegrond uit, terwijl de overige pagina's gewoon op A5-formaat blijven.

Uitknippad

Een uitknippad is een lijn rondom een voorwerp in een afbeelding. Met die lijn kan een vormgever het voorwerp los tonen van de oorspronkelijke achtergrond. Het pad is vooral handig als de rand strak en duidelijk is, bijvoorbeeld bij een fles of doos.

Voorbeeld: Je haalt de witte achtergrond weg rond een productfoto, zodat de fles netjes op een gekleurde flyer staat.

Uitlijnen en verdelen

Met uitlijnen zet je tekst, foto's of vormen precies op dezelfde lijn. Met verdelen zorg je ervoor dat de ruimte tussen verschillende onderdelen overal gelijk is. Ontwerpprogramma's hebben hiervoor knoppen, zodat je niet alles met de hand hoeft te verschuiven.

Voorbeeld: Drie productfoto's komen op dezelfde hoogte te staan, met telkens evenveel witruimte ertussen.

Uitlijning

Dit begrip hoort bij Uitlijnen en verdelen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Uitsnede

De uitsnede is het deel van een foto dat je uiteindelijk laat zien. Je kunt aan de randen iets weghalen om de aandacht op het belangrijkste onderwerp te richten. Let op dat je daarbij geen gezicht, logo of ander belangrijk detail afsnijdt.

Voorbeeld: Van een brede groepsfoto gebruik je alleen het midden, omdat op de flyer weinig ruimte is.

Uitvullen

Bij uitvullen wordt de ruimte tussen woorden aangepast zodat tekstregels links én rechts tegen een rechte rand eindigen. Dat zie je vaak in boeken en kranten. Als het niet goed wordt ingesteld, kunnen er opvallend grote gaten tussen woorden ontstaan. Bij uitgevulde tekst worden de ruimtes tussen woorden aangepast, zodat iedere regel ongeveer even breed wordt. Dat oogt strak in kolommen, maar kan ook grote witte gaten geven. Controleer daarom altijd de woordafbreking en regelafstand.

Voorbeeld: Een langere tekst in een brochure krijgt aan beide kanten een strakke kolomrand.

Uitwaaiende zijde

Bij sommige vlaggen is één zijde vrij en kan die in de wind bewegen. Dat noemen we de uitwaaiende zijde. De andere zijde zit juist vast aan de mast, stok of band. Die richting is belangrijk bij het plaatsen van tekst of logo's.

Voorbeeld: Bij een gevelvlag laat je belangrijke tekst niet helemaal tegen de vrije buitenrand eindigen.

Ultrasoon lassen

Ultrasoon lassen is een manier om bepaalde kunststof materialen met snelle trillingen aan elkaar vast te maken. De trillingen zorgen plaatselijk voor warmte, waardoor de delen aan elkaar hechten. Er is daarbij niet altijd lijm of garen nodig.

Voorbeeld: Twee lagen geschikt kunststof doek worden aan de rand met elkaar verbonden.

Unsharp mask

Dit begrip hoort bij Verscherping. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Upscaling

Dit begrip hoort bij Afbeeldingsresolutie. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

UV-bestendigheid

UV-bestendigheid geeft aan hoe goed een materiaal of bedrukking tegen ultraviolet licht uit zonlicht kan. Bij langdurige blootstelling kunnen kleuren vervagen en materialen veranderen. Hoe lang iets mooi blijft, hangt van de hele combinatie van inkt, materiaal, afwerking en gebruik af.

Voorbeeld: Voor een reclamebord buiten kies je een materiaal en bedrukking die geschikt zijn voor langdurige blootstelling aan zonlicht.

UV-inkt

UV-inkt is drukinkt die met ultraviolet licht wordt uitgehard. Daardoor kan de inkt snel vast worden op het bedrukte materiaal. UV-inkt wordt op verschillende materialen gebruikt, maar de juiste hechting en geschiktheid verschillen per toepassing. UV-inkt wordt met speciaal licht uitgehard in plaats van uitsluitend door verdamping of indringen in papier te drogen. Dat kan handig zijn bij verschillende materialen. Het zegt op zichzelf niet hoe krasvast of weerbestendig de uiteindelijke print is. UV-inkt is inkt die met behulp van ultraviolet licht wordt uitgehard. Daardoor kan de inkt bij geschikte systemen snel verder worden verwerkt. Niet elke UV-inkt is geschikt voor ieder materiaal of elke toepassing.

Voorbeeld: Een afbeelding wordt rechtstreeks op een kunststof plaat geprint en direct onder UV-lampen uitgehard.

UV-lak

UV-lak is een doorzichtige laklaag die met UV-licht wordt uitgehard. De lak kan een drukwerk extra glans of een bijzonder uiterlijk geven en soms de oppervlakte beter beschermen. Je kunt de lak over het hele vel of alleen op bepaalde onderdelen aanbrengen.

Voorbeeld: Op een visitekaartje krijgt alleen het logo een glanzende UV-lak, terwijl de achtergrond mat blijft.

UV-LED-print

Dit begrip hoort bij UV-print. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

UV-print

Bij UV-printen wordt speciale inkt met ultraviolet licht vrijwel direct uitgehard. Daardoor kan de print op allerlei materialen worden aangebracht, zoals kunststof platen of andere geschikte harde ondergronden. Het is een andere techniek dan gewoon afdrukken op papier. Hoe goed de inkt hecht, hangt onder meer af van het materiaal en de voorbereiding van het oppervlak. UV-print is ook niet automatisch voor iedere buitentoepassing onbeperkt houdbaar. De juiste materiaalkeuze en toepassing blijven dus belangrijk.

Voorbeeld: Een reclamebeeld wordt rechtstreeks op een geschikt paneel geprint en de inkt wordt meteen met UV-licht uitgehard.

V

Variabel font

Een variabel font is een lettertype waarin meerdere variaties zijn opgenomen. In plaats van alleen normaal of vet kun je soms heel geleidelijk de dikte of breedte aanpassen. Niet ieder ontwerp- of drukprogramma verwerkt deze variaties op dezelfde manier.

Voorbeeld: Een ontwerper maakt een kop iets vetter zonder een compleet ander lettertype te kiezen.

Variabele adressering

Dit begrip hoort bij Variabele-data-printing. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Variabele codering

Dit begrip hoort bij Variabele-data-printing. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Variabele-data-printing

Variabele-data-printing is drukken waarbij de inhoud per exemplaar kan veranderen, terwijl de basisopmaak gelijk blijft. Denk aan namen, persoonlijke aanbiedingen, foto's of codes. Vaak wordt hiervoor een digitaal drukproces gebruikt.

Voorbeeld: Iedere klant ontvangt dezelfde folder, maar wel met zijn eigen naam en een persoonlijke aanbieding.

Variabelen in ontwerp

Dit begrip hoort bij Variabele-data-printing. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vectorafbeelding

Een vectorafbeelding bestaat uit lijnen, punten en vormen die wiskundig zijn vastgelegd. Je kunt zo'n afbeelding groot of klein maken zonder dat de randen blokkerig worden. Dat is vooral handig voor logo's, pictogrammen en eenvoudige tekeningen. Een vectorafbeelding bestaat uit lijnen en vormen die wiskundig zijn beschreven. Daardoor blijft een logo vaak scherp, ook als je het groot afdrukt. Een vectorafbeelding bestaat uit wiskundig beschreven lijnen en vormen. Daardoor blijft bijvoorbeeld een logo scherp wanneer je het vergroot van visitekaartformaat naar een reclamebord.

Voorbeeld: Hetzelfde bedrijfslogo blijft scherp op zowel een visitekaartje als een groot gevelbord.

Vectorbestand

Dit begrip hoort bij Vectorafbeelding. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vectoriseren

Vectoriseren betekent dat je een afbeelding omzet naar lijnen en vormen. Dat kan met de hand of automatisch in een ontwerpprogramma. Bij eenvoudige logo's werkt dit vaak goed; bij foto's of ingewikkelde details is het resultaat niet altijd netjes. Bij vectoriseren wordt een pixelafbeelding omgezet naar lijnen en vormen. Het resultaat moet gecontroleerd worden: een onscherp plaatje wordt niet automatisch een perfect logo.

Voorbeeld: Een klein, onscherp JPG-logo wordt zorgvuldig nagetekend zodat het scherp kan worden gedrukt.

Vectorpad

Dit begrip hoort bij Vectorafbeelding. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vegetable-based ink

Vegetable-based ink is Engelse benaming voor inkt waarin een deel van de gebruikte oliën van plantaardige oorsprong is. Dat betekent niet automatisch dat de hele inkt plantaardig, composteerbaar of milieuvriendelijk is. Samenstelling en toepassing kunnen sterk verschillen.

Voorbeeld: Bij een offerte lees je 'vegetable-based ink'; je vraagt welke eigenschappen en grondstoffen de leverancier werkelijk bedoelt.

Veiligheidsmarge

Dit begrip hoort bij Snijmarge. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vellenaanleg

De vellenaanleg is het deel van een druk- of verwerkingsmachine dat losse vellen op de juiste plaats aanvoert. Die vellen moeten steeds netjes recht liggen om goed te kunnen drukken, snijden of vouwen. De machine gebruikt daarvoor bijvoorbeeld aanlegkanten of geleiders.

Voorbeeld: Bij het drukken van flyers wordt elk vel recht ingevoerd zodat de bedrukking op dezelfde plaats terechtkomt.

Vellenoffset

Vellenoffset is een vorm van offsetdruk waarbij de drukpers losse papier- of kartonvellen verwerkt. Dat verschilt van rotatieoffset, waarbij papier vanaf een grote rol wordt aangevoerd. De geschikte techniek hangt onder andere af van het drukwerk en de oplage.

Voorbeeld: Een serie brochures wordt gedrukt op losse grote vellen die later worden gevouwen en gesneden.

Vellum

Vellum kan in de grafische wereld verschillende betekenissen hebben. Vaak gaat het om een glad, stevig of halfdoorzichtig papier, maar in historische context kan het ook perkamentachtig materiaal betekenen. Controleer daarom altijd welk materiaal de leverancier precies aanbiedt.

Voorbeeld: Een ontwerper kiest een doorschijnend vellumvel als bijzondere tussenpagina in een uitnodiging.

Venstervouw

Een venstervouw is een vouw waarbij twee buitenste delen naar het midden worden gevouwen, alsof twee deuren dichtgaan. Zo ontstaat een opvallende manier om informatie stap voor stap te tonen. Soms krijgt het gevouwen geheel nog een extra middenslag.

Voorbeeld: Een uitnodiging opent als twee luikjes, waarna de belangrijkste afbeelding zichtbaar wordt.

Vergrotingsfactor

De vergrotingsfactor vertelt hoeveel groter een afbeelding of ontwerp wordt gemaakt. Een factor 2 betekent dat de breedte én hoogte twee keer zo groot worden. Let op: vergroten maakt een afbeelding met weinig pixels niet vanzelf scherper.

Voorbeeld: Een tekening van 20 × 30 cm wordt met factor 2 een print van 40 × 60 cm.

Verkleiningsfactor

Dit begrip hoort bij Vergrotingsfactor. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Verloopbanden

Verloopbanden zijn zichtbare stroken in een kleurverloop dat eigenlijk mooi geleidelijk zou moeten zijn. Het lijkt dan alsof een zachte overgang uit verschillende kleurvlakken bestaat. Dit kan komen door de afbeelding, instellingen of de manier waarop een printer het verloop verwerkt.

Voorbeeld: Een lichtblauwe achtergrond die langzaam donkerder moet worden, laat onverwacht duidelijke kleurstrepen zien.

Vernis

Vernis is een doorzichtige laag die op drukwerk wordt aangebracht voor het uiterlijk of een bepaalde bescherming. Een vernis kan bijvoorbeeld glans toevoegen of het oppervlak wat minder gevoelig maken. Het is niet hetzelfde als kunststof laminaat.

Voorbeeld: Een brochureomslag krijgt een glanzende vernislaag zodat de kleuren meer opvallen.

Vernissen

Dit begrip hoort bij Vernis. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Verpakken per aantal

Verpakken per aantal betekent dat drukwerk in vaste hoeveelheden bij elkaar wordt gebundeld of verpakt. Dat maakt tellen, uitdelen en opslaan makkelijker. Het aantal per pakket moet vooraf worden afgesproken, want dat is niet bij ieder product standaard gelijk.

Voorbeeld: Je laat 2.000 flyers leveren in pakketjes van telkens 100 stuks.

Verpakking

Een verpakking beschermt, bundelt of presenteert een product. Denk aan een doosje, zakje, wikkel of verzenddoos. Bij het maken van verpakkingen zijn niet alleen de bedrukking, maar ook de maat, sluiting, stevigheid en inhoud belangrijk.

Voorbeeld: Voor een kaartspel kies je een doosje dat precies om de kaarten past en aan de buitenkant bedrukt kan worden.

Verpakkingsontwerp

Een verpakkingsontwerp bepaalt hoe een verpakking eruitziet én hoe die werkt. Daarbij kijk je naar kleuren en tekst, maar ook naar de vorm, vouwlijnen, plakstroken en ruimte voor het product. Een mooi ontwerp moet in de praktijk ook goed te produceren zijn.

Voorbeeld: Een cadeauverpakking krijgt een ontwerp met een duidelijke vouwtekening en voldoende ruimte voor het logo.

Verpakkingstolerantie

Een verpakkingstolerantie is de kleine afwijking die tijdens het maken of vullen van een verpakking mag voorkomen. Machines en materialen werken niet altijd tot op een fractie van een millimeter precies. Daarom houd je rekening met ruimte en passende marges. Dozen en verpakkingen worden machinaal gemaakt en kunnen daardoor een kleine afwijking in maat of vouwpositie hebben. Zorg dat teksten, vensters en belangrijke beelden niet precies tegen technische lijnen staan.

Voorbeeld: Een product van precies 100 mm breed krijgt niet automatisch een doosje met een binnenmaat van exact 100 mm.

Verscherping

Met verscherping maak je de randen en details van een foto duidelijker zichtbaar. Het beeld lijkt daardoor vaak scherper, maar er ontstaan geen nieuwe echte details. Te sterke verscherping kan lichte randjes, korrels en een onnatuurlijk resultaat geven.

Voorbeeld: Een foto voor een menukaart wordt licht verscherpt zodat het gerecht duidelijker oogt.

Versiebeheer

Versiebeheer betekent dat je bijhoudt welke versie van een ontwerp of drukbestand de nieuwste is. Dat voorkomt dat per ongeluk een oude tekst, prijs of foto wordt gedrukt. Duidelijke bestandsnamen en een vaste akkoordprocedure helpen hierbij.

Voorbeeld: Je noemt de definitieve PDF 'menukaart_v3_definitief.pdf' en bewaart eerdere versies apart.

Verso

Verso is een vakterm voor de achterzijde van een blad, vaak de linkerpagina in een geopend boek. De tegenoverliggende rechterpagina heet meestal recto. Deze woorden worden gebruikt bij het opmaken en controleren van boeken.

Voorbeeld: In een opgemaakt boek staat een afbeelding op de linkerpagina, de verso, en de titel op de rechterpagina.

Verzadiging

Verzadiging geeft aan hoe fel of intens een kleur eruitziet. Een sterk verzadigde kleur oogt levendig; een minder verzadigde kleur ziet er grijzer of zachter uit. Het is iets anders dan hoe licht of donker een kleur is.

Voorbeeld: Een felroze vlak wordt minder verzadigd gemaakt om een rustigere achtergrond te krijgen.

Vetbarrière

Een vetbarrière is een laag of eigenschap van verpakkingsmateriaal die helpt voorkomen dat vet door het materiaal trekt. Dat is bijvoorbeeld belangrijk bij voedselverpakkingen. Of een materiaal geschikt is voor direct voedselcontact moet afzonderlijk worden gecontroleerd.

Voorbeeld: Een papieren wikkel rond een vettig broodje voorkomt dat er direct vetvlekken aan de buitenkant ontstaan.

Vetvrij papier

Vetvrij papier is papier dat zo is gemaakt of behandeld dat vet er minder gemakkelijk doorheen dringt. Het wordt vaak gebruikt rond etenswaren. Niet ieder type vetvrij papier is automatisch geschikt voor iedere temperatuur of elk soort voedsel. Vetvrij papier is bedoeld om vet minder gemakkelijk door het materiaal te laten trekken. Of het geschikt is voor direct contact met voedsel, hangt af van de specifieke kwaliteit en eventuele certificering. De naam alleen is daarvoor onvoldoende bewijs.

Voorbeeld: Een bakker gebruikt geschikt vetwerend papier om een broodje in te pakken.

Vezelrichting

Papier bestaat uit kleine vezels die tijdens de productie vooral in een bepaalde richting komen te liggen. Dat noemen we de vezelrichting. Papier vouwt in de ene richting vaak netter dan in de andere; bij dikke papiersoorten is dat extra belangrijk. Papiervezels liggen bij papierproductie vooral in één richting. Dat is belangrijk bij vouwen en rillen: met de vezel mee kan een vouw netter worden. Bij dikke kaarten en omslagen kan een verkeerde richting zichtbare breukjes geven.

Voorbeeld: Een stevige uitnodiging wordt zo gerild en gevouwen dat de vouw minder snel breekt.

Vierkant formaat

Dit begrip hoort bij Formaten en afmetingen. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vierkleurendruk

Dit begrip hoort bij CMYK. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vlagconfectie

Vlagconfectie is het afwerken van een geprinte vlag zodat die kan worden gebruikt of opgehangen. Denk aan het omzomen van randen en het aanbrengen van een band, koord, tunnel of haken. De juiste afwerking hangt af van de vlag en de bevestiging. Een bedrukte vlag is pas klaar voor gebruik wanneer de juiste bevestiging is aangebracht. Denk aan een koord, clips, band of tunnelzoom. De gekozen afwerking moet passen bij de mast en de manier waarop de vlag hangt.

Voorbeeld: Een mastvlag krijgt een verstevigingsband en bevestigingspunten langs de mastzijde.

Vlaggenstof

Vlaggenstof is textiel dat geschikt is om vlaggen van te maken. Het materiaal moet kunnen bewegen in de wind en bedrukt kunnen worden. Er bestaan verschillende soorten met andere gewichten, structuren en eigenschappen.

Voorbeeld: Voor een buitenvlag wordt een lichte stof gekozen die goed kan wapperen.

Vlagkoord

Een vlagkoord is een koord waarmee je een vlag bevestigt of langs een mast omhoog en omlaag haalt. Niet iedere vlag gebruikt hetzelfde systeem. Bij bestellen is het belangrijk om te weten waar het koord moet komen en hoe de mast is uitgevoerd.

Voorbeeld: Met een hijskoord trek je een mastvlag omhoog tot aan de top van de vlaggenmast.

Vlagmast

Een vlagmast is een paal waaraan een vlag wordt bevestigd. De mast kan verschillende lengtes, vormen en bevestigingssystemen hebben. De vlagmaat en afwerking moeten passen bij het type mast.

Voorbeeld: Bij een bedrijfspand hangt een staande bedrijfsvlag aan een mast met een geschikt hijssysteem.

Vlagrichting

Vlagrichting beschrijft hoe het ontwerp op een vlag is geplaatst ten opzichte van de mast- of ophangzijde. Dat is belangrijk bij tekst, logo's en enkelzijdige bedrukking die aan de achterkant gespiegeld zichtbaar kan zijn. Controleer daarom altijd de tekening van de gewenste vlag.

Voorbeeld: Een logo wordt zo geplaatst dat het bij een gevelvlag aan de juiste kant zichtbaar is.

Vloeipapier

Vloeipapier is dun en licht papier dat vaak wordt gebruikt om producten netjes in te pakken of te beschermen. Het kan bedrukt worden, maar is kwetsbaarder dan dik verpakkingspapier. De juiste bedrukking hangt af van het specifieke materiaal.

Voorbeeld: Een kledingwinkel wikkelt een trui in bedrukt vloeipapier voordat deze in de doos gaat.

Vloerlaminaat

Vloerlaminaat is een beschermende transparante folie over een vloersticker of vloerprint. De folie helpt de bedrukking beschermen tegen slijtage en kan een bepaalde antislipstructuur hebben. De geschiktheid hangt af van vloer, gebruik en eventuele eisen.

Voorbeeld: Een reclamevloersticker in een winkel krijgt een geschikt beschermlaminaat tegen veel loopverkeer.

VOC

VOC is een Engelse afkorting voor vluchtige organische stoffen. Sommige inkten, lijmen of reinigingsmiddelen kunnen deze stoffen afgeven. Hoeveel en onder welke omstandigheden verschilt per product; de term zegt op zichzelf niets over de veiligheid van een specifiek drukwerk.

Voorbeeld: Bij een materiaalkeuze vraagt een bedrijf naar de opgegeven VOC-emissies van een coating.

Vochtgehalte

Vochtgehalte geeft aan hoeveel vocht een materiaal, bijvoorbeeld papier, bevat. Papier kan vocht uit de lucht opnemen of afstaan en daardoor iets veranderen van vorm. Bij drukken en verwerken is een stabiel vochtgehalte belangrijk.

Voorbeeld: Een stapel papier trekt krom nadat die lang in een erg vochtige ruimte heeft gestaan.

Voedselcontactmateriaal

Voedselcontactmateriaal is materiaal dat bedoeld is om rechtstreeks of indirect met voedsel in aanraking te komen. Daarvoor gelden specifieke regels en eisen. Een mooie bedrukking of vetwerende laag betekent niet automatisch dat een verpakking geschikt is voor elk voedingsmiddel.

Voorbeeld: Voor een doosje met onverpakte koekjes wordt gecontroleerd of het gebruikte materiaal geschikt is voor dat voedselcontact.

Voetsnede

De voetsnede is de onderste afgesneden rand van een boekblok. Naast de voetsnede heeft een boek ook een kop- en voorsnede. De termen helpen bij het beschrijven van de richting en afwerking van een boek.

Voorbeeld: Als je een gesloten boek rechtop houdt, zie je onderaan de voetsnede van de pagina's.

Volumineus papier

Volumineus papier voelt relatief dik aan in verhouding tot het gewicht. Dat komt doordat het papier meer volume heeft bij hetzelfde aantal grammen per vierkante meter. Het is handig als een boek stevig moet aanvoelen zonder meteen erg zwaar te worden. Dit papier neemt relatief veel ruimte in bij een bepaald gewicht. Daardoor kan een boek dik aanvoelen zonder bijzonder zwaar te zijn. Het is handig om naast het aantal grams ook het volume en de doorzichtigheid te bekijken.

Voorbeeld: Een roman met veel pagina's krijgt een dik aanvoelend maar relatief licht papier.

Voorplat

Het voorplat is de voorkant van een harde boekband. Samen met de rug en het achterplat vormt het de buitenkant van het boek. Het voorplat kan bedrukt of met materiaal bekleed en verder afgewerkt worden.

Voorbeeld: Op het voorplat van een hardcover boek staat de titel met een afbeelding en eventueel foliedruk.

Voorvertoning

Een voorvertoning laat zien hoe een bestand of ontwerp er ongeveer uit komt te zien. Dat is handig om opmaakfouten te ontdekken voordat je iets bestelt of exporteert. Kleuren en exacte afwerking kunnen op een scherm anders uitvallen dan in het echt.

Voorbeeld: Je bekijkt een voorbeeld van je flyer en ziet dat het logo te dicht bij de rand staat.

Vormgeving

Vormgeving is het bepalen hoe tekst, foto's, kleuren en andere onderdelen samen op een pagina komen te staan. Goede vormgeving zorgt dat de boodschap duidelijk en prettig leesbaar is. Het gaat dus niet alleen om mooi maken, maar ook om overzicht en gebruiksgemak.

Voorbeeld: Op een poster krijgt de belangrijkste boodschap de grootste letters en voldoende vrije ruimte eromheen.

VOS (oplosmiddel)

Dit begrip hoort bij VOC. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vouwafwerking

Vouwafwerking is het vouwen van gedrukt papier in de gewenste vorm. Denk aan een folder die in tweeën of drieën wordt gevouwen. Bij dik papier kan eerst een rillijn nodig zijn om de vouw netjes te maken.

Voorbeeld: Een A4-vel wordt tweemaal gevouwen tot een compacte folder met zes pagina's.

Vouwdoos

Een vouwdoos is een doos die uit een vlak stuk karton wordt gestanst en daarna gevouwen. Vaak zitten er plakstroken en sluitkleppen in het ontwerp. De doos wordt meestal plat aangeleverd en pas later opgezet.

Voorbeeld: Een klein doosje voor visitekaartjes wordt plat geleverd en bij gebruik in elkaar gevouwen.

Vouwkarton

Vouwkarton is karton dat geschikt is om te rillen en vouwen tot onder andere doosjes en verpakkingen. De samenstelling, dikte en oppervlakte kunnen verschillen. Daarom kies je het karton op basis van wat de verpakking moet kunnen.

Voorbeeld: Een cosmeticadoosje wordt gemaakt van bedrukt vouwkarton met vouwlijnen en sluitlipjes.

Vouwkartonnen doos

Dit begrip hoort bij Vouwdoos. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vouwkatern

Een vouwkatern is een bedrukt vel dat zo wordt gevouwen dat er meerdere boekpagina's ontstaan. Verschillende katernen kunnen later samen worden gebonden. De juiste volgorde van de pagina's wordt vooraf in de drukvoorbereiding bepaald.

Voorbeeld: Een groot drukvel wordt gevouwen tot een katern van zestien pagina's voor een boek.

Vouwlijn

Dit begrip hoort bij Rillijn. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Vouwnaad

Een vouwnaad is de plek waar een gevouwen materiaal of verpakking een naad of verbinding vormt. De betekenis kan per verpakkingssoort verschillen. In een technische tekening moet daarom duidelijk staan waar gevouwen en waar eventueel geplakt wordt.

Voorbeeld: Op een kartonnen verpakking controleert de ontwerper of de gevouwen aansluiting netjes sluit.

W

Warmfoliedruk

Warmfoliedruk is een afwerking waarbij met warmte en druk een dunne folie op papier of karton wordt aangebracht. Daarmee maak je bijvoorbeeld een glanzend goudkleurig of zilverkleurig onderdeel. De folie komt alleen op de plaatsen waar de drukvorm het materiaal raakt. Bij warmfoliedruk wordt een folie met een verwarmd gereedschap op het materiaal overgebracht. Daarmee kun je bijvoorbeeld metallic details maken. Niet ieder papier of fijn lijntje geeft hetzelfde resultaat, dus een passende proef kan nuttig zijn.

Voorbeeld: Een luxe uitnodiging krijgt de naam in goudkleurige folie, zonder dat daar gewone goudkleurige inkt voor nodig is.

Waterbarrière

Een waterbarrière is een laag of eigenschap die helpt voorkomen dat water of vocht door verpakkingsmateriaal trekt. Welke bescherming nodig is, hangt af van het product en de omstandigheden. Waterbestendig betekent niet automatisch volledig waterdicht.

Voorbeeld: Een papieren verpakking krijgt een geschikte laag zodat korte aanraking met vocht minder snel schade geeft.

Watergedragen inkt

Watergedragen inkt is inkt waarbij water een belangrijk deel van de vloeibare basis vormt. Dat zegt niet automatisch dat de inkt volledig onschadelijk of milieuvriendelijk is. De samenstelling en het bedoelde materiaal bepalen waarvoor je de inkt kunt gebruiken.

Voorbeeld: Voor het bedrukken van een papieren verpakking gebruikt een producent een geschikt watergedragen inktsysteem.

Waterloos offset

Waterloos offset is een variant van offsetdruk waarbij geen traditioneel bevochtigingswater nodig is tijdens het drukken. De drukplaat en inkt zijn speciaal voor dit proces gemaakt. Het blijft wel een offsetdruktechniek en vraagt een daarop afgestemde drukpers.

Voorbeeld: Een drukker gebruikt een speciale offsetpers zonder het gebruikelijke water-inkt-evenwicht.

Watermerkpapier

Watermerkpapier is papier waarin tijdens de productie een patroon of afbeelding wordt aangebracht dat vooral zichtbaar wordt als je het papier tegen het licht houdt. Het is iets anders dan een grijze afbeelding die later wordt afgedrukt. Watermerken kunnen een herkennings- of veiligheidselement zijn. Een watermerk is een lichte of donkere tekening die tijdens de papierproductie in het papier wordt gevormd. Je ziet die vaak beter wanneer je het vel tegen het licht houdt. Het is iets anders dan een logo dat simpelweg lichtgrijs wordt geprint.

Voorbeeld: Op officieel briefpapier wordt een licht zichtbaar symbool zichtbaar wanneer je het vel tegen het licht houdt.

Waterstraalsnijden

Waterstraalsnijden is een techniek waarbij een zeer krachtige waterstraal materiaal op maat snijdt. Soms worden kleine schurende deeltjes toegevoegd. De methode is vooral bekend bij harde materialen; niet elke drukkerij gebruikt deze techniek.

Voorbeeld: Een vorm uit een geschikte plaat wordt met een nauwkeurige waterstraal uitgesneden.

Waterzak beachflag

Een waterzak is een verzwaarbaar hulpmiddel dat bij sommige beachflag-voeten wordt gebruikt. Je vult de zak met water zodat de voet zwaarder en stabieler wordt. Of dat voldoende is, hangt af van het type voet, de ondergrond en de wind.

Voorbeeld: Op een beurs buiten wordt een geschikte beachflagvoet verzwaard met een waterzak.

Wayfinding

Wayfinding betekent mensen de weg wijzen in een gebouw of op een terrein. Dat gebeurt met borden, pijlen, kleuren en duidelijke namen. Goede bewegwijzering helpt bezoekers snel hun bestemming te vinden.

Voorbeeld: In een ziekenhuis wijzen borden en pijlen bezoekers naar de juiste afdeling.

WEBP

WebP is een bestandsformaat voor digitale afbeeldingen, vooral bedoeld voor gebruik op websites. Afbeeldingen kunnen relatief compact worden opgeslagen. Niet iedere drukwerkworkflow ondersteunt WebP rechtstreeks; voor aanlevering is vaak een geschikt PDF-, TIFF- of ander gevraagd formaat nodig.

Voorbeeld: Een afbeelding van een website staat als WebP opgeslagen en wordt eerst geschikt gemaakt voor het drukbestand.

Weduwe (typografie)

Een weduwe is in typografie een korte laatste regel van een alinea die alleen bovenaan een nieuwe pagina of kolom terechtkomt. Dat ziet er vaak onrustig uit. Door de tekst iets anders te verdelen kan een vormgever zo'n losse regel voorkomen.

Voorbeeld: Bovenaan een nieuwe boekpagina staat maar één afsluitend woord van de vorige alinea.

Weerbestendigheid

Weerbestendigheid geeft aan hoe goed een materiaal buiten tegen regen, wind, zon en temperatuurverschillen kan. Een materiaal dat binnen lang meegaat, is niet automatisch geschikt voor buiten. Ook bedrukking, bevestiging en afwerking spelen mee.

Voorbeeld: Voor een reclamebord aan een gevel kies je een paneel en print die voor buitengebruik bedoeld zijn.

Weerdruk

Weerdruk is een drukterm voor het bedrukken van de andere zijde van een vel nadat de eerste zijde is gedrukt. In de praktijk worden hier ook termen als schoondruk en weerdruk voor gebruikt. De precieze werkwijze hangt af van de drukpers.

Voorbeeld: Na de voorkant wordt ook de achterkant van een vel briefpapier of kaarten bedrukt.

Weeskind (typografie)

Dit begrip hoort bij Weduwe (typografie). Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Werkbestand

Een werkbestand is het oorspronkelijke bestand waarin een ontwerp nog kan worden aangepast. Het bevat bijvoorbeeld lagen, losse tekst en afbeeldingen. Een PDF voor de drukker is meestal bedoeld als eindbestand en bevat niet altijd alles wat nodig is om het ontwerp opnieuw te bewerken.

Voorbeeld: Je bewaart het InDesign-bestand van een brochure om later prijzen en foto's te kunnen veranderen.

Werkbon

Een werkbon is een document of digitale opdracht waarin staat wat er gemaakt moet worden. Daarin kunnen bijvoorbeeld aantallen, formaten, materialen, afwerkingen en bijzonderheden staan. Zo weten de verschillende mensen in het productieproces wat er is afgesproken.

Voorbeeld: Op de werkbon van een flyerorder staat A5, 5.000 stuks, dubbelzijdig en het gekozen papier.

Werkgebied

Het werkgebied is de ruimte in een ontwerpprogramma waarin je aan een bestand werkt. Je ziet daar bijvoorbeeld je pagina, hulplijnen en soms extra ruimte buiten de pagina. Niet alles wat je in het werkgebied ziet, wordt ook afgedrukt.

Voorbeeld: In Illustrator staat een logo op het tekengebied, terwijl schetsen ernaast buiten het afdrukbare vlak staan.

Werktekening

Een werktekening laat zien hoe een product moet worden gemaakt of afgewerkt. Denk aan snij-, rill-, vouw- en plaklijnen. Die lijnen zijn bedoeld als technische aanwijzingen en mogen niet per ongeluk zichtbaar worden meegedrukt. Een werktekening toont de technische maten en onderdelen van een product, zoals snij-, vouw- en rillijnen. Het is geen gewone illustratie maar een hulpmiddel om het drukbestand passend te maken. Gebruik altijd de versie die bij de gekozen uitvoering hoort.

Voorbeeld: Bij een doosje laat de werktekening precies zien waar de kleppen worden gevouwen en geplakt.

White label

White label betekent dat een product of dienst door de ene partij wordt geleverd, maar onder de naam van een andere partij wordt aangeboden. In drukwerk kan een webshop bijvoorbeeld een bestelomgeving gebruiken die door een externe leverancier wordt geleverd. Het zegt op zichzelf niets over waar het drukwerk wordt geproduceerd.

Voorbeeld: Een drukwerkwebshop gebruikt een bestelplatform van een andere aanbieder, maar toont zijn eigen merknaam.

Wikkel

Een wikkel is een strook papier, karton of ander materiaal die je om een product heen vouwt. De wikkel kan informatie geven, decoreren of producten bij elkaar houden. Vaak wordt de wikkel bedrukt met een merknaam of ontwerp.

Voorbeeld: Om een set ansichtkaarten zit een bedrukte papieren wikkel.

Wikkelvouw

Een wikkelvouw is een manier om een folder te vouwen waarbij de panelen achter elkaar naar binnen worden gevouwen. Eén paneel moet soms iets smaller zijn om netjes in het geheel te passen. Dit verschilt van een zigzagvouw, waarbij de vouwen afwisselend naar voren en achteren gaan.

Voorbeeld: Een folder met drie panelen wordt dichtgevouwen zodat het rechterpaneel aan de binnenkant terechtkomt.

Winddoek

Winddoek is doek voor toepassingen waarbij wind door of langs het materiaal moet kunnen bewegen. Vaak heeft het materiaal een open of gaasachtige structuur, maar er bestaan verschillende uitvoeringen. Hoeveel wind het doorlaat hangt van het specifieke doek af.

Voorbeeld: Een groot hekwerk krijgt een geprint gaasdoek in plaats van volledig gesloten spandoek.

Winddoorlatendheid

Winddoorlatendheid geeft aan hoeveel lucht door een materiaal heen kan gaan. Een open gaasdoek laat doorgaans meer wind door dan een gesloten bannerdoek. De precieze belasting van een constructie hangt echter ook af van formaat, montage en plaats.

Voorbeeld: Voor een groot bouwhekdoek wordt gekeken of voldoende wind door het materiaal kan gaan.

Wingflag

Een wingflag is een langwerpige reclamevlag met een gebogen of vleugelachtige vorm, meestal op een flexibele mast. De exacte vorm en afmetingen verschillen per model. Het ontwerp moet passen bij het speciale vlagpatroon.

Voorbeeld: Voor de ingang van een winkel staat een wingflag met het bedrijfslogo.

Winkelcommunicatie

Winkelcommunicatie bestaat uit teksten, afbeeldingen en reclame-uitingen die klanten in of rond een winkel informeren. Denk aan prijskaarten, raamstickers, schapstroken en displays. Het doel is dat klanten snel zien wat een product of aanbieding inhoudt.

Voorbeeld: Een supermarkt gebruikt schapstroken en posters om een tijdelijke actie duidelijk te maken.

Wire-O binden

Wire-O binden is een bindmethode waarbij pagina's via gaatjes met een dubbele metalen draadspiraal bij elkaar worden gehouden. Een boekje kan daardoor meestal ver open worden geslagen. Je ziet deze afwerking vaak bij kalenders, handleidingen en schrijfblokken. Bij Wire-O binden worden pagina’s vastgezet met een metalen dubbele ring. Daardoor kun je ze gemakkelijk omslaan en plat neerleggen.

Voorbeeld: Een bureaukalender krijgt een metalen Wire-O-binding zodat de pagina's gemakkelijk omgeslagen kunnen worden.

Witdruk

Witdruk betekent dat er met witte inkt wordt geprint. Dat is vooral handig op transparant, donker of gekleurd materiaal, omdat gewone lichte kleuren daarop slecht zichtbaar kunnen zijn. Witte inkt kan als zichtbare kleur of als onderlaag worden gebruikt. Met witte inkt kun je een zichtbaar wit beeld maken op transparant of donker materiaal. Ook kun je wit als onderlaag gebruiken, zodat kleuren daarboven beter uitkomen. Geef in het bestand duidelijk aan waar de witte laag hoort. Witdruk betekent dat er met witte inkt wordt gedrukt, bijvoorbeeld op transparante of gekleurde materialen. Een witte onderlaag kan ervoor zorgen dat kleuren op transparante folie beter zichtbaar blijven.

Voorbeeld: Op transparante stickers wordt eerst een witte laag onder het logo geprint zodat de kleuren beter uitkomen.

Witpunt

Het witpunt beschrijft welke kleur als 'wit' wordt beschouwd bij een scherm, lichtbron of kleurmeting. Niet elk wit ziet er hetzelfde uit: sommige witten zijn wat warmer en andere wat blauwer. Daardoor kan een scherm andere kleurindrukken geven dan papier.

Voorbeeld: Een foto lijkt op twee beeldschermen anders van kleur omdat hun witpunt niet gelijk is ingesteld.

Witruimte

Witruimte is de lege ruimte rondom tekst, afbeeldingen en andere onderdelen van een ontwerp. Die ruimte hoeft niet letterlijk wit te zijn. Voldoende witruimte maakt een pagina overzichtelijker en helpt de belangrijkste informatie opvallen.

Voorbeeld: Op een visitekaartje staat het logo met veel vrije ruimte eromheen, waardoor het rustig oogt.

Witte inkt

Dit begrip hoort bij Witdruk. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Woordafbreking

Woordafbreking is het opdelen van een lang woord aan het einde van een tekstregel, vaak met een koppelteken. Dat kan helpen om tekst netjes te laten doorlopen. Een verkeerde afbreking maakt tekst juist moeilijk leesbaar.

Voorbeeld: In een smalle brochurekolom wordt het woord 'drukwerkbestand' op een logische plek afgebroken.

Woordspatiëring

Woordspatiëring is de hoeveelheid ruimte tussen woorden in een tekst. Bij te weinig ruimte lopen woorden optisch in elkaar over; bij te veel ruimte oogt de tekst rommelig. Vooral bij uitgevulde tekst is dit belangrijk.

Voorbeeld: Een tekstkolom krijgt minder grote gaten tussen de woorden nadat de woordspatiëring is aangepast.

Workflowautomatisering

Workflowautomatisering betekent dat terugkerende stappen in een werkproces automatisch gebeuren. Bij drukwerk kan software bijvoorbeeld bestanden controleren, gegevens doorzetten of opdrachten voorbereiden. Dat bespaart handwerk, maar belangrijke fouten moeten nog steeds worden gecontroleerd. Een workflow is de volgorde van stappen vanaf het ontvangen van een bestand tot het produceren van drukwerk. Software kan controles, naamgeving of het doorsturen van bestanden automatisch uitvoeren. Menselijke controle blijft nodig bij uitzonderingen.

Voorbeeld: Binnengekomen PDF's worden automatisch gecontroleerd op paginaformaat en ontbrekende afloop.

X

X-hoogte

De x-hoogte is de hoogte van kleine letters zonder omhoog- of omlaagstekende delen, zoals de letter x. Bij twee lettertypes met dezelfde puntgrootte kan die hoogte toch verschillen. Dat heeft invloed op hoe groot en leesbaar tekst oogt. De x-hoogte is ongeveer de hoogte van kleine letters zonder uitstekende delen, zoals de x. Twee lettertypen met dezelfde puntgrootte kunnen een verschillende x-hoogte hebben. Daardoor kan het ene lettertype groter en duidelijker lijken.

Voorbeeld: Twee lettertypes staan beide op 10 punt, maar één lijkt groter doordat de kleine letters hoger zijn.

Y

Yupo

Yupo is een merknaam voor een reeks synthetische papiersoorten, doorgaans op basis van polypropyleen. Het voelt anders aan dan gewoon papier van houtvezels en heeft bijzondere eigenschappen die per variant verschillen. Niet elke uitvoering is voor dezelfde druktechniek geschikt. Yupo is een merknaam voor synthetisch papier op basis van kunststof. Het voelt anders aan dan gewoon vezelpapier en wordt voor specifieke printtoepassingen gebruikt. De precieze eigenschappen verschillen per kwaliteit en afwerking.

Voorbeeld: Voor een toepassing waar normaal papier snel beschadigt, bekijkt een ontwerper een geschikte Yupo-variant.

Yupo Tako

Yupo Tako is een merknaam voor een specifieke synthetische film die bij bepaalde toepassingen zonder gewone permanente lijmlaag kan hechten. De werking en geschiktheid hangen van de ondergrond en het type film af. Controleer altijd de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant.

Voorbeeld: Een tijdelijke promotieafbeelding wordt met een geschikte film op een glad oppervlak aangebracht.

Z

Zandstraalfolie

Zandstraalfolie is een folie die glas een mat, melkachtig uiterlijk geeft. Hierdoor wordt het zicht door het glas beperkt terwijl er meestal wel licht doorheen komt. De folie wordt vaak gebruikt voor privacy of decoratie. Deze folie geeft glas een matte, melkachtige uitstraling, alsof het glas is gezandstraald. Je kunt ermee meer privacy creëren terwijl er nog licht binnenkomt. Het effect hangt af van de folie en de ondergrond.

Voorbeeld: Op een kantoorruit komt een strook zandstraalfolie zodat mensen niet direct naar binnen kijken.

Zeefdruk

Zeefdruk is een druktechniek waarbij inkt door een fijn gaas op het materiaal wordt aangebracht. Delen die niet bedrukt mogen worden, worden afgedekt. Deze techniek wordt gebruikt op allerlei materialen, onder andere textiel en kunststof. Bij zeefdruk wordt inkt door een fijn gaas op het materiaal gedrukt. De techniek is geschikt voor uiteenlopende materialen, van papier tot textiel. Bij zeefdruk wordt inkt met een rakel door een fijn gaas gedrukt, behalve op de plaatsen die zijn afgedekt. Zo kan een ontwerp op papier, textiel of andere geschikte materialen worden aangebracht.

Voorbeeld: Een eenvoudig logo wordt in één kleur op een reeks katoenen tassen gedrukt.

Zeildoek

Zeildoek is stevig doek dat voor verschillende afdek- en reclamedoeleinden wordt gebruikt. De samenstelling en afwerking kunnen sterk verschillen. Bij bedrukte banners wordt vaak een kunststof gecoat doek gebruikt, maar 'zeildoek' is geen exacte materiaalspecificatie.

Voorbeeld: Een groot reclamezeil wordt op maat gemaakt voor een tijdelijke buitenactie.

Zeilringen

Zeilringen zijn metalen of kunststof ringen die in de rand van een doek worden geplaatst. Door de openingen kun je het doek met touw, haken of spanners bevestigen. De afstand tussen de ringen en de versterking van de rand zijn belangrijk.

Voorbeeld: Een spandoek krijgt rondom ringen zodat je het strak in een frame kunt bevestigen.

Zelfcover

Bij een zelfcover heeft de omslag van een brochure hetzelfde papier als de binnenpagina's. Er wordt dus geen aparte, dikkere omslag toegevoegd. Dat kan handig zijn voor eenvoudige brochures of boekjes.

Voorbeeld: Een dun programmaboekje wordt helemaal op dezelfde papiersoort gedrukt, inclusief de voor- en achterkant.

Zelfklevend papier

Zelfklevend papier is papier met aan de achterkant een kleeflaag. Meestal zit daar een beschermend vel onder dat je voor het plakken verwijdert. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor etiketten en stickers.

Voorbeeld: Je print een verzendetiket op zelfklevend papier en plakt het daarna op de doos.

Zelfklevend vinyl

Zelfklevend vinyl is een kunststof folie met een kleeflaag aan de achterkant. De folie kan bedrukt en op geschikte oppervlakken geplakt worden. Er bestaan uitvoeringen voor verschillende toepassingen en gebruiksduren. Zelfklevend vinyl is folie met een lijmlaag. Het kan worden bedrukt en op gladde oppervlakken worden aangebracht. Welke folie geschikt is, hangt af van ondergrond en gebruiksduur.

Voorbeeld: Een winkelruit krijgt een bedrukte vinylsticker met de openingstijden.

Zelfklevende sluiting

Een zelfklevende sluiting is een kleefstrook waarmee je een verpakking of envelop dichtmaakt. Vaak haal je eerst een beschermstrip weg. De sterkte en geschiktheid verschillen per soort verpakking.

Voorbeeld: Bij een verzendenvelop verwijder je de strip en druk je de flap stevig dicht.

Zelfkopiërend papier

Zelfkopiërend papier is speciaal papier waarmee je bij het schrijven of drukken op het bovenste blad een afdruk op een onderliggend blad kunt krijgen. Daarvoor zijn speciale papierlagen nodig. Zo maak je meerdere exemplaren zonder los carbonpapier. Bij dit papier ontstaat op één of meer onderliggende bladen een kopie wanneer je op het bovenste blad schrijft of drukt. Dat is handig voor formulieren waarbij iedereen een exemplaar krijgt. De volgorde van de papiersoorten is daarbij belangrijk.

Voorbeeld: Een monteur vult één werkbon in en krijgt meteen een tweede exemplaar voor de klant.

Zelfkopiërende set

Dit begrip hoort bij Zelfkopiërend papier. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Zetspiegel

De zetspiegel is het gedeelte van een pagina waarin de hoofdtekst en andere inhoud worden geplaatst. De ruimte rondom de zetspiegel vormt de marges. Een goed gekozen zetspiegel helpt om een boek of brochure prettig leesbaar te maken. De zetspiegel is het gedeelte van een pagina waarin de tekst en andere inhoud staan. De marges eromheen maken het document rustig en leesbaar. Bij een boek moet je vooral aan de binnenkant genoeg ruimte laten voor de binding.

Voorbeeld: In een boek blijft aan alle kanten van de tekst een rustige witte rand over.

Zigzagvouw

Bij een zigzagvouw wordt papier afwisselend naar voren en naar achteren gevouwen, zoals een harmonica. Je kunt de folder daardoor in stappen openvouwen. De panelen blijven doorgaans ongeveer even breed.

Voorbeeld: Een folder met zes panelen ontvouwt zich als een harmonica met afwisselende vouwen.

Zilverfolie

Dit begrip hoort bij Warmfoliedruk. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

ZIP-bestand

Een ZIP-bestand is een ingepakte map waarin je meerdere bestanden samen kunt versturen. Het maakt het makkelijker om bijvoorbeeld een ontwerp en bijbehorende afbeeldingen bij elkaar te houden. Na het uitpakken moeten alle bestanden nog wel goed gecontroleerd worden.

Voorbeeld: Een ontwerper stuurt de PDF, foto's en lettertype-informatie samen in één ZIP-bestand.

Zipper sluiting

Een zippersluiting is een hersluitbare sluitstrip aan een zak of verpakking. Door twee profielen in elkaar te drukken gaat de zak dicht en kan hij later weer open. De sluiting is iets anders dan een gewone eenmalige plakstrip.

Voorbeeld: Een stazak met snacks kan na het openen opnieuw worden dichtgedrukt.

Zoomtape

Zoomtape is een tape waarmee bij bepaalde textiel- of doektoepassingen een zoom of rand wordt gemaakt of verstevigd. De tape kan bijvoorbeeld met warmte of druk worden aangebracht, afhankelijk van het systeem. Niet iedere tape is geschikt voor elk doek.

Voorbeeld: Bij het afwerken van een banner wordt de rand met geschikte tape verstevigd.

Zuurstofbarrière

Een zuurstofbarrière is een laag in verpakkingsmateriaal die helpt te voorkomen dat zuurstof gemakkelijk door de verpakking gaat. Dat kan belangrijk zijn voor producten die gevoelig zijn voor lucht. De benodigde bescherming hangt af van het product en de bewaartijd.

Voorbeeld: Een voedingsmiddelenverpakking krijgt een geschikte barrièrelaag om contact met zuurstof te beperken.

Zuurvrij papier

Zuurvrij papier is papier dat zo is gemaakt dat het weinig of geen zuur bevat dat het papier op termijn kan aantasten. Het wordt vaak gekozen voor documenten of kunstwerken die lang bewaard moeten blijven. Zuurvrij betekent niet automatisch dat elk papier geschikt is voor museale opslag. Zuurvrij papier is gemaakt of behandeld om de invloed van zuren in het papier te beperken. Dat is belangrijk bij archiveren, maar de daadwerkelijke houdbaarheid hangt ook af van opslag en andere eigenschappen.

Voorbeeld: Een waardevolle tekening wordt tussen geschikt zuurvrij papier bewaard.

Zwart (K)

Dit begrip hoort bij CMYK. Daar vind je de uitleg en een praktisch voorbeeld.

Zwartopbouw

Zwartopbouw beschrijft met welke inktkleuren een zwart vlak wordt gemaakt. Alleen zwarte inkt geeft niet altijd hetzelfde resultaat als zwart met extra CMY-inkten. Te veel totale inkt kan problemen geven, dus de juiste opbouw hangt van papier en drukproces af. Een zwart vlak kan bestaan uit alleen zwarte inkt of uit zwart met extra cyaan, magenta en geel. De juiste keuze hangt af van het drukwerk. Kleine zwarte letters maak je meestal anders dan een groot diepzwart achtergrondvlak.

Voorbeeld: Een groot zwart vlak op een brochureomslag krijgt een gecontroleerde zwartopbouw, terwijl kleine tekst alleen in K staat.

Zwitsers binden

Zwitsers binden is een bijzondere bindwijze waarbij het boekblok niet op de gewone manier volledig aan de omslagrug vastzit. Daardoor kan het boek mooi openvallen en blijft de constructie zichtbaar of voelbaar. De exacte uitvoering verschilt per binder. Bij deze bindwijze is het boekblok niet op de gebruikelijke manier over de volle rug aan de omslag vastgelijmd. Daardoor kan een boek verder openvallen en krijgt het een herkenbare rugconstructie. Het is vooral een bewuste vormgevingskeuze.

Voorbeeld: Een designboek krijgt een openliggende binding waarbij je de rugconstructie kunt zien.

↑ Terug naar A-Z overzicht